Paniek in Arwerd

een wandellimerick

DSC00989

Van regels en uitzonderingen. Al vanaf Stavoren beweren we bij iedere plaats, stad of dorp dat zich altijd wel een aanleiding aandient voor onze wandellimerick. Dat ons altijd wel iets opvalt of te binnen schiet. Dat er altijd wel iets gebeurt dat ons op weg helpt. In de regel is dat ook zo. Maar wat is een regel zonder uitzonderingen? Al is het er maar één. Het enige dat ons in Arwerd opviel was dat er niets was dat ons opviel. Er gebeurde niets. Er was verder eigenlijk ook niets. Alleen dat bord, met die naam. Met geschokt zelfvertrouwen wandelden wij verder, met ons mond vol tanden.

Paniek in Arwerd

Wij hebben, in het licht van onze wandellimericks,
al menig heidens rijmkarweitje gefikst,
totdat het in Arwerd
zelfs ons wat te bar werd..
op Arwerd rijmt namelijk echt helemaal niks.

Advertisements

Het rollenpatroon

Ook langs het Nederlands Kustpad kom je het tegen. Het ís geen kunst, maar het zou het zomaar ook wél kunnen zijn, als je het op een andere manier bekijkt. Als je het wilt zien.  Geen Kunst, noemen we het genre. Dit beeld kwamen we tegen even voorbij Oldenzijl.
Blader ook eens door de immer uitdijende virtuele catalogus.

het rollenpatroon

Puppy love

puppy love tZandt

Een nieuwe aanwinst in onze fotorubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’, waarin wij voorbeelden verzamelen van onze vaderlandse culturele identiteit, waarover maar steeds zoveel te doen is. Langs het Nederlands Kustpad treffen wij hem aan langs oprijlanen en tuinpaden. Op stoepen, stoepjes en terrassen. In borders, op gazons. Of, zoals hier in ‘t Zandt, in de rotstuin.

Brand in ‘t Zandt

een wandellimerick

Wandelend langs het Nederlands Kustpad maken wij voor iedere stad waar we door lopen een limerick. Een wandellimerick. Ieder stadje, dorpje, buurtschap of gehucht krijgt er een van ons. Gratis en voor niks. Het is ons onbaatzuchtig cadeau aan de wereld, die zo af en toe best een opkikkertje kan gebruiken. Een aanleiding vinden we in de meest uiteenlopende dingen. Er valt ons altijd wel iets op, er gebeurt altijd wel wat. Een ontmoeting, een gesprekje, een passant. Een uitzicht, een aanzicht of een inzicht.

DSC00933

Voor ’t Zandt beschikten wij over wat voorkennis. Eén van ons wist zich namelijk nog te herinneren dat dit dorp enige tijd werd geteisterd door een pyromaan. De pyromaan van ’t Zandt, zoals hij uiteraard al snel werd genoemd. Die in 2007, zo hebben we nagezocht, een hele reeks branden stichtte maar ondanks de ruime inzet van politie en zelfs het leger lange tijd onvindbaar bleef, uiteindelijk toch werd gepakt, tot twee jaar gevangenis werd veroordeeld maar in 2010 alweer gearresteerd werd op verdenking van 17 nieuwe brandstichtingen in de omgeving, met ditmaal een veroordeling tot vijf jaar als gevolg. Deze dubieuze roem was ’t Zandt dus vooruitgesneld. Tja. Verder leek het een heel aardig plaatsje.

Brand in ‘t Zandt

Het zit zo, sprak de burgemeester van ’t Zandt,
een dorp als dat van ons haalt niet snel de krant..
maar onze pyromaan
heeft in alle bladen gestaan
en nu kennen ze ‘t Zandt dus door héél het land.

Walk and don’t look back

walk and don't look back de diek'n

In onze fotorubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’ verzamelen wij voorbeelden van onze veelbesproken, vaak bediscussieerde en naar verluidt zelfs in het gedrang verkerende vaderlandse culturele identiteit. Voorbeelden die we al wandelend langs het Nederlands Kustpad aantreffen langs oprijlanen en tuinpaden. Op stoepen, stoepjes en terrassen. Borders en gazons. Zoals bovenstaand tafereel in de Diek’n.

Just my luck!

just my luck, uithuizen

In de fotorubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’ verzamelen wij voorbeelden van onze vaderlandse culturele identiteit. we treffen ze aan langs oprijlanen en tuinpaden. Op stoepen, stoepjes en terrassen. In borders en op gazons. Of aan de muur, zoals hier, net buiten Uithuizen.

De Menkemakat in Uithuizen

een wandellimerick

Voor iedere stad waar het Nederlands Kustpad ons door leidt, maken wij al wandelend een limerick. Een wandellimerick, zoals we onze zelfverzonnen light verse vertakking hebben gedoopt. Elk stadje, plaatsje, dorp of gehucht krijgt er één van ons. Gratis en voor niks. Gewoon omdat wij dat leuk vinden. Een aanleiding is meestal snel gevonden. Er valt altijd wel iets op, er gebeurt altijd wel wat.
In Uithuizen brachten wij een bezoek aan de Menkemaborg. Dat wil zeggen, met name het Skathoes had deze dag onze belangstelling omdat we er na een lange autorit de wandeling konden beginnen met een koffie.

DSC00860

De Menkemaborg is een grote herenboerderij waarvan de rijke geschiedenis teruggaat tot de veertiende eeuw. In de loop der jaren groeide de eerste stenen bebouwing uit tot een waar paleis, met Engelse tuin en slotgracht en al, en tot aan het begin van de vorige eeuw werd er door de zogenoemde adel gewoond. Inmiddels is het een museum en op vertoon van je museumjaarkaart kun je je vergapen aan de pracht en praal waarmee de dames en heren jonker en jonkvrouw zich in de 17e eeuw zoal omringden. Het Skathoes, ofwel het Schathuis, is nu het restaurant maar was in vroeger tijden de feitelijke boerderij van de borg. Hier waren de stallen – skat is dialect voor vee – en werden de gewassen opgeslagen.
Bij vertrek werden wij uitgelaten door de kat des huizes die ons een kenmerkend rondje rond de benen draaide en daarna met ongeïnteresseerd dédain op één van de terrastafels plaatsnam, met zijn borg pittoresk op de achtergrond.

De Menkemakat in Uithuizen

De kat van de Menkemaborg in Uithuizen
was nogal kieskeurig, bij het vangen van muizen.
Hij zei: het is dan wel het platteland,
maar ik blijf tóch een kat van stand,
dus blief ik uitsluitend: de muis van goeden huize.

Het rijke Groningse verleden

De etappe van Uithuizen naar Tjamsweer liepen we op zondag 8 oktober 2017

Er zijn slechtere plekken om je wandeling te beginnen. Tjongejonge zeg.. Vanaf de Menkemaborg in Uithuizen wandel je wel even op stand. Langs een kaarsrechte oprijlaan, beschaduwd van dubbele rijen rechthoekig geschoren bomen, betreden we de statige luister van het rijke Groningse verleden. Omsloten door een ferme slotgracht ligt daar, gelijk een kasteel, met twee speelse torentjes ook nog, de Menkemaborg, naar de gelijknamige familie die hier sinds naar schatting 1500 heeft geresideerd. De toegang tot de brug naar het woonhuis wordt op klassieke wijze bewaakt door twee stenen leeuwen.

DSC00857

Het zijn leeuwen zoals je ze tegenwoordig wel in trieste rotten van vijf in het tuincentrum ziet staan, zoals je ze tegenwoordig wel op muurtjes van de carport gemetseld ziet, in lelijke nieuwbouwwijken, ter verfraaiing van onderhoudsvrije voortuintjes. De leeuwen die hier, fris in de verf maar wel zwaar loensend op de gang van zaken toezien, zijn van betere komaf, voor zover wij hebben kunnen nagaan. Dat laat zich aan hun gouden nagels en aan hun gekleurde wapenschilden ook al vermoeden trouwens. Terzijde van de slotbrug alhier staan ze pas sinds 1921, het jaar waarin de Menkemaborg aan het Groninger Museum verviel na de dood van zijn laatste bewoner, de kinderloze vrijgezel Gerard Alberda van Menkema, in 1902. Daarvóór hebben ze dienst gedaan bij de borg Dijksterhuis in Pieterburen, die eigendom was van dezelfde Gerard Alberda van Menkema en in 1903, na dus diens dood, werd afgebroken, maar al in de familie Alberda was sinds 1706. Nóg eerder behoorden de leeuwen bij de Thedemaborg in Bedum, die waarschijnlijk begin 17e eeuw werd gebouwd. Aansluitend wordt 1600 inderdaad ook genoemd als geboortejaar van de leeuwen. Wanneer ze dan van Bedum naar Pieterburen zijn verhuisd, vermeldt de geschiedenis niet, maar wel dat in 1774 na een sterfgeval een groot deel van de boedel van de Thedemaborg werd verkocht, dus allicht ook de twee leeuwen, die ons nu vervaarlijk grijnzend nastaren wanneer we, na de koffie in het skathoes, aan de tocht richting Tjamsweer beginnen.

DSC00870

Na deze luisterrijke start lopen we verder over boerenwegen, met klei besmeurd zo hier en daar. Op de akkers rondom ligt de uienoogst in lange rijen op nadere instructies te wachten. Rechts zien we een stalgebouw in de stutten staan, we mogen aannemen vanwege de bodemverzakking, een aanblik die cynisch genoeg vertrouwd begint te worden. Links van ons steekt de kerktoren van Uithuizermeeden tussen de bomen uit, een opvallend exotische verschijning, met zijn hemelsblauwe koepeltjes en zijn opengewerkte witte verdiepingen, verlopend van vierkant, via achthoekig naar rond. Het heeft iets luchtigs, iets frivools, iets dat je hier niet zou verwachten, om één of andere reden. Net zo min als het gegeven dat hij er toch al van begin 18e eeuw staat, ter vervanging van de in 1734 ingestorte losstaande toren. Bijzonder. Het is het ontwerp van een in die tijd veelgevraagd Gronings schrijnwerker, van wie ook werk in het interieur is terug te vinden, aldus wikipedia. Het is eigenlijk jammer dat je op zo’n wandeldag ook vaak gebonden bent aan de route en de afstand die je wilde lopen, de plek waar de auto staat te wachten, en je niet altijd toe kunt geven aan de impuls om voor zo’n bijzonder kerkje als dit een omweg te maken en wat tijd uit te trekken. We genieten daarom maar van wat we wel uitgebreid kunnen bekijken, en houden de rest in ons achterhoofd. Er komt altijd een tweede kans.

DSC00901

Het kerkje van Oldenzijl voldoet wel geheel en al aan ons klassiek Gronings verwachtingspatroon. Een klein Romaans bakstenen gebouw met kleine vensters, een bescheiden dakruiter, gelegen op een wierde temidden van een oud kerkhof. Of.. nou.. oud.. later lezen we dat het kerkhof in de vijftiger jaren flink is afgegraven omdat het, door het gebruik zullen we maar zeggen, hoger was komen te liggen dan de kerkvloer, wat voor vochtproblemen zorgde. Hmm.. er zijn misschien ook dingen die je niet per se hoeft te weten. Goed.. De halfronde apsis aan de achterkant is verrijkt met siermetselwerk dat als typisch middeleeuws wordt aangemerkt. Let wel, wij citeren slechts de kenners op internet.. dat u niet denkt dat wij al deze kennis met ons meezeulen de hele dag. Een ander interessant detail is de hagioscoop, een klein, fraai vormgegeven venster dat op ooghoogte is aangebracht. Nu zit er glas in, maar in vroeger tijden was dit gat in de muur waarschijnlijk mede bedoeld om de mis van buitenaf te kunnen volgen. Mensen die de kerk niet in wilden, zoals kluizenaars, of niet in mochten, zoals misdadigers, overspeligen en lepralijders, konden zo toch gesticht worden en hopen op verlossing, blijkbaar.
Binnen treffen we een eenvoudig maar beeldschoon interieur. Witgepleisterde wanden, een gewelfje achterin, een blauwgeschilderd houten plafond, trapvormige vensterbanken, verweerde kapiteeltjes en gevelstenen, een houten kansel en een rijkversierde herenbank waarin de kapitaalkrachtige christen zich liet stichten en verlossen. Eén van de familiewapens laat weten dat deze bank mede bestemd was voor de familie Alberda, waarvan dus ook een telg in de Menkemaborg resideerde. Niet alleen de wereld, ook Groningen is klein.

DSC00976

We wandelen langs vette akkers van klei, in glimmende voren geploegd. We komen langs de Diek’n en door ’t Zandt, via een indrukwekkende tunnel van bomen passeren we de voorname Alberdaheerd, met een 19e eeuws theehuis op palen in de tuin en versgeschoren alpaca’s op het erf, we jagen een enorme wolk spreeuwen de lucht in, en belanden dan in een gebied waar de Groningse actualiteit een gezicht krijgt. Aangekondigd door een metershoge affakkeltoren ligt daar, achter hekken, een aardgaslocatie van de NAM. Het onderscheidt zich feitelijk niet van ieder ander industrieterrein waar we langs zijn gelopen: golfplaat, camerabewaking, verzamelpunt, kilometers pijpleiding, grindbeton, prikkeldraad, stelconplaten.. Maar waar we er elders nog wel eens de robuuste romantiek van in konden zien, de schoonheid van de lelijkheid, de esthetiek van de pure functionaliteit, krijgt het hier, door het verhaal erachter, door wat we ervan weten, door wat we ervan hebben gehoord en gezien onderweg, eerder iets grimmigs. Iets beladens.
Met een welhaast symbolische bocht lopen we om de locatie heen en laten de zaak weer achter ons. Wat kunnen we anders. Voor Groningen is het dagelijkse kost, dat beseffen we ook. Het is cynisch, bedenken we, terwijl we het laatste stuk naar Tjamsweer lopen, dat de vruchtbare bodem die Groningen zijn rijke verleden heeft gebracht, het rijke Groningse verleden dat wij om ons heen zien, de herenboerderijen, de kerken en de borgen, de landgoederen, dat diezelfde bodem de rijkdommen herbergt die de toekomst nu in zo’n korte tijd onzeker heeft gemaakt.