Rimpels in het voorhoofd van Moeder Aarde

De etappe van Houwerzijl naar Baflo liepen we op woensdag 17 mei 2017

Houwerzijl lijkt best een aardig plaatsje, toch krijgt het van ons niet de aandacht die het dus waarschijnlijk verdient. Er zijn een hele winter en een half voorjaar overheen gegaan sinds we hier de wandeling onderbraken en nu we de draad weer op willen pakken, kunnen we hem zo gauw niet meer vinden. Houwerzijl ligt net naast de voorgeschreven route, dus het boekje biedt maar weinig soelaas, en markeringen, hoe goed we ook zoeken, ontbreken. Een man met een grote snor die zijn dito hond voor ons tot kalmte maant, zet ons op het spoor naar de Houwerzijlstervaart, en dan komt alles goed.

DSC08658

Wij hervatten onze tocht over een zeer uitbundig met fluitekruid omzoomd fietspad langs het water. De fietsers die we daarbij tegenkomen zijn niet geërgerd dat wij hun de weg versperren, zoals je ook wel meemaakt als wandelaar, maar roepen ons stuk voor stuk blijmoedig toe hoe móói het hier is, met al dat fluitekruid. En verderop, in Leens, zet die gemoedelijke trend zich voort. Daar ontmoeten we meerdere mensen die uitgebreid in de tuin zitten, de ramen zemen of de bloembakken water geven en ons bij het langslopen aanmoedigen met de vaststelling dat het schitterend wandelweer is. Iets dat wij telkens even opgewekt beamen. Het ís ook schitterend wandelweer. Langzaam breekt de zon door en wordt het steeds warmer. Met in de mensen duidelijk een welbehagen.

DSC08663

Iets vóór Leens betreden wij met gepaste eerbied nog Olle Weem. Een zeer oud kerkhof, gelegen op een wierde, idyllisch omzoomd door bomen en opnieuw bloeiend fluitekruid. Het is het enig overblijfsel van Vliedorp, dat hier in oude tijden lag. Zo lezen wij op het informatiebord. Tot het jaar des Heeren 1695 liepen de inwoners van Houwerzijl hier op zondag langs het kerkepad naartoe om de mis te bezoeken. Daarna raakte de kerk van Vliedorp in onbruik, werd hij afgebroken en werden zijn stenen hergebruikt voor de pastorie van Leens. Het dorp bleef bewoond tot het eind van de achttiende eeuw. Het kerkhof was tot 1868 in gebruik als dodenakker van Houwerzijl. Bij slecht weer werd de rouwstoet per boot over de Houwerzijlstervaart vervoerd, lezen wij nog. Begin twintigste eeuw is de wierde voor een groot deel afgegraven, om de vruchtbare zeeklei waarvan zij was opgeworpen aan belendende provincies te verkopen, een lot dat veel wierden in die tijd was beschoren. Een operatie waarbij in dit geval blijkbaar geen rekening werd gehouden met het gegeven dat de kostbare aarde hier eeuwige rust bood aan de doden, aangezien er veel zerken bij verloren zijn gegaan. Die zijn, aldus nog altijd het informatiebord, door boeren uit de omgeving ‘voor allerlei doeleinden’ aangewend. Een mededeling van een nieuwsgierig makende vaagheid. Wat overbleef zijn twaalf verspreid liggende, moeilijk leesbare zerken. En de ondanks alles verstilde sfeer.

DSC08690

Even voorbij Leens leggen we aan bij de borg Verhildersum, omringd door een slotgracht, gelegen temidden van barokke tuinen, een lommerrijk landgoed en aan het eind van een statige oprijlaan. In 1398 bescheiden begonnen als een verdedigbare woontoren, groeide het vanaf de zestiende eeuw uit tot de rijke herenwoonstee die er nu nog staat, met koetshuis, arbeidershuisje, duiventil en boerderij.
Langs het Scheeftilsterpad lopen we verder langs een toch echt lichtglooiend landschap. Veel landerijen worden gebruikt voor de aardappelteelt en zijn zandkleurig, grijsachtig bruin, bruinachtig grijs. Gestreept, met hoge ruggen, alsof het land zorgvuldig met een reuzenkam gekamd is, in superstrakke voren. Soms kaarsrecht, soms in concentrische bogen. Rimpels in het voorhoofd van Moeder Aarde.

DSC08726

Langs het Warfhuisterloopdiep komen we terecht in Warfhuizen, dat een soort havenstadje blijkt te zijn, middenin het Groningse land. Langs de vaart ligt een lange rij bootjes in soorten en maten afgemeerd. En in uiteenlopende staten van onderhoud, dat ook. Maar in bijna allemaal wordt druk getimmerd, geklopt en gezaagd. Er moet blijkbaar nog heel wat gebeuren voor er gevaren kan worden. Iets verderop treffen we zelfs een werfje, met op het droge een heel aantal boten, waarvan sommigen zolang even op een paar oliedrums zijn gestald. Aan de waterkant een eenvoudige takel om ze weer in de vaart te tillen. In de schaduw van één van die boten staan twee mannen een gemoedelijk praatje te maken. Ze blijken te wachten op de eigenaar van de werf, en de takel, die de boot van de mannen vandaag volgens afspraak te water zou laten. Al lijkt het erop dat hij niet op komt dagen, stellen ze laconiek vast. Eén van de mannen vertelt uit Rotterdam te komen. Waar zijn ouders in 1941 naar terugkeerden, toen het nog smeulde. Maar nu woont hij dus hier en dat bevalt hem prima. Al wacht hij dan waarschijnlijk vergeefs tot zijn boot te water wordt gelaten. De man draagt een rond hoornen brilletje, een boordloos overhemd, een krullende snor, lang haar en een platte pet waar hij regelmatig onder krabt. Het is te warm voor een wollen pet. Zijn veel te ruime ribfluwelen broek wordt door rode bretels omhoog gehouden en hij hanteert een bij dit alles passende artistieke onverschilligheid die wat bestudeerd aandoet. Wanneer wij opperen dat hij de man van de takel misschien kan bellen, werpt hij zijn beide armen in gespeelde hulpeloosheid in de lucht en roept schamper uit dat hij niet eens weet hoe zo’n 06-ding wérkt. De mannen accepteren aldus de tegenslag en besluiten de middag elders en op een andere manier door te brengen. Wij vervolgen onze weg.

Abel_Stok

Bij het gemaal Abelstok betreden we zo’n beetje de Groningse actualiteit van gaswinning en zakkende bodem. Het is één van de gemalen die werden gebouwd op de grens van het verzakkingsgebied met als taak het waterpeil in het gebied aan te passen aan de dalende bodem. Over de herkomst van de naam Abelstok doen verschillende verhalen de ronde. Het meest tot onze verbeelding spreekt de 19e eeuwse sage van ene Abel die, om een weddenschap te winnen, met een polsstok de Hoornse vaart bedwong maar daarbij zó ver sprong dat hij aan de overkant volledig uit zicht verdween, tot radeloosheid van de achtergebleven toeschouwers.
Bij het gemaal ontmoeten we een man waarvan we achteraf denken dat hij wel eens een ver familielid van Abel Stok zou kunnen zijn. Hij zit nogal verlegen om een praatje, en de oude en der dagen zatte teckel die hij bij zich heeft legt zich daar amechtig hijgend van de inmiddels zomerse hitte bij neer. De man vertelt ons met enig bravoure hoe hij een aantal keer per week het tegenoverliggend Abelstokbos intrekt om er met een boomstam van soms wel 80 kilo weer uit te komen, die hij dan vervolgens op zijn schouder naar huis vervoert. Bij wijze van sport en beweging. Die bomen blijven daar toch maar liggen, vindt de man, en dat is dan misschien in het kader van het moderne natuurbeheer, maar zo komt hij mooi aan zijn brandhout voor de winter. Toen de stammen eens te groot waren om te dragen, had hij een kettingzaagje meegenomen. Hij zou er natuurlijk ook met een aanhanger heen kunnen gaan, en zijn hele voorraad in één keer meenemen, dat snapte hij ook wel, maar dan was het dus geen sport meer. En op deze manier werd hij víer keer warm van zijn hout, rekent hij ons voor. Wisten wij trouwens dat er naast het gemaal ook een vistrap was gebouwd? Zodat de vis ongestoord langs het gemaal van a naar b kon zwemmen. Flauwekul en zonde van het geld, als je het hem vroeg, want hij had er nog nooit een vis in gezien.

DSC08751

Langs het Mensingeweersterloopdiep en Mensingeweer zelf tenslotte, geraken we in Maarhuizen, bestaande uit niet veel meer dan een grote boerderij van 1811 die er verlaten bijstaat. Op het erf staan wat roestige voorwerpen, de ruiten van de stal zijn gebroken, de luiken van het woonhuis hermetisch gesloten. De stalmuur is met dikke houten balken gestut. Nu staan we dus echt op verzakte bodem, bedenken wij, al weten we het zeker niet zeker. Geen teken van leven dat ons tegenspreekt. Maarhuizen is verlaten. Gevlucht voor de NAM, en het beven der aarde. Alleen de doden zijn achtergebleven, in serene rust, op het naastgelegen wierdekerkhof.

Advertisements

Down the rabbithole

In de fotorubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’ verzamelen wij voorbeelden van onze veelbesproken en innig geliefde vaderlandse culturele identiteit, zoals we die aantreffen langs het Nederlands Kustpad. Langs tuinpad en oprijlaan. Op terras, gazon of stoepje. In border of portaaltje. Onderstaand tafereel kwamen wij tegen in Niekerk.

down the rabbithole niekerk

Dik Trom

DSC07178

Je komt het tegen, op je pad. Langs je weg. Op je route. Ook langs het Nederlands Kustpad. Het ís geen kunst, zo is het níet bedoeld, het staat er gewoon, te wachten op iets anders, maar als je er met andere ogen naar kijkt zou het zomaar net zo goed wel kunst kunnen zijn. Waarom niet. Het is maar net hoe je het bekijkt. En of je het wilt zien natuurlijk, dat ook. Geen Kunst, noemen we het genre. Bovenstaand beeld troffen wij in Niekerk.
Hier is nog het adres voor de immer uitdijende, nimmer complete digitale catalogus van  Beeldentuin De Wereld.

Niekerker binten

Een wandellimerick

Al wandelend langs het Nederlands Kustpad bedenken wij voor iedere plaats waar wij doorheen lopen een limerick. Een wandellimerick, zoals we deze officieuze loot aan de stam van de light verse genoemd hebben. Ieder dorp, gehucht of buurtschap krijgt er één van ons. Met als enig argument dat wij het zelf zo leuk vinden om te doen. Een aanleiding vinden we telkens in de kleine dingen. Een ontmoeting, een gesprekje, een observatie. Een uitzicht, een aanzicht of een inzicht. Of anderszins.
In Niekerk geraakten wij op het kerkhof. In veel plaatsjes geraken wij op het kerkhof. Niet vanwege een macabere obsessie voor de dood en zijn onderdanen, maar omdat die oude kerkhofjes altijd bijzondere plekken zijn. Uitlopers van het verleden in de dag van vandaag. En al liggen ze vaak midden in een stadje of pal aan een dorpsplein rond de kerk gedrapeerd, er hangt op één of andere manier steeds een weldadige, serene rust. Waarschijnlijk is het de rust die je in jezelf vindt. Het zijn fijne plekken om even te verkeren, wat beschouwend rond te slenteren en stil te mijmeren over het éen of ander. Al gebiedt de eerlijkheid ons te bekennen dat het op het kerkhof van Niekerk niet bij eerbiedig mijmeren bleef. Een rijtje prominente grafstenen markeerde de graven van wat de familie Aardappel geweest moet zijn. Een vader een moeder en twee zonen. Vier Aardappels, op een rij in de grond. Vreselijk kinderachtig en respectloos, zonder meer, maar wij moesten er even bij gniffelen. Sorry.

DSC07181

Niekerker binten

Op het kerkhof van Niekerk, zagen wij,
lagen vier dode Aardappels, op een rij..
Het getuigt niet van fatsoen,
we hadden het niet moeten doen,
maar wij stonden er gniffelend bij.

Lost in a forest

Ook langs het Nederlands Kustpad komen wij het iedere etappe wel tegen. Het ís geen kunst, maar zou het net zo goed wél kunnen zijn. Dat ligt er maar net aan hoe je het bekijkt. En of je het wilt zien. Het is GeenKunst. De wereld is een beeldentuin, als je het goed beschouwt. Onderstaand beeld vonden wij even buiten Lauwersoog.

DSC07090

Dat komt alleen maar voor in Dallas

dat komt alleen maar voor in Dallas

In de inmiddels bekende fotorubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’ verzamelen wij voorbeelden van onze veelbesproken en soms wat luidruchtig bewaakte vaderlandse culturele identiteit zoals we die aantreffen langs het Nederlands Kustpad. Langs tuinpad en oprijlaan. Op stoepje, gazon of terras. In de tuin of op het balkon. Bovenstaand tafereel troffen wij aan in een voortuin te Vierhuizen.

Het Lachende Paard in Vierhuizen

Een wandellimerick

Voor iedere plaats waar wij door wandelen, langs het Nederlands Kustpad, bedenken wij een limerick. De wandellimerick, noemen wij dit zelfverzonnen subgenre binnen het light verse. Ieder gehucht, dorp of buurtschap krijgt er één van ons. Gewoon omdat we dat leuk vinden. De aanleiding vinden wij in wat wij zien, horen of beleven. Het kan een gesprekje zijn, een ontmoeting. Het kan het weer zijn, of een straatnaam, een beeld op het plein. Van alles. Als het ons maar opvalt.
In Vierhuizen was dat herberg Het Lachende Paard. Aanvankelijk natuurlijk omdat het de enige horeca ter plekke was, en behoorlijk welkom, het was een warme dag. Ook nog vanwege de Asterix en Obelix achtige naam. Maar eenmaal plaatsgenomen op het terras, en eenmaal eens binnengelopen naar de toog, was het iets anders dat ons opviel. Deze herberg stond niet in de 21e eeuw. In deze herberg was het decennia geleden.
Dat zat hem in de inrichting van de gelagkamer, die bepaald authentiek aandeed; het zat hem in de stoïcijnse rust waarmee het wegens de naderende seizoenssluiting zeer beperkte aanbod van koffie, thee of chocomel werd opgesomd; maar het zat hem ook in de geur die er hing. De geur waarvan steeds een flard mee naar buiten ontsnapte als de deur open zwaaide, voor het bedienend personeel. Een moeilijk thuis te brengen geur was het. Een subtiele geur, zeker geen vieze. Een ouderwetse geur.
Het was, zo achterhaalden wij tenslotte na vele malen aandachtig opsnuiven, de geur die vroeger bij onze oma’s in huis hing.
Verdomd, dat was het.

DSC07158

Het Lachende Paard in Vierhuizen

Herberg het Lachende Paard in Vierhuizen
heeft een opstapje van oude plavuizen
en bewaart achter haar deur
de haast vergeten geur
van poffert en kolenfornuizen.

Je kunt het op je klompen aanvoelen

op je klompen aanvoelen

Een nieuwe aanwinst in onze fotorubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’. Waarin we voorbeelden verzamelen van onze even geliefde als veelbesproken vaderlandse culturele identiteit zoals we die aantreffen langs het Nederlands Kustpad. Langs tuinpaden en oprijlanen. Op stoepen en stoepjes, terrassen en gazons. Of aan de muur, zoals hier in Paesens Moddergat.

Een oefendorp, een lachend paard en de familie Aardappel

De etappe van Lauwersoog naar Houwerzijl liepen we op 23 september 2016

We spreken af bij De Theefabriek in het Groningse Houwerzijl en rijden met een auto naar het beginpunt van de route in Lauwersoog. Mijn zwager uit Schagen en ik uit Zuidwest Drenthe. We zijn allebei een flink eind van huis ondertussen.
Hoe het komt weten we niet, maar we lopen aan het begin van de etappe verkeerd. Daar in het Lauwersmeergebied, met maar heel weinig wandelpaden, zijn wij de weg kwijt. Dat is eigenlijk best een prestatie! Google Maps biedt uitkomst. Je mobiel vertelt je tegenwoordig feilloos waar je je bevindt op de aardbol. Vroeger raakten vast veel meer mensen verdwaald.

DSC07111

Via het Marnebos komen we in Marnehuizen. Marnehuizen is geen echt dorp, maar een oefendorp van defensie. Militairen uit binnen- en buitenland komen ernaartoe. Het dorp bestaat uit tientallen lege decorhuizen, schuren, winkels, een gemeentehuis, station etc. Oorlogssituaties worden hier gesimuleerd. Verderop zijn tankbanen en voorden, waar amfibievoertuigen het water kunnen oversteken. Het is een nogal surrealistische omgeving, in een oase van onstuimig groen.
Na Marnehuizen volgt de Westpolder, de kleigrond is klaar voor de winter. De even verderop gelegen boerderij Torum, is het geboortehuis van Sicco Mansholt. Hij was de geestelijk vader van het veelbesproken en later bekritiseerde landbouwbeleid van landbouwsubsidies, waarbij boeren een minimumprijs kregen voor hun producten en waarvan hij later overigens zelf ook terugkwam.

DSC07155

Een dikke pleisterlaag verbergt het middeleeuwse verleden van de kerk van Vierhuizen. Bij Herberg Het Lachende Paard, maakt men zich op voor het laatste weekend van het seizoen. De camping en de herberg gaan dicht voor de winter. Wij kunnen nog fijn op het terras zitten en drinken wat nog over is van een lang seizoen.
Bij Niekerk zouden we het liefst de pijp aan Maarten geven, maar dan moeten we nog een stukkie. Op het kerkhof bekijken we de graven van de familie Aardappel die daar begraven ligt. Toch ook niet fijn als je zo’n achternaam hebt, lijkt ons. We gaan over Zuidema’s Klap en bereiken Houwerzijl. We zullen het Nederlands Kustpad in het voorjaar van 2017 daar weer oppakken. Dat is de bedoeling.

Once there was a day

In de fotorubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’ verzamelen wij voorbeelden van onze beminde en veelbesproken, soms omstreden vaderlandse culturele identiteit, zoals we die aantreffen langs het Nederlands Kustpad. Langs oprijlaan en tuinpad. In border, op stoep of terras. Of aan de muur. Zoals onderstaand tafereel in Paesens.

once there was a day

Lovebirds

love birds

‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’ is een fotorubriek waarin we voorbeelden verzamelen van onze vaderlandse culturele identiteit, zoals we die aantreffen langs tuinpaden en oprijlanen, op gazons en terrassen, op stoepen en stoepjes langs het Nederlands Kustpad. Bovenstaand tafereel vonden wij in Ternaard.

Have you seen the little piggies?

Een nieuwe aanwinst in de rubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’. Een fotorubriek waarin wij voorbeelden verzamelen van onze vaderlandse culturele identiteit, waar ook deze dagen weer zo veel over wordt gesproken. Aangetroffen langs oprijlanen en tuinpaden, op stoepen en stoepjes, in borders en op gazons langs het Nederlands Kustpad. Onderstaand tafereel vonden wij in Ternaard.

some animals are more equal

Het weer in Lauwersoog

DSC07081

een wandellimerick

Voor iedere plaats waar het Nederlands Kustpad ons door voert, maken wij een limerick. Een wandellimerick, het concept begint vertrouwd te raken, al is het een zelfverzonnen genre. Ieder buurtschap, ieder dorp, iedere agglomeratie krijgt er één. De aanleiding kan daarbij van alles zijn, ook dat is inmiddels bekend. Een aanzicht, een uitzicht of een inzicht.
In Lauwersoog, we geven het toe, is het een veronderstelling. Lauwersoog heeft een vissershaven, zo bedachten wij, en aan die haven is vast ook een café. Wat is een haven zonder café? Niet compleet. Wij stelden ons de vissers voor, die voor vertrek of na aankomst aanlegden aan de toog. Voor koffie of een neut. Waar zouden ze het over hebben, in dat kleine café aan de haven?

Het weer in Lauwersoog

In het café aan de haven van Lauwersoog
hangen de vissers aan de toog
en bespreken de vraag
van gister, morgen, vandaag:
gaat het regenen of blijft het droog?

Een opgewonden standje

Ook langs het Nederlands Kustpad kom je het tegen. Het ís geen kunst, het is niet bedoeld als kunst, maar je zou het er net zo goed wel in kunnen zien. Dat ligt er maar net aan hoe je het bekijkt, en of je het wilt zien. De wereld een beeldentuin.
Onderstaand werk troffen wij in Wierum.

opgewonden standje

De verzameling GeenKunst is nooit compleet en verandert voortdurend. De immer uitdijende catalogus staat online. Ter inzage.

Knibbel knabbel knuisje

knibbel knabbel knuisje

Een nieuwe aanwinst voor ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’, de fotorubriek waarin we voorbeelden verzamelen van onze vaderlandse culturele identiteit, waarover vaak zoveel te doen is. We treffen ze aan langs oprijlanen en tuinpaden. Op stoepen, stoepjes, terrassen en gazons. En op bordesjes, zoals bovenstaande voorstelling in Paesens/Moddergat.

Het is stil in Paesens

een wandellimerick

Voor iedere vorm van bebouwde kom waar we langs lopen, op het noordelijk Nederlands Kustpad, maken wij een limerick. Een wandellimerick, zoals we ons zelfverzonnen genre hebben genoemd. Al is het plaatsje nog zo klein, als er een blauw bord staat, slaan wij aan het rijmen. Alles kan de aanleiding voor een wandellimerick. Een aanzicht, een inzicht of een uitzicht. Ontmoetingen, gesprekjes of overpeinzingen. Of de absolute rust. De stilte. Zoals die in de straten van Paesens hing. In elk geval toen wij er doorheen liepen. Het kan de tijd van de dag geweest zijn. Middaguur, etenstijd, siësta.. wij weten het niet. Maar van de 260 inwoners die er zouden zijn, hebben wij er niet één gezien.

DSC05510

Het is stil in Paesens

Wij vrezen met grote vrezens
dat bij het scheppen van Paesens
de Schepper één ding vergat,
op zijn ondoorgrondelijk pad:
wij zijn de enige levende wezens.

Bedroom eyes

Een nieuwe aanwinst in onze fotorubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’. Waarin wij voorbeelden verzamelen van onze geliefde vaderlandse culturele identiteit, als aangetroffen langs oprijlanen en tuinpaden langs het Nederlands Kustpad. Onderstaand stukje huisvlijt troffen wij aan in Paesens.

bedroom eyes

No milk today

no milk today

In onze fotorubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’ verzamelen wij voorbeelden van onze vaderlandse culturele identiteit, waar we zo trots op zijn. Illustraties bij onze volksaard, zoals we die aantreffen op tuinpaden en langs oprijlanen. Op stoepen, stoepjes en terrassen. Bovenstaande voorstelling vonden wij in Ternaard.

Het groene Moddergat

een wandellimerick

De wandellimerick, het verhaal raakt bekend, is een door ons uitgevonden genre, speciaal voor het Nederlands Kustpad. Drs P haalt er postuum zijn neus voor op waarschijnlijk, maar wij hebben er plezier in. Voor iedere stad, ieder dorp, gehucht of buurtschap maken we er één. Al wandelend. De aanleiding kan van alles zijn, een uitzicht, een aanzicht, een inzicht. Een ontmoeting, een gesprekje, een observatie.

DSC05493

Voor Moddergat werden onze verwachtingen een beetje getemperd gehouden door de naam. Wat heb je te verwachten van een plaatsje dat Moddergat heet? Niet veel natuurlijk. Je zou er het liefst nog omheen lopen, met je goeie schoenen aan. Een eerloos gat in de grond, ontstaan na een dijkdoorbraak, waarvan niemand ooit de moeite genomen heeft het weer dicht te gooien. Met een beetje pech stinkt het er ook nog. Ja, zo ga je denken. Wie noemt zijn stadje nou Moddergat? Dan moet je er toch een hekel aan hebben. En een carnavalsnaam zal het ook niet zijn, zo in het hoge Noorden. Een beetje dom, vonden wij meteen al. En toen we er doorheen liepen al helemaal. Wat een schoonheid, dit plaatsje! Wat een schattige, goed onderhouden huisjes. Wat een propere, pittoreske straatjes. Wat een lieflijke, lommerrijke tuintjes. Moddergat.. Wie noemt zoiets nou Moddergat? Onbegrijpelijk.

Het groene Moddergat

Wie de plaatsnaam bedacht voor Moddergat
heeft het mooi bij het kromme eind gehad:
een plaatsje zó lieflijk,
lommerrijk en gerieflijk
verdient wel wat beters dan dat.

Droogvallend wad en filmische taferelen

Ternaard – Lauwersoog, etappe gelopen op 6 juni 2016

In juni 2016 liepen we de etappe van Ternaard naar Lauwersoog. Meer dan een jaar geleden is het. We zijn een beetje achterop geraakt, waar het onze verslaglegging betreft en eigenlijk ook wel een beetje met onze wandelingen. We willen wel, maar het komt er gewoon niet van. Ons motto: wij wandelen wanneer wij willen en wanneer wij kunnen!
Ik sla het routeboekje open. Ternaard, o ja, daarvoor verlieten wij de route. Na kilometers waddendijk, was een dorp ook wel even lekker. Een dorp met een terras en fijnzinnige bonbonnetjes bij de koffie. We hadden het verdiend. We parkeren wederom tegenover de Waard Van Ternaard, die op dit tijdstip nog gesloten is en ook de praatgrage buurman laat zich niet zien. We keren terug naar de dijk en zetten de pas erin richting Wierum. Van verre zien we de kerk, met vrolijk wapperende vlag in top. Het is feest in het pittoreske dorp, blijkt later. Een feest met verklede mensen op versierde wagens en luide muziek; een filmisch tafereel. We zitten op een bankje en kijken ernaar, terwijl achter ons het wad droogvalt.

DSC05488

Moddergat, daar gaat de reis vooralsnog naar toe. Goedgekozen naam, Moddergat, maar wel wat oneerbiedig voor zo’n vriendelijk dorp. Het Nederlands Kustpad verlaat hier de dijk. We doorkruisen de slaperige dorpen Moddergat dus en het aangrenzende Paesens; De Oere, Seewei, De Buorren en Eastein brengen ons weer terug bij de dijk.  Door de Bantpolder voert het kustpad, waar er alles aan gedaan wordt om het weidevogels zoveel mogelijk naar de zin te maken. Boven ons haalt een scholekster halsbrekende toeren uit; het blijkt een afleidingsmanoeuvre te zijn ter bescherming van het nest met 3 gespikkelde scholekstereieren, waar we gelukkig niet op gaan staan met onze lompe wandelschoenen.

DSC05560

Een mevrouw met onhandig grote rugzak, treffen we even later. Ze heeft zich met het gevaarte de trap op gehesen, waar wij al comfortabel op de dijk lopen. Of het te doen is, vraagt ze ons. Met zo’n megarugzak over die hekken klimmen; we raden het af. Na een praatje over verouderde wandelboekjes en kamperen op opgeheven campings vervolgt zij haar weg over het fietspad langs de weg en lopen wij kilometers over de dijk langs de Hoek van Bant tot aan de sluizen van Lauwersoog.
We ploffen neer op het terras van Schierzicht, waar even later de mevrouw met de rugzak zich de trap op hijst. We kunnen onze ogen niet geloven, ze is hier ook al! Misschien hadden we haar toch over de dijk moeten sturen.

Feest in Wierum

een wandellimerick

Het verhaal is bekend inmiddels, nemen wij aan. De wandellimerick is een door ons uitgevonden literair genre. Speciaal voor het noordelijk gedeelte van het Nederlands Kustpad. Voor iedere vlek op de kaarten van het wandelboekje. Ieder gehucht, ieder dorp, ieder buurtschap krijgt er één van ons. De aanleiding kan van alles zijn. Een ontmoeting of een gesprekje. Een bezienswaardigheid, een plaatselijke lekkernij. Een gebruik, een indruk, een aanzicht. Een uitzicht of een inzicht.

DSC05449

DSC05452

DSC05457

In Wierum bijvoorbeeld, was het feest. Waarom het feest was, is ons niet duidelijk geworden, maar feest was het. Van verre hoorden we het al Nederlandstalig over de zeedijk bassen. Dichterbij bleek het de begeleidende muziek bij een korte, weinig indrukwekkende optocht van hooguit drie haastig in elkaar geflanste praalwagens die met even zoveel tractoren door het dorp werd gereden. De straten waren versierd met lange slingers van rood, wit, blauwe vlaggetjes. De mensen waren verkleed. Verder was van feestgedruis geen sprake. Er was de optocht, maar verder waren de straten verlaten. Uitgestorven. Iedereen deed mee aan de optocht. De kerk, terzijde van het dorp tegen de dijk aan geleund, had ook de Friese vlag in top, ter verhoging van de lokale feestvreugde. Maar het lint van rood, wit, blauwe vlaggetjes, dat zich verder ononderbroken door gans het dorp slingerde, werd aan de hekken van het kerkhof niet getolereerd, viel ons op. Het kon ook te gek blijkbaar, met de feestvreugde.

Feest in Wierum

De koster van het kerkje in Wierum
zei: okay, ’t is een feestdag.. ik vier ‘m.
Maar het blijft wel een kerk
dus geen vlaggetjes aan de zerk..
het feest gaat niet verder dan hierum.

De waard van Ternaard

een wandellimerick

Ieder dorp, ieder gehucht, ieder buurtschap dat wij doorkruisen, op onze weg langs het Nederlands Kustpad, krijgt van ons een wandellimerick. Het is een zelfverzonnen genre waar we zelf in elk geval veel plezier aan beleven. Aanleiding kan van alles zijn. Ontmoetingen, gesprekjes, het weer. Uitzichten, aanzichten, inzichten. Er is altijd wel iets dat ons opvalt.

vroegerternaard

In Ternaard bijvoorbeeld streken wij neer, na een fijne dag wandelen, op het terras van de Waard van Ternaard. Een bakkie zou ons goed doen, alvorens de lange thuisreis te aanvaarden. We kregen al snel gezelschap van een wat bij de uitspanning detonerende meneer. Een morsig type met een petje op het hoofd, een vettige bril halverwege de neus en een halve liter bier in blik van een bedenkelijk merk dat hij zeer zeker niet bij de Waard van Ternaard had aangeschaft. Het was hoogstwaarschijnlijk ook niet zijn eerste van de toch nog niet zo oude dag. Dat hij niettemin op het verder keurige terras getolereerd werd, verklaarde zich later, toen de meneer, als onderdeel van een veel langer en wijdlopiger verhaal, had verteld dat hij als onbezoldigd klusjesman aan de Waard was verbonden. Uit dien hoofde wist hij ons ook te vertellen dat de waard van de Waard van Ternaard het liefst werkte met lokale produkten. Groenten, wortels en knollen maar ook dieren uit de omgeving. Dat hij liefst ook alles van het dier gebruikte. Of in elk geval zoveel mogelijk. En dat hij er bovendien geen bezwaar in zag verongelukt wild of gevogelte tot haute cuisine te verwerken. En waarom niet inderdaad. Wij zagen een ouderwets ambachtsman voor ons, trots op zijn stiel. Toch bleven we niet eten. De meneer was nog lang niet uitgepraat, en we hadden allebei nog een lange thuisreis voor de boeg.

De waard van Ternaard

De waard van De Waard van Ternaard
slacht alles met een kop en een staart.
Bedaard, onvervaard,
het gemoed onbezwaard..
het is, zo verklaart hij, van het beestje de aard.

Scheve toren, gewonde terp

Van Ferwert naar Ternaard, gelopen op woensdag 13 april 2016

We waren al eerder in Ferwert, dat klopt. Maar door bittere kou en aanhoudende regen uit ons normale doen gebracht, lieten wij het die keer, ten onrechte, ongeïnteresseerd en ongeïnspireerd links liggen, op weg naar een goed heenkomen.

DSC04605

Vandaag, met de lente in de lucht en het zonnetje erop, komt het allemaal veel beter tot zijn recht. Het dorpsplein, met het rood wit gestreepte zeil van de kaaskraam, de kletsende dames met de fiets aan de hand, de kastanjes die in het blad dreigen te schieten, de vriendelijke huisjes onder de kerk, het bordje dat maant tot stapvoets rijden.. het is allemaal even plezierig. We lopen onder een poortje door, voor een rondje om de kerk, achter het plein gelegen op een terp en met zijn overzichtelijk kerkhof omzoomd door versgeknotte wilgen. Net als we tot de conclusie komen dat het een goed idee was Ferwert deze tweede kans te gunnen, worden we aangesproken door een meneer die, verlegen om een praatje, welwillend beaamt dat Ferwert best een aardig plaatsje is, maar ons vooral ook dringend adviseert naar de buren in Hegebeintum te gaan. Want dat is pas écht bijzonder.

DSC04625

Niet om de meneer te dissen, maar dat Hegebeintum bijzonder is, dat wisten we al. Ook daar waren we namelijk eerder. We probeerden er toen onze schoenen en broeken te drogen, en onze koude botten te warmen aan de koffie, vers gezet door twee hoofdschuddende heren die niet konden begrijpen dat je met dit weer ging wandelen. De rondleiding, besloten we toen, zouden we voor de volgende keer bewaren. En de volgende keer, dat is nu. Daar gaan we.
Een vriendelijke mevrouw voert ons gemoedelijk over de terp, langs de bebouwing, door het kerkje en de geschiedenis. Tenminste, over de terp, de wierde.. over wat er nog van over is, kunnen we beter zeggen. Er zijn enorme happen uit genomen, dat is duidelijk te zien, het zwaargewonde historisch landschap draagt metershoge littekens van beton. Trapsgewijs gestorte wallen die de boel voor wegschuiven en instorten moeten behoeden. Het oogt hier en daar als een bunkercomplex, onderdeel van de Atlantikwall. Je zou dat lelijk kunnen vinden, en zonde. Zeker. Je zou ook kunnen zeggen dat de wierde er niet minder historisch op is geworden. Dat er hooguit wat modernere historie aan is toegevoegd. En dat het interessant is te zien hoe er in diverse tijdsgewrichten werd gedacht en beslist over dit soort monumentale landschappen. En dan zou je ook gelijk kunnen hebben.

DSC04658

De oudste bewoning ter plekke dateert van 600 voor Christus, het romaanse kerkje bovenop van omtrent 1200 erna. In de eeuwen daartussen zal dus langzaamaan de wierde zijn ontstaan, steeds hoger opgeworpen als vluchtoord voor het grillige water. Met bijna negen meter boven de zeespiegel is dit de hoogste terp van Nederland.
De plaggen waarmee werd opgehoogd werden van de nu niet meer bestaande Middelzee gehaald. En dat gegeven is de wierde, en ook het kerkje, bijna fataal geworden. Toen door bedijking de zee geen gevaar meer opleverde en de terp zijn beschermende functie aldus verloor, is men begonnen hem weer af te graven, om de vruchtbare zeeklei voor goed geld te verkopen aan Midden Friesland en Drenthe, waar de arme zand- en veengronden ermee werden verrijkt. Tot ver in de twintigste eeuw was dat de praktijk. Zó voortvarend ging de koopman daarbij te werk, dat er werd afgegraven tot op enkele meters van het kerkje, waardoor de toren, door gebrek aan aards tegenwicht, inmiddels zeven centimeter uit het lood is komen te staan en met omvallen wordt bedreigd. Of de dominee toen een spaak in het wiel heeft gestoken, dat er toch cultuurhistorisch besef in het spel was of dat de handel in zeeklei instortte door de brede opkomst van het veel makkelijkere kunstmest vermeldt de geschiedenis niet. In elk geval, de terp is gestut met beton, Hegebeintum is beschermd dorpsgezicht, het kerkje staat er nog en de toren wordt met een ingewikkelde en peperdure operatie van instorten gered. Al blijft hij wel uit het lood staan, omdat rechtzetten onvermijdelijk ook instorten zou betekenen. Nou goed, een scheve toren.. daar kan het VVV wel weer wat mee.

DSC04641

De buitenkant van het kerkje mag er niet zo mee te koop lopen, en de Reformatie mag eroverheen gegaan zijn, binnenin is er wel degelijk sprake van enige pracht en praal onder het grijsblauw houten tongewelf. Achterin staat bijvoorbeeld de herenstoel. Een riant bouwwerk van eikenhout over de breedte van de kerk, rijk geornamenteerd met gebeeldhouwde familiewapens, een luifel gedragen door pilaren en nogal barok afgetopt met een wirwar van krullen, leeuwen, kronen en schilden. Een kerkbank deluxe. Hierin konden de gefortuneerde kerkgangers, de landheer, zijn familie en personeel plaatsnemen en – ongehinderd door maar wel goed zichtbaar voor het gemene kerkvolk – rijk, devoot en belangrijk zitten wezen. De heer en zijn familie bovenin, onder de luifel, met ieder een eigen vuistdikke bijbel, het personeel een halve meter lager op de begane grond, met maar één bijbel. Al was dat laatste, zo vertelt de gids, omdat alleen het hoofd van het personeel kon lezen.
Verder springt ook de indrukwekkende verzameling rouwborden aan de wanden meteen in het oog, grote houten borden die de gefortuneerdere doden in herinnering moeten houden. Aanvankelijk nog redelijk sober en ingetogen uitgevoerd, gaandeweg steeds rijker en uitbundiger versierd en gebeeldhouwd, met familiewapens in bladgoud, uit glanzend hout gesneden krullen en strikken en opzichtige memento mori: schedels met holle ogen boven gekruiste beenderen. Dat ze hier nog hangen, vertelt de gids, is te danken aan de omwonenden van lang geleden, die ze tijdens de Bataafse Revolutie in huis verborgen om ze aldus te redden van de brandstichtende meute, die het toentertijd in het kader van de égalité niet zo op de gefortuneerden had begrepen. Ook niet op de dode.

DSC04649

De weelderig gebeeