Wij misten de vis in Dirkshorn

Kunst onderweg

close

Langs het haventje verlieten wij Dirkshorn, richting Oudkarspel, en keken nog één keer om. Heel even maar. Net lang genoeg om achter ons nog een glimp op te vangen van wat zelfs op deze afstand nog duidelijk een beeld was. Iets glimmends op een sokkel, het leek zo even snel op een vis. Kunst. Kunst onderweg. We waren er rakelings langs gelopen, een paar minuten geleden nog maar, en hadden het verdorie straal gemist. Te druk met andere zaken. Nu waren we er voorbij. En teruglopen was ook weer zo iets.. een hele etappe lag nog voor ons, en we hadden al zo gedraald bij de andere kunst onderweg in Dirkshorn. We besloten nu maar door te lopen en later nog eens terug te komen voor foto’s en nader onderzoek, zo ver was Dirkshorn niet van huis tenslotte.
Aldus geschiedde.
Niet meer dan een week later parkeerde ik de auto, op doorreis, aan de haven van Dirkshorn. Waar ik niets anders trof dan een lege sokkel. De bouten waarmee het beeld zo kort geleden nog maar bevestigd was geweest staken woest en ledig omhoog. De sokkel was uit de grond getrokken. Wat was hier aan de hand? Was hier sprake van een kunstroof? Was het beeld in moderne ongenade gevallen en verwijderd? Was het gevandaliseerd en nu in restauratie? Geen idee. In elk geval waren we opnieuw op een kunstmysterie gestuit. Leuk.

IMG_2152

Op internet vonden we wel foto’s van het beeld, dat er dus in elk geval had gestaan. Het was inderdaad een vis. Een doorkijkvis om precies te zijn, al hadden we daar nog nooit van gehoord. En de reden dat de vis nu was gezwommen, om het zo maar eens te zeggen, was misschien, zag ik nu, dat de straat en het parkeerterrein bij de haven, waar het beeld stond, opnieuw werden ingericht. We lazen ergens de suggestie van een inwoner van Dirkshorn om het beeld daarbij meteen een nieuwe plek te geven: op een sokkel ín het water, omdat het tenslotte een vis was. Een idee dat blijkbaar, als zovele ideeën van burgers en inwoners, niet werd overgenomen door de bevoegde instanties want enige weken later, bij een tweede inspectie, stond het beeld weer in volle glorie op zijn sokkel op de opnieuw bestraatte kade van de haven van Dirkshorn.

doorkijkvis

We staan oog in oog met een kloeke, blinkend zilveren vis waar je inderdaad ook doorheen kunt kijken, een doorkijkvis. Grappig is dat die doorzichtigheid juist bijdraagt aan de illusie van de glimmende, natte volheid van de vis. De lucht en de bomen die we erdoorheen zien worden lichte en donkere reflecties in het schubbenpatroon dat gevormd wordt door handenvol gebogen en aan elkaar gelaste stukjes staaldraad. De rugvin en de als vleugels uitstaande vinnen aan de zijkanten zijn van geperforeerd staalplaat. Aan weerszijden dient een rechthoekig stukje staalplaat, iets minder doorzichtig geperforeerd, als gezicht. Een er opgelaste ring is het oog.
De vis wordt ons gepresenteerd, aangeboden zo lijkt het, door een al even zilveren arm van geperforeerd plaatstaal, die hem uit het water optilt. Het zou, voor de religieuzen, een goddelijke arm kunnen zijn, die de mens genadiglijk van voedsel voorziet. Het zou, voor de atheïsten, de zee zelf kunnen zijn, die ons haar rijkdom aanbiedt.
Lezend op internet lijken we er niet ver naast te zitten met deze invulling. De vis verbeeldt de herinnering aan de visrijke wateren die vóór de verschillende inpolderingen en de ruilverkaveling in het achterland van Dirkshorn te vinden waren. Het is niet goed meer voor te stellen, staande op de splinternieuw bestraatte parkeerplaats met uitzicht op het doodstille water van de Veersloot, maar de plek waar het beeld nu staat zou in vroeger tijden een prima plek geweest zijn om op haring te vissen. Zo ontstaat misschien de verleiding te denken dat de afgebeelde vis een haring zal zijn, maar dat lijkt ons niet het geval. Een haring ziet er anders uit. Dit is een fantasievis, een kunstvis. Een doorkijkvis.

harold bergfeld op regio tv

Harold Bergfeld in een filmpje van de regionale televisiezender van Heemskerk.

Het beeld, onthuld in 2002, werd gemaakt door Harold Bergfeld, beeldend kunstenaar te Heemskerk. Harold Bergfeld werd in 1938 geboren te Paramaribo, andere bronnen spreken van 1941, en studeerde aan de Rietveld Academie. Hoewel hij ook met hout, purschuim, spijkerstof en een veelheid aan andere materialen werkt, is metaal zijn favoriet. Bergfeld houdt van lassen. Met hooguit een schets of een idee in grote lijnen als uitgangspunt gaat hij aan het werk. Al knippend, zagend en uitproberend, solderend, lassend, opnieuw bekijkend en slijpend ontstaat en groeit het werk onder zijn handen. Aanvankelijk werden dat veelal abstracte beelden, door de jaren heen is dat inmiddels meer gestileerd figuratief geworden. Zoals bijvoorbeeld de vis. Ook op andere plaatsen zijn beelden van Harold Bergfeld in de openbare ruimte te vinden. In zijn woonplaats Heemskerk, bijvoorbeeld, staat ‘Planeet aarde, schuivende platen’, en in Oudeschild op Texel ‘Zeilend schild’. Zijn website is onder constructie, op instagram is wel meer werk te zien.

image_4582_1

Zeilend schild, een beeld van Harold Bergfeld in de haven van Oudeschild op Texel.

Advertisements

Voor hen die vielen

Kunst onderweg

Naast het oude raadhuis in Dirkshorn, in een van leibomen omhaagd perkje, staat een beeld dat niet heel moeilijk te duiden valt. Twee verfomfaaide, gehavende propellerbladen van brons steken de lucht in, van een rudimentair, grijs geverfd motorblok op een uit kinderhoofdjes gemetselde sokkel. Van achteren gezien, zeker niet het minste gezichtspunt, oogt het ook wat als een metalen fantasievogel uit de CoBrA-koker maar als het dat was geweest was de achterkant waarschijnlijk de voorkant geworden. Nee, vermoedelijk is de positie aviotomisch correct en hebben we hier met een oorlogsmonument te maken.

vliegersmonument

Voor hen die vielen, 1940 1945, staat er inderdaad ook op de sokkel te lezen. Een plaquette aan de zijkant verklaart nader dat het gaat om een overblijfsel van een Britse Wellington bommenwerper die in de nacht van 2 op 3 juli 1942, tijdens een missie om de Duitse radiocommunicatie te onderzoeken, boven de nabijgelegen Woudmeerpolder werd neergehaald door een Messerschmidt. Vijf van de zeven bemanningsleden, jonge mannen variërend in leeftijd van 20 tot 32 jaar, kwamen bij die crash om het leven. Twee van de omgekomen bemanningsleden konden pas in 1983, na een bergingsoperatie waarbij het wrak met hun lichamen van diep uit de grond moest worden gehaald, eervol bij hun collega’s begraven worden op de oorlogsbegraafplaats in Bergen.
Van één van de propellers van het vliegtuigwrak werd door Marinus Schiffer, beeldhouwer te Oudkarspel, een monument gemaakt ter nagedachtenis van de slachtoffers van de tweede wereldoorlog in het algemeen en de omgekomen bemanningsleden in het bijzonder. 4 mei 1983 werd dit onthuld.
In 2006 bleek dat de originele propellerbladen, die immers meer dan zestig jaar oud waren én het nodige hadden meegemaakt, inmiddels bijna waren vergaan. Om het monument te behouden heeft Schiffer het toen gerenoveerd, waarbij het tandwielblok van een coating is voorzien en de gehavende rotorbladen vervangen werden door uit brons gegoten kopieën. Juist op tijd voor de dodenherdenking van 2007 kon het beeld worden teruggeplaatst. Volgens de kunstenaar gaat het nu zeker weer vijftig jaar mee. Opdat wij niet vergeten.

marinus schiffer

Beeldhouwer Marinus Schiffer bij de installatie van het door hem in 1983 vervaardigde en in 2007 gerenoveerde vliegersmonument in Dirkshorn.

Over de beeldhouwer Marinus Schiffer is weinig anders te vinden dan dat hij in 1939 werd geboren in Amsterdam, na zijn diensttijd 25 jaar in Brabant heeft gewoond maar terugkeerde naar Amsterdam om tot aan zijn pensionering les te geven op een kunstacademie en daarna de rust op te zoeken in de Kop van Noord Holland, met een voorliefde voor Callantsoog. Andere beelden dan het monument in Dirkshorn blijven verborgen in de analoge wereld.

De man in de struiken

Kunst onderweg

Heel groot is het niet, Eenigenburg. Het past op een handvol terpen, waarvan er ook nog één geheel voor de bescheiden kerk is gereserveerd. Honderdzeventig inwoners heeft het, circa, we hebben het even voor u nagezocht. En dan wordt het buurtschap Surmerhuizen, dat er vroeger eigenlijk niet bij hoorde, ook meegeteld.

P1030575

Maar zo klein als het is, heeft het wel een eigen museum. En waarom niet, want ook kleine plaatsjes hebben een eigen geschiedenis, die deel uitmaakt van het grote geheel.
Zo gaat het museum Eenigenburg bijvoorbeeld terug naar de tijd van graaf Floris V, die hier in de 13e eeuw vlak om de hoek zijn dwangburcht bouwde. Klassieke vaderlandsche geschiedenis.
En wordt het verhaal verteld van de familie Eenigenburg, die in 1849 de bootreis naar Amerika ondernam, onder erbarmelijke omstandigheden en met zware offers onderweg. Op zoek naar ruimte voor hun steile religieuze opvattingen in het land van de onbegrensde mogelijkheden. Waar ze, blijkens een expositie in het museum, nog een bescheiden rol hebben gespeeld in de burgeroorlog rond de afschaffing van de slavernij. Wereldgeschiedenis. En een duidelijke link met een aantal actuele hete hangijzers.

IMG_2529

De man in de struiken. Het is niet wat het lijkt.

Onderdeel van het museum is ook een klein daglonershuisje, uit 1877, nostalgisch ingericht als in vroeger tijden. Achter dit huisje nu, treffen wij een niet heel groot beeld tussen de hortensia’s, en daar willen we hier naar toe. Het is een vrij eenvoudig grijs stenen beeld van een wat oudere, enigszins boerse man met een jas aan, een sjaal om en een alpinopet op het hoofd. Doordat het beeld tot buikhoogte in de struiken verdwijnt, en door de houding die het aanneemt – met één arm richting de door struiken aan het oog onttrokken gulp – lijkt het er sterk op dat de uitgebeelde man hier zijn hoge nood staat te lenigen. Het klinkt oneerbiedig, maar zo is het wel. Zelfs zijn gezicht lijkt een zekere tevreden opluchting uit te drukken.
Nog oneerbiediger wordt het wanneer wij hier en nu, zij het met schroom, bekennen dit beeld in eerste instantie bij onze ironische fotorubriek Tot hier heeft de Heer ons geholpen te hebben ingedeeld. Misschien vooral vanwege genoemde associatie, zullen we maar zeggen. Bij het zoeken naar informatie over een ander beeld blijkt onze man uit Eenigenburg echter voor te komen op een lijst met kunst in de openbare ruimte van de gemeente Schagen, waar Eenigenburg toe behoort. Maker onbekend, geen verdere informatie.

albert v dalsum close

Albert van Dalsum (1889 – 1971), vermaard acteur die zich in Eenigenburg vestigde.

Ook ons eigen speurwerk levert weinig op. Aanvankelijk denken we misschien te maken te hebben met de beeltenis van Albert van Dalsum, vermaard toneelspeler uit het prille begin van de twintigste eeuw, die zich rond 1963 uit het stadse culturele leven terugtrok, zich permanent in Eenigenburg vestigde om daar de rest van zijn leven in alle rust te schilderen, er op 82-jarige leeftijd overleed en bij het kerkje begraven werd.
Zelfs werd hij geëerd met een borstbeeld.
Zelfs blijkt hij korte tijd in het daglonershuisje te hebben gewoond.
Het verband is er dus wel en we zien zelfs enige gelijkenis, al is het beeld dan ook weer zo eenvoudig dat daar weinig voor nodig is. En ons beeld is geen borstbeeld, als je de struiken opzij houdt. Het bedoelde borstbeeld, ontdekken we dan, staat in de ontvangsthal van het belendende dierenpark Van Blanckendaell en de man in de struiken in de tuin bij het daglonershuisje moet iemand anders zijn.

2x klaas

Klaas van Schoneveld, het historisch geweten van Eenigenburg.

Op YouTube vinden we dan een filmpje ter promotie van het museum en op een A4tje dat daarin heel even door het beeld scheert herkennen we onze mysterieuze man. We zetten het beeld stil, zoomen in op het A4tje, ontcijferen met enige moeite de pixels en leren zo dat het gaat om Klaas van Schoneveld. Op internet ook bekend als Willem Klaas van Schoneveld en plaatselijk bekend als het historisch geweten van Eenigenburg. Als amateurhistoricus en dito archeoloog heeft Van Schoneveld, zo lezen wij, zich immer verdiept in de geschiedenis van dit dorp en haar ommelanden. Van zijn hand verscheen het boekje Een kijkje in de geschiedenis van Eenigenburg, en in het museum zijn tal van voorwerpen uit zijn archeologische verzameling te zien. Ook maakte hij studie van de lotgevallen van de geëmigreerde familie Van Eenigenburg en kwam op die manier in contact met de vele nazaten daarvan in Amerika. Er ontstond een band die zo goed was dat hij zelfs werd uitgenodigd voor een familiereünie in Chicago. Een reis met tragische afloop want tijdens dat feest werd hij getroffen door een hartstilstand en overleed. In het harnas, zou je kunnen zeggen, dat dan weer wel. Van Schoneveld was bovendien de laatste bewoner van het daglonershuisje. Ter zijner nagedachtenis wordt het opgeknapt tot een onderdeel van het museum. In 2002 wordt bij de oplevering zijn standbeeld onthuld.

boris hallie

Boris Hallie, beeldend kunstenaar te Amsterdam.

Om achter de maker ervan te komen, ten slotte, nemen wij contact op met het museum en als daarop geen reactie komt, besluiten we het dan maar eens te bezoeken. We worden hartelijk ontvangen door een enthousiaste meneer die ons van alles wil vertellen, maar dat er een beeld in de tuin staat, moet hij bekennen, is nieuw voor hem. Wij tronen hem mee naar buiten en tonen hem onze vondst, met uiteraard misplaatste maar onmiskenbare trots. Wij vertellen hem wat wij inmiddels van het beeld te weten zijn gekomen, maar er gaat de meneer geen lichtje op. Later belt hij ons met het bericht dat hij navraag heeft gedaan bij ‘hen die het weten kunnen’, maar dat er niets concreters boven water is gekomen dan dat het gaat om een plaatselijk kunstenaar, die het dorp inmiddels heeft verruild voor de grote stad en waarvan de naam iets met alie of ally zou kunnen zijn. Karige informatie op basis waarvan wij weer terug op internet tenslotte toch nog stuiten op een Boris Hallie, kunstenaar te Amsterdam. En inderdaad afkomstig uit Eenigenburg. Die vooralsnog geen andere digitale sporen achterliet dan zijn in 2016 voor het laatst bijgewerkte pagina’s op facebook en linkedin. Zodat wij dan maar vinden dat we het hier verder wel bij kunnen laten. Want misschien weten we zo wel genoeg.

Dankbaar Amersfoort

Kunst onderweg

Aan de gevel van het oude raadhuis in Dirkshorn, naast de voordeur, linksom of rechtsom bereikbaar met twee deftige trappetjes aan een bordes, ontwaren we een gevelsteen. Het is niet de plaquette waarop in zakelijk grijs vermeld staat dat de eerste steen in 1870 gelegd werd door Cornelis Francis, burgemeester van Haringcarspel, waar Dirkshorn deel van uitmaakte in die dagen. De gevelsteen die we bedoelen zit daarboven in de muur gemetseld. Een bescheiden reliëf met de oranje-bruine kleur van terracotta.

p1040117.jpg

Afgebeeld is de Koppelpoort van Amersfoort. Vreemd, zo ver van huis, zou je zeggen. Linksboven en rechtsonder zien we de wapens van Amersfoort, een vrij eenvoudig kruis, en van Harenkarspel, zoals Haringcarspel tegenwoordig heet, tweemaal een jachthoorn en tweemaal drie haringen. Een stedenband, kun je denken. De tekst brengt ons op het juiste spoor. Evacuatie mei 1940, dankbaar Amersfoort, staat er te lezen. Met de regelen der typografie wordt niet erg krampachtig omgesprongen. De ene A is de andere niet en hoofd- en kleine letters worden vrij willekeurig door elkaar gebruikt. De twee o’s van Amersfoort zijn op speelse wijze samengevoegd tot een wat mager uitgevallen op zijn kant liggende acht, het wiskundig symbool voor oneindigheid. Het zou kunnen dat hiermee de omvang van de Amersfoortse dankbaarheid onderstreept wordt, maar het lijkt er ook een beetje op dat de maker van het reliëf al doende tot de ontdekking kwam dat Amersfoort er niet meer op ging passen zoals hij dat bedacht had. Dat hij om ruimte te besparen de twee o’s maar aan elkaar heeft geplakt. Een noodoplossing. Dan zo maar. Geen zin om helemaal opnieuw te beginnen.

P1020431

Een uit Amersfoort geëvacueerde familie die tijdelijk in Nieuwe Niedorp werd ondergebracht.

Toen in mei 1940 ook voor ons land de oorlog begon, moest Amersfoort en omgeving worden geëvacueerd in verband met een eventuele inundatie. Om oprukkend Duitsland te stoppen zou de waterlinie worden ingezet, waarbij een groot gebied onder water zou komen te staan. Ruim 43.000 inwoners werden die dagen in allerijl met treinen en bussen naar elders in het land vervoerd, waar ze bij particulieren werden ondergebracht en opgevangen. Zo’n 4.000 van hen kwamen terecht in Warmenhuizen en Dirkshorn, waarmee de bevolking van deze dorpen tijdelijk met zo’n 80% groeide. Zeer tijdelijk, want van onder water zetten is het niet gekomen. Voor die tijd al werd er gecapituleerd en de evacuées konden na een paar dagen weer terug naar huis. In de hoop dat dat er nog stond, want gevochten en geschoten en gebombardeerd was er wel.
Uit dankbaarheid voor de ondervonden gastvrijheid en naastenliefde bood de bevolking van Amersfoort in 1941 een terracotta gevelsteen aan. Aan Warmenhuizen, waar er ook één is ingemetseld in het raadhuis, en aan Dirkshorn dus. Op internet is in de Amersfoortsche Courant van 15 augustus 1941 een verslag van deze gebeurtenis te lezen:
‘Een uit twaalf personen bestaande deputatie kwam naar deze plaatsjes om een gevelsteen aan te bieden [..] als blijvend blijk van dankbaarheid.’
En:
Des middags ging het gezelschap op primitieve maar toch handige manier naar Dirkshorn waar in den voorgevel van het raadhuis een gelijke steen was aangebracht die door mevrouw Vos werd onthuld en waar ook de noodige hartelijke woorden werden gesproken.’
De gemeente Schagen, waar Dirkshorn tegenwoordig deel van uitmaakt, hanteert een lijst van openbare kunstwerken binnen haar grenzen. Deze gevelsteen staat daar ook op vermeld, met als maker: onbekend. Dat laatste is een beetje suf want het reliëf is keurig en goed leesbaar gesigneerd door ene W. Stuurman. Welke in de Amersfoortsche Courant ook genoemd wordt als ‘den Amersfoortschen ceramist W. Stuurman.’

willem stuurman 1940

Den Amersfoortschen ceramist W. Stuurman aan het werk in 1940.

Willem Stuurman (1908 – 1995) kwam in 1927 van de kunstnijverheidsschool in Amsterdam en heeft tot 1994 gewerkt als keramist. Aanvankelijk als ontwerper bij een reeks verschillende plateel- en kunstaardewerkfabrieken, later als zelfstandig kunstenaar in een eigen atelier. In de dertiger jaren ontwierp hij als artistiek leider bij Zenith in Gouda onder meer het bekende mat zwarte Art Deco keramiek dat de crisisjaren ten spijt een commercieel succes zou worden. Ook nu wordt er op Marktplaats nog behoorlijk in gehandeld. Met een korte onderbreking woonde Stuurman vanaf 1940 tot zijn dood in Amersfoort. Dankbaar Amersfoort.

stuurman art deco

Een voorbeeld van het matzwarte Art Deco keramiek zoals dat door Willem Stuurman werd ontworpen.

Merlets in een betoverd bos

Kunst onderweg

merel merlet kraai

Hij valt niet te missen, de bijzonder grote gitzwarte vogel, hoog op zijn glimmende paal. Het maakt niet uit of je de afslag Schoorl nou wel of niet neemt, rijdend over de N9, of dat je lopend of fietsend de tunnel onder de weg door gaat, richting Schoorl of er juist vandaan.. de vogel heeft je in de gaten, vanaf zijn verheven plekje. Desnoods draait hij een stukje op de wind met je mee, want dat kan hij, zo groot als ie is. Het lijkt er bovendien sterk op dat hij je niet alleen in de gaten heeft, maar het zaakje ook meteen niet helemaal vertrouwt. In een soort defensieve aanvalshouding staat hij daar. Dreigend, de kop dicht bij de grond, de staart omhoog en de stompe snavel opengesperd. Klaar voor het gevecht, mocht dat nodig zijn. Kom me niet te na, lijkt hij je toe te roepen, je hoort er automatisch het wat ordinair krassend geluid bij.

P1030482

Dat laatste blijkt echter al gauw verbeelding te zijn omdat we hier niet te maken hebben met een kauw of een kraai, wat we eerst dachten, maar met een merel. Dat lezen we thuis op internet, maar we zien het ook zelf al, als we dichterbij komen, want dan blijken er meer vogels te zijn. Langs het fietspad naar het tunneltje is er aan iedere lantaarnpaal één bevestigd. Zeven in totaal. Veel kleiner zijn deze zeven dan hun grote soortgenoot, en eerlijk gezegd ook iets duidelijker merels. Elk in een andere karakteristieke houding, zittend op een takje met blaadjes eraan dat zo aan de lantaarnpaal lijkt te groeien. Als silhouetten uit een staalplaat gestanst of gesneden en strak in de zwarte lak.

metal-bird-black-bird-97434
De Metalbird merel, verkrijgbaar in de museumshop.

Het doet meer dan een beetje denken aan de inmiddels zeer populaire cortenstaal Metalbirds, die je in de betere museumshop in soorten en maten kunt kopen, om thuis in de tuin in een boomstam te slaan. Die zijn een idee van de Nieuw Zeelandse ontwerper en kunstenaar Phil Walters, die in 2011, geïnspireerd door Banksy, de eerste exemplaren her en der in zijn woonplaats installeerde, bij wijze van straatkunst. Waarna het al snel breed werd opgemerkt en het zich in de jaren daarna over de wereld verspreidde. Het ontwerp van de Schoorlse merels is van 2013, lezen wij. Het zou dus kunnen dat de makers zich hierdoor hebben laten inspireren. We filosoferen maar wat voor ons uit. Dat ze hier, denkend in de lijn van DaDa en Pop Art, een gebruiksvoorwerp of in dit geval een alledaags massa-designproduct tot kunst verheffen. Door er ook nog een enorm uitvergrote versie van te maken verwijzen ze wellicht naar Claes Oldenburg, een Zweeds-Amerikaans kunstenaar die op die manier te werk gaat en op zijn beurt eigenlijk ook best in het verlengde van DaDa en Pop Art gezien kan worden, wat ons betreft.

blok lugthart
Bas Lugthart (l) en Maree Blok vormen samen het kunstenaarsduo BlokLughthart.

Maree Blok (1959) en Bas Lugthart (1955) zijn de kunstenaars waarover we het hebben, hier aan de N9 bij Schoorl. Als duo werken ze onder de naam BlokLugthart en hebben ze al heel wat bijzondere kunstwerken in de openbare ruimte op hun cv staan. Vaak spelen enorm uitvergrote mensfiguren de hoofdrol in die beelden, tot eenvoudige en krachtige vormen of lijnen teruggebracht. In een aantal werken wordt water ingezet als beeldmateriaal, of ijs, als het water in de winter bevriest. Blok en Lugthart gaan voor de ‘wow-factor’, zeggen ze zelf, en inderdaad is dat een woord dat graag bij je opkomt wanneer je hun werk bekijkt.

Kunst-openbare-ruimte-Joure-BlokLugthart-2
Het grote gezicht. Een sculptuur van BlokLugthart in Joure. Het beeld heeft ook de functie van gemaal. Het opgepompte water wordt weer uitgespoten in stralen die het gezicht af maken en de suggestie geven van in de wind bewegende haren.

Het initiatief voor het kunstwerk aan de N9 werd genomen door de bewoners van Schoorl. Het verkeersknooppunt werd heringericht, met een nieuwe rotonde en een fiets- en voetgangerstunnel, en de bewoners benaderden de gemeente met het idee hier dan ook een kunstwerk te plaatsen, zoals vroeger gebruikelijk was met de percentageregeling. De gemeente vond dat zomaar een goed idee en gaf een aantal kunstenaars de opdracht een ontwerp te maken, waarbij het uitgangspunt iets typisch Schoorls moest zijn. Dit leidde uiteindelijk tot een prijsvraag waarbij inwoners van Schoorl uit drie ontwerpen konden kiezen. Dat werden dus de merels van BlokLugthart. Wat bij ons de vraag opriep: wat is er zo Schoorls aan merels? Welnu, dat zit zo: die staan in het wapen van Schoorl.

Coat_of_arms_of_Bergen_(North_Holland).svg
Het huidige wapen van de fusiegemeente Bergen nh met de acht merlets van Schoorl.

En nu Schoorl gefuseerd is met Bergen, staan ze ook in het wapen van Bergen. Alle acht. Dat wil zeggen, acht merlets. En hoewel dat foutief gespeld Frans is voor vrouwtjesmerel (merlette), is de merlet hier toch iets anders. Een heraldisch wapendier, namelijk. Een niet bestaand, symbolisch dier, in dit geval een sterk gestileerde eend-achtige vogel zonder snavel en zonder poten. Vraag ons niet waarom, het is zo. Alleen ridders die op kruistocht waren geweest mochten de merlet in hun wapen dragen, zo luidt het verhaal. Goed. Het zou misschien wel de defensieve houding van de grote merel verklaren, hij beschermt zijn nest, Schoorl, zoals het een heraldisch wapendier betaamt.
Het Betoverde Bos, heet het kunstwerk. In eerste instantie hebben wij ons afgevraagd waarom. Digitaal stuitten wij op tal van betoverde bossen in allerlei sprookjes, in één ervan werden meisjes omgetoverd tot vogels, maar dat leek ons uiteindelijk maar weinig met de gang van zaken in Schoorl te maken hebben. Net zo min als het jaren vijftig stripfiguur Olle Kapoen, wie kent hem niet, die ook in een betoverd bos heeft rondgedwaald.

olle kapoen kaft

Nee, inmiddels weten wij beter: een bos waar takjes aan lantaarnpalen groeien, waar bomen licht geven, waar merels van wapenschilden springen en groeien tot reuzenproporties.. dat moet beslist een betoverd bos zijn.

Jeruzalemvaarders

Kunst onderweg

Voor de Nederlands Hervormde kerk in Schoorl, op een paar meter afstand van zijn standbeeld voor het raadhuisje, wordt Jan van Scorel een tweede keer geëerd met een beeld. Jeruzalemvaarders heet het, dat staat tenminste met kapitalen in de betonnen sokkel gebeiteld. Een niet heel groot bronzen beeld van twaalf ernstig kijkende mannen op een rijtje dicht achter elkaar, in wijde kleding met lange mouwen en allemaal iets van een stok of een zwaard of een lans over de schouder. Halve mannen zijn het eigenlijk want ze zijn afgebeeld tot heuphoogte, benen hebben ze niet. En doordat het beeld aan de onderkant als één geheel en zonder detaillering rond is afgewerkt, lijkt het alsof de mannen met z’n allen in een beetje een krap bootje zitten, op twee steuntjes zwevend boven de sokkel. Dat zou dan kloppen met de naam van het beeld: Jeruzalemvaarders immers.

IMG_1680

Een naam die ook meteen beelden oproept van kruistochten en bloedvergieten, vandaar dat we de over de schouder gedragen stokken maar meteen als wapentuig interpreteren. Dat blijkt echter een voorbarige en onjuiste invulling. Jeruzalemvaarders waren geen kruisridders, het waren pelgrims, die de tocht naar Jeruzalem ondernamen om daar het Graf van Jezus en andere heilige plaatsen te bezoeken. Zo’n pelgrimage was een populaire onderneming in de 15e en vooral de 16e eeuw, tot de Reformatie er een einde aan maakte, aan al die verheerlijking.
Na hun reis eenmaal weer thuis verenigden deze pelgrims zich vaak in gildes, of broederschappen, en richtten als zodanig kapellen of altaren op, kwamen jaarlijks bijeen voor een gildemaaltijd en organiseerden processies waarbij ze, als teken dat zij de Heilige Stad hadden bezocht, een palmtak meedroegen, ook wel de Jeruzalemveer genoemd.

jeruzalemvaarders 3

Aha. Dat is dus wat we hier zien uitgebeeld. De mannen zitten niet in een bootje en ze dragen geen zwaarden of lansen mee.. ze lopen in processie, met een palmtak over de schouder als bewijs van goed religieus gedrag.
Het beeld is een ruimtelijke opvatting van een schilderij uit 1528 van, daar is ie dan: Jan van Scorel. Op dit schilderij zien we hetzelfde rijtje dicht op elkaar gepakte ernstige halve mannen met palmtakken over de schouder. Degene die links vooraan loopt, voor de kijker rechts, draagt er zelfs twee met zich mee. Hij heeft de reis twee keer gemaakt.

jeruzalemvaarders (2)

De volledige naam van het schilderij luidt: Groepsportret van Jeruzalemvaarders van de Ridderlijke Broederschap van de Heilige Lande te Haarlem. Het wordt beschouwd als het eerste groepsportret in de Nederlandse schilderkunst, een soort opstapje naar de schuttersstukken waar later de Gouden Eeuw zo beroemd mee is geworden en waarvan het oudste bekende voorbeeld al een jaar later, in 1529 werd geschilderd, door Dirck Jacobsz.
Maar goed, nu dwalen we wel erg af.

jan van scorel duplo

We waren bij Jan van Scorel. Die zelf ook een Jeruzalemvaarder was, hij had de reis naar het Heilige Land rond 1520 ondernomen. Toen hij in 1527 noodgedwongen in Haarlem kwam te wonen werd hij daar dan ook lid van de Haarlemse broederschap en voor hun kapel schilderde hij onderhavig Groepsportret. Zelf staat hij er ook op, heeft men opgemaakt uit de teksten die onder de mannen staan geschilderd. De derde man van rechts, dat is ‘m. En we kunnen er dus gevoeglijk van uitgaan dat ook in het bronzen beeld waar we nu naar staan te kijken de derde van rechts Jan van Scorel himself is.

ellen de groot

Het beeld is gemaakt door de Bergense kunstenaar/beeldhouwer Ellen de Groot (1942), in opdracht van de gemeente Schoorl, die toen nog bestond, en het werd geplaatst in 1986, gelijk met het standbeeld voor het raadhuisje. Als eerbetoon dus aan Jan van Scorel. Dit beeld maakte Ellen de Groot in brons, volgens de zogenoemde verloren was methode. Daarbij wordt eerst een beeld gemaakt in was, daaromheen wordt gips gegoten, het gips wordt als het droog is verhit, waardoor de was smelt, wegvloeit en er een mal voor eenmalig gebruik ontstaat. Brons erin, afkoelen, gips eraf, klaar. Verder werkt Ellen de Groot in allerlei materialen: klei, hout, steen of metaal. Vaak dansende of anderszins in beweging zijnde figuren. Zelf noemt zij haar werk gestileerd figuratief.

jeruzalem huilt 3

In 2006 werden de Jeruzalemvaarders het slachtoffer van vandalen. Waarschijnlijk voor de waarde van het brons werd het beeld van de sokkel gezaagd en meegenomen. Niet veel later werd het bij stom toeval teruggevonden bij een handelaar in oud ijzer, in het nabijgelegen Alkmaar. Iemand zag de brokstukken liggen, herkende het vermiste beeld uit Schoorl en waarschuwde politie en kunstenares. Het moet vreselijk zijn je werk op die manier terug te vinden. Zwaar beschadigd, incompleet, onthoofd, onteerd, ruw in stukken geslagen en liefdeloos in een bak geflikkerd. De handelaar waste de handen in onschuld, had er geen beeld in herkend en het brons was afgeleverd door keurige mensen. Of die ooit nog gevonden zijn, vermeldt de geschiedenis niet. Evenmin of de zaak voor de handelaar nog een staartje heeft gekregen. Voor het beeld heeft het er in elk geval een tijdje slecht uitgezien. Reparatie was niet mogelijk en er bestond dus geen mal van. Uiteindelijk werd er toch ergens geld gevonden en heeft de kunstenaar het opnieuw gemaakt. Nu staat er dus, sinds 2008, een originele replica.

Afgezant der Renaissance

Kunst onderweg

Voor het schattig kleine raadhuisje van Schoorl (anno 1601) staat een bijzonder beeld. Het lijkt in eerste instantie niet zo heel bijzonder. Bij oppervlakkige beschouwing zou je makkelijk kunnen denken dat het gewoon het dertiende klassiek geboetseerde standbeeld uit het dozijn is. De zoveelste bekende vaderlander uit vervlogen tijden, gevangen in brons.

raadhuis-schoorl.jpg

In een ontspannen, zelfverzekerde pose staat hij daar. Wijdbeens, alert, penseel en palet in de aanslag en gekleed volgens de mode voor beter gesitueerden uit een ver verleden. Een hoge kraag, een zwierige mantel, robuuste schouderstukken die aan een harnas doen denken, wijd geplooide en bloezende mouwen met nauwsluitende onderarmen, een pofbroek met beenwindsels om de kuiten en typisch middeleeuwse puntschoenen aan de voeten. Een baret op het hoofd. En alles van de fijnste stoffen en de duurste materialen. Nee, hier staat niet zomaar iemand. En dat klopt. Hier staat Jan van Scorel (1495 – 1562), waarschijnlijk de grootste vaderlander die Schoorl heeft voortgebracht. Een in zijn tijd beroemd, zeer gewaardeerd en baanbrekend kunstenaar. De eerste schilder die zich als kunstenaar beschouwde, een intellectueel als dichters en geleerden, en niet alleen de ambachtsman die de Middeleeuwen in de schilder zagen. Toonaangevend wegbereider van de Renaissance in de Nederlanden. In zijn geboorteplaats geëerd met dit standbeeld. Klassiek geval, duidelijk.

IMG_1686

Bekijk je het beeld wat beter, en van wat dichterbij, dan zie je al snel dat die adellijke kleding, die dure en fijne stoffen en materialen zo duur en fijn niet zijn. De pofbroek is opeens een stuk autoband, de bloezende plooien van de mouwen lijken verdacht veel op een in stukken geknipte tuinslang, de schouderstukken zouden wel eens het deksel van een plastic vuilnisemmer kunnen zijn, het vest een rieten mand. Dit zo klassiek aandoende beeld is geheel opgetrokken uit afvalmateriaal en alledaagse gebruiksvoorwerpen. De kunstenaar heeft het een en ander bij elkaar gezocht, het tot een geheel geassembleerd en in brons gegoten. Dat het nu evengoed klassiek oogt komt een beetje door dat brons natuurlijk, maar zeker ook doordat de kunstenaar haar materiaal heel goed gekozen heeft en er bijzonder mooi de juiste sfeer van zo’n adellijke dracht mee weet op te roepen. Erg knap.

elly baltus 2

Elly Baltus bij één van haar geassembleerde beelden

Elly Baltus, heet deze kunstenaar, geboren in 1957 in Bergen, en het beeld van Jan van Scorel was het eerste dat zij in deze stijl maakte. Kennelijk viel het in de smaak en was ze er zelf ook blij mee want er volgden er meer, zoals Vrouwen in het verzet, in Heerhugowaard, Jan van Heemskerck in Heemskerk en Jan Jansz Weltevree in De Rijp. Behalve met beelden is Elly Baltus internationaal bekend geworden met haar eigenwijze ontwerpen voor penningen, waarin ze de grenzen van het klassieke gegeven van de penning opzoekt, en combineert met elementen uit de moderne tijd waarin we nu leven, zoals elektronica bijvoorbeeld. Grofweg hetzelfde uitgangspunt dus als we in het beeld van Jan van Scorel zien. Zelf zegt Elly Baltus daarover: ‘We kijken vanuit het heden, met onze mogelijkheden en kennis, naar een historisch figuur die in zijn tijd ook modern was.’

440px-Jan_van_Scorel_-_Portrait_of_a_Young_Scholar_-_Google_Art_Project

De pose die Van Scorel aanneemt, op zijn sokkel voor het raadhuis, is ontleend aan een schilderij dat aan hemzelf is toegeschreven: Het portret van een jonge scholier, geschilderd in 1531. Op dit schilderij zien we een twaalfjarige jongen, alert en zelfverzekerd met pen en papier in de aanslag staan. Met ook nog net zo’n baret. Op het papier heeft de jongen een notitie gemaakt: Omnia dat Dominus, non habet ergo minus. We zien het papier van de achterkant dus het staat er in spiegelbeeld. Het betekent: Alles geeft de Heer, toch heeft Hij niet minder. Onder de scholier staat nog een Latijnse tekst: Quis dives qui nil cupit pauper avarus. Oftewel: Wie niets verlangt is rijk, de vrek daarentegen is arm. Stichtelijke teksten die verklappen dat Van Scorel behalve schilder en tekenaar, kunstenaar, geleerde en intellectueel ook een religieus man en een filosoof was. Hier staat, met andere woorden, waarlijk een afgezant der Renaissance.

Het geheim van de Alexanderflat ontsluierd

Kunst onderweg

alexanderflat

In Bergen aan zee werden wij op de hoek van de Zeeweg en het Van der Wijckplein dus zomaar voor een raadsel geplaatst. De zijgevel van de Alexanderflat, die daar staat, is vier verdiepingen hoog opgemetseld uit onregelmatig gevormde basaltblokken, zoals die ook worden gebruikt om golfbrekers mee op te werpen. En uit de speelse structuur die dat oplevert, steekt heel bescheiden een schijnbaar achteloos meegemetseld reliëf naar voren. Twee vrolijke figuren zien we, waarvan er één op de handen staat. Spelende kinderen, nemen wij aan, een populair thema immers, in de vijftiger jaren, toen je nog op straat spelende kinderen had. Het is zo onnadrukkelijk aangebracht dat je er ook zomaar aan voorbij zou kunnen lopen, zonder het op te merken. Wij hadden dat bijna gedaan. Het is dat de zon scheen en voor het schaduwrandje zorgde dat het reliëf verraadde.

alexanderflat

Maar nu het raadsel, waar wij voor werden geplaatst. Het bleek dat nergens een aanwijzing viel te vinden over wie de kunstenaar zou zijn die dit gemaakt had. Niet op een bordje ter plekke en ook niet weer thuis op internet. We achterhaalden nog net dat de Alexanderflat in 1958 werd gebouwd, het reliëf leek verder niet te bestaan. Ja toch, op een site van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen werd het ergens in een hoekje achteraf vermeld. Maar ook niet meer dan dat. Het reliëf wás er, het bestond, het was niet onopgemerkt gebleven.. maar wie het gemaakt had wist men op het ministerie ook niet te vertellen. Sterker nog, eenieder die meer informatie had over het werk of zijn maker werd verzocht die met het ministerie te delen.
Goed, wij hebben er inmiddels ons eigen verhaal omheen gebreid, ook altijd leuk, maar het zit ons toch niet lekker. We besluiten op onderzoek te gaan.
Te beginnen bij de Dorpsraad van Bergen aan zee. Daar lazen we al dat de Alexanderflat van 1958 is en destijds het begin van het einde betekende voor de eerder nagestreefde kleinschaligheid voor het dorp.. allicht dat we daar iets te weten komen. En inderdaad komt bij navraag al vrij snel in elk geval de naam van de architect van de flat naar boven: Gert Boon (1921 – 2009). Telg uit een architectengeslacht die er uitgesproken tot rigide ideeën over functionaliteit op na houdt, medeoprichter is van de Forumgroep en zich ontwikkelt tot een exponent van het zogenoemde structuralisme, een typisch Nederlandse stroming in de architectuur die zich afzet tegen de grootschaligheid en eenvormigheid van het dan heersende Nieuwe Bouwen en juist de menselijke maat als leidraad wil nemen. In een publicatie van het Nieuwe Instituut in Rotterdam wordt Boon in retrospectief omschreven als ‘een wat merkwaardige figuur op de achtergrond, die er ondanks zijn vooruitstrevende ideeën niet in is geslaagd zijn stempel op de Nederlandse architectuur te drukken.’ Boon vestigt zich na zijn studie in 1953 als zelfstandig architect in Amsterdam en de Alexanderflat, waarvan het ontwerp van 1955 stamt, zal dus één van de eerste opdrachten zijn geweest. In dezelfde periode ontwerpt en realiseert hij de kubuswoningen in de duinstrook tegenover de Alexanderflat. Over het reliëf wordt nergens gesproken. Het zou kunnen dat Gert Boon het ontwerp zelf heeft gemaakt, al lijkt ons dat, afgezet tegen zijn streng geordende, geometrische stijl, onwaarschijnlijk.

boon_n03

Gert Boon, architect van de Alexanderflat.

In afwachting van verdere berichten zoeken wij het hogerop en wenden ons tot de gemeente Bergen. Die ons per ommegaande niet kan helpen omdat men het niet weet. Omdat het reliëf geen onderdeel uitmaakt van de gemeentelijke kunstcollectie. En men het dus ook niet hóeft te weten. Waaróm het reliëf geen onderdeel uitmaakt van de gemeentelijke kunstcollectie en waar het dan wél onderdeel van uit maakt, blijft onvermeld. We worden doorverwezen naar het Regionaal Archief in Alkmaar.
Daar valt onze vraag gelukkig in vruchtbaarder aarde en wordt ons zelfs verzocht eventuele verdere bevindingen te delen. Via een door het archief geraadpleegde lokale historicus worden wij vervolgens in contact gebracht met de secretaris van de werkgroep Historisch Onderzoek van de Historische Vereniging Bergen die op zijn beurt weer beschikt over een artikel over de Alexanderflat dat echter nooit werd afgemaakt omdat de auteur ervan voortijdig overleed en dat dus ook nooit werd gepubliceerd maar waarin wel de maker van het wandreliëf dan eindelijk bij naam wordt genoemd. Het is Henk van den Idsert (1921 – 1993). Bij ons roept die naam geen herkenning op maar nader onderzoek wijst uit dat hij in kunstenaarsdorp Bergen geen onbekende is. Sterker nog, mijn eigen schoonvader, die in Bergen woont, herinnert zich hem als een heel prettige man. Heeft zelfs een klein bronzen beeldje van hem op de vensterbank staan. Maar dit terzijde.

P1050947-225x300

Henk van den Idsert is van vóór de opkomst van internet, hij is er maar mondjesmaat te vinden. Dit is een geschilderd zelfportret.

Het is een veelzijdig kunstenaar, Henk van den Idsert, die zich in veel technieken weet uit te drukken. Schilder, tekenaar, aquarellist, graficus, beeldhouwer. En hij maakte mozaïeken, dus. Studeerde aan de Rijksacademie in Amsterdam en is daarna in de leer geweest bij onder meer Matthieu Wiegman en Ossip Zadkine. Hij wordt gerekend tot de latere generatie van de befaamde Bergense School, een zich rond het naamgevend dorp afspelende stroming van expressionistische kunstenaars met kubistische invloeden. Als beeldhouwer staat Van den Idsert bekend om zijn weinig gedetailleerde mens- en dierfiguren. Hij hakte direct in hout of steen en liet zich leiden door de vorm en de eigenschappen van het materiaal. Dat laatste zien we in elk geval terug in het wandreliëf in Bergen aan zee, waar de voorstelling als vanzelf lijkt te ontstaan uit de vorm en de structuur van de gemetselde basaltblokken. Bijzonder hoe uit zulk grof materiaal toch zo’n bescheiden, haast subtiel beeld kan worden gevormd.
Een interessante vraag die nu opkomt maar waarschijnlijk onbeantwoord blijft is of deze twee mannen, Gert Boon en Henk van den Idsert, leeftijdgenoten, elkaar kenden. En was het de architect die bedacht dat de zijgevels uit basaltblokken moesten worden gemetseld en heeft de kunstenaar vanuit dat gegeven zijn ontwerp gemaakt? Of heeft de kunstenaar de architect aan het idee van basaltblokken geholpen?

van den idsert

Het onvoltooide beeld van Henk van den Idsert in de tuin van museum Kranenburgh in Bergen.

Ander beeldhouwwerk van Van den Idsert is op verschillende plekken te zien, zeker in Bergen. Aan de Landweg staat daar De Amazones, bij Museum Kranenburgh De Onvoltooide, in het bijbehorend beeldenbos nog een aantal, en aan de Kerkelaan is een beeldentuin met veertig van zijn werken ingericht, al zijn we er niet honderd procent zeker van dat die nog steeds bestaat.
Rest ons nog onze burgerplicht te vervullen en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen op de hoogte te brengen van onze bevindingen.

Het geheim van de Alexanderflat

Kunst onderweg

Op de hoek van de Zeeweg en het Van der Wijckplein in Bergen aan zee staat sinds 1958 de Alexanderflat. De bouw ervan is de geschiedenis ingegaan als het definitieve einde van de blijkbaar ooit nagestreefde kleinschaligheid voor Bergen aan zee, en wordt genoemd als één van de oorzaken dat er nooit echt een centrum is ontstaan, waardoor het dorp een ongestructureerd en rommelig karakter kreeg. Ik praat hier de Dorpsraad na, dat spreekt. De flat telt vier verdiepingen met vakantieappartementen en is er één uit twee of misschien wel meer dozijn. De enige reden het er hier over te hebben is de zijgevel.
De flat lijkt als door twee boekensteunen te worden bijeengehouden door de zijgevels, opgemetseld uit basaltblokken zoals die ook gebruikt worden om golfbrekers mee op te werpen. Een knipoog van de architect allicht naar de op steenworp afstand liggende zee. Een idee dat aardig uitpakt want doordat de basaltblokken onregelmatig van vorm en grootte zijn, ontstaat er een speels metselwerk dat om vele middelpunten lijkt rond te draaien. Gelijk de zee rond een golfbreker kan doen.

IMG_1269

De zijgevel aan de kant van de Zeeweg blijkt bovendien, bij beter kijken, voorzien van een wandreliëf. Er worden twee spelende of dansende figuren uitgebeeld, kinderen misschien. Eén staat er op de handen, de ander staat ernaast te juichen of te zwaaien of anderszins. Je moet inderdaad echt beter kijken anders zie je ze zo over het hoofd, de figuren zijn bijna onmerkbaar in het patroon van de gevel meegemetseld, ze steken alleen iets naar voren, de schaduw verraadt ze. Maar alleen de schaduw. Een bordje met nadere inlichtingen over maker, opdrachtgever of jaar van ontstaan is nergens te vinden, al lopen we er een rondje voor om de flat.
Op internet zijn de figuren zelfs helemaal onopgemerkt gebleven. Nergens is een schaduwrandje van informatie te vinden over wie de kunstenaar is, of zelfs maar de architect van het gebouw. Hoe en waar we ook zoeken, het blijft in nevelen gehuld. Uiteindelijk vinden we een webpagina van de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.. waar ze het ook niet weten. Waar zelfs een oproep gedaan wordt aan eenieder die meer weet over het reliëf en zijn kunstenaar om die kennis te delen.
Tot nader order houden wij het er daarom op dat hier een metselaar aan het werk is geweest, halverwege de jaren vijftig, die eigenlijk een toekomst als kunstenaar voor zichzelf had gewenst maar noodgedwongen in de bouw terecht was gekomen. Er moest brood op de plank tenslotte, hij had een vrouw en twee kinderen thuis. In de bouw was nog altijd werk genoeg, zo kort op de oorlog. Een carrière in de kunst zat er voor hem niet in. Maar hier, op de zijgevel van de Alexanderflat, had hij zijn kans schoon gezien. Al metselend aan de rechter zijgevel had hij gemerkt wat een speels beeld het metselen met de onregelmatig gevormde basaltblokken opleverde. Voor de linker gevel had hij heimelijk besloten zijn fantasie de vrije loop te laten en de wereld te laten zien dat hij meer was dan een metselaar. Hij was dan misschien geen Da Vinci, zijn ambitie was er niet minder om. Bergen was een kunstenaarsdorp, hier zouden ze hem begrijpen. Waarderen misschien zelfs. En zo had hij zijn kinderen vereeuwigd, spelend en dansend in een ter plekke uitgedokterd wandreliëf.

Uiteraard houden wij ons, net als het Ministerie, van harte aanbevolen voor nadere inlichtingen rond dit geheimzinnige kunstwerk.

Jonas en de walvis

Kunst onderweg

Als we Bergen aan zee inrijden en het strand naderen, en daarmee het beginpunt van onze wandeling de komende maanden, zien we op de rotonde bij het zeeaquarium een beeld staan. Of beter gezegd, we zien het niet staan. We zoeken een parkeerplekje, we vergewissen ons ervan dat dat gratis is deze tijd van het jaar, we gorden onze rugzakken om, trekken de wandelschoenen aan en gaan op zoek naar een geschikte gelegenheid om de dag te openen met een kop koffie. Zo vergaat het de kunst in de openbare ruimte. Het staat er wel, maar we zien het niet. Niet echt. We geven geld uit aan een museumjaarkaart, of aan entree voor het museum, om daar kennis te nemen van het tentoongestelde, maar de kunst die dagelijks gratis te bezichtigen valt op straten, pleinen en rotondes, daar lopen en rijden we achteloos aan voorbij. Omdat we te druk zijn met iets anders. Dat is jammer denken wij, het staat er niet voor niets tenslotte, en we besluiten ons leven te beteren. Te beginnen met het beeld op de rotonde bij het zeeaquarium in Bergen aan zee.

IMG_1262

Het heet Jonas en de walvis, staat op het bordje in de van kinderhoofdjes gemetselde sokkel, en het is van Nic Jonk (1928 – 1994). Die kennen we wel, die naam. Op onze wandeling langs het Noordhollandpad, vele jaren geleden, passeerden we zijn beeldentuin in Grootschermer. Ook tamelijk achteloos overigens. We denken aan voluptueuze maar tegelijk sierlijke beelden, glimmend zwart, met veel ronde, vaak ook vrouwelijke vormen. Figuratief en toegankelijk. Dat is dit beeld ook. Bij heel slordig en oppervlakkig kijken zou je een soort van boom kunnen zien maar nadere beschouwing levert al snel een menselijke figuur op, in verstrengeling of worsteling met een grote vis. De groep bollen daaronder zal het schuim op de golven van de zee verbeelden.
Jonas en de walvis. Een bekend verhaal, zou je zeggen, maar bij ons is het een beetje een klok en klepel verhaal. Eerlijk gezegd kennen wij het vooral van het oeroud kinderliedje dat onze ouders voor ons zongen: Toen Jonas in de wallevis zat, van je één.. twee.. drie! Daarbij werd je dan aan handen en voeten opgetild in de maat tussen je ouders heen en weer geslingerd. Bij drie werd je losgelaten en plonsde je in het zwembad. Net als bij veel andere kinderliedjes had je geen flauw idee waar het over ging. Kinderen slikken veel voor zoete koek. Het blijkt dus een bijbelverhaal te zijn. Noem ons onwetend zo u wilt, wij wisten het inderdaad niet. Wij zijn niet erg bekend met de bijbel. Dus.

jona bijbels

Jonas, of Jona, was een profeet die van God de opdracht kreeg de bevolking van de stad Ninevé, het huidige Mosul in Irak, een ultimatum te stellen. Wanneer zij hun de Heere onwelgevallige manier van leven niet binnen veertig dagen zouden veranderen zou Zijn toorn hen treffen en zou hun stad worden verwoest. Jonas voelde niet zoveel voor deze taak en maakte zich per schip in tegengestelde richting uit de voeten. Dit bleef uiteraard niet onopgemerkt bij zijn opdrachtgever, we hebben het hier wel over God tenslotte, en die achterhaalde hem met een flinke storm, waarin het schip met man en muis dreigde te vergaan. In een schuldbewuste poging in elk geval de bemanning van het schip van de ondergang te redden besloot Jonas overboord te springen en zijn leven in de golven te offeren. Dat was nou ook weer niet helemaal de bedoeling van God, aan een dode profeet had Hij ook niet veel, en zo kwam het dat Jonas door een grote vis werd opgeslokt en aldus van de verdrinkingsdood gered. Drie dagen en drie nachten zat hij daar opgesloten voor hij door de vis weer werd uitgespuugd. Dat zal de herkomst van het één, twee.. drie! ritueel uit het kinderliedje zijn, vermoeden wij. Jonas, tot inkeer gekomen tijdens zijn eenzame opsluiting, meldde zich alsnog met zijn onheilspellende boodschap bij de inwoners van Ninevé, die het reuze goed opnamen en hun levenswandel welwillend aanpasten, waardoor hun stad werd gespaard. Niet helemaal tot in de eeuwigheid trouwens want vanaf halverwege de 19e eeuw werd de stad al als een ruïne uit het woestijnzand opgegraven en nog onlangs werd uit hoofde van weer een andere God het nodige onwelgevallig cultuurgoed kort en klein geslagen door Islamistische Staat. Ondoorgrondelijk, wat u zegt.

11875517_1660863454195057_1443373746_n
Nic Jonk voor zijn Jonas en de walvis, bij de onthulling van het beeld in 1977, in Bergen aan zee. De foto is afkomstig van het instagramaccount @levengreetennicjonk.

Nic Jonk heeft Jonas niet ín de walvis afgebeeld. Zo letterlijk heeft hij het verhaal kennelijk niet willen nemen. In zijn beeld wordt Jonas door de vis over de golven des doods gedragen en zo in veiligheid gebracht. De vis moeten we dan zien als het symbool van Jezus en het christelijk geloof, zoals je dat wel eens achterop auto’s ziet geplakt. Veilig onderweg met Jezus. Ook Jonks Jonas heeft zijn arm vol vertrouwen om de vis, zijn God, geslagen. Zo heeft de kunstenaar gekozen voor de diepere betekenis van het verhaal.
We lezen dat Nic Jonk, naast zijn eigen leefwereld, graag koos voor bijbelse en mythische taferelen en dat hij, zoekend naar de perfecte uitbeelding ervan, vaak meerdere versies van één tafereel maakte. Zo zijn er acht verschillende versies van Jonas en de walvis bekend, die onder meer te zien zijn in de straten van Amsterdam, Eindhoven, Tilburg, Heerlen, Vlaardingen en in het museum Beelden aan zee in Scheveningen.
Het beeld in Bergen aan zee werd geplaatst in 1977. Aanvankelijk stond het dichter bij strand en zee en had het de branding en de golven als gepaste achtergrond, maar toen het na een storm in 1990 gevaarlijk dicht op het randje van de duinen kwam te staan, werd het verplaatst naar waar het nu staat, op de rotonde bij het zeeaquarium.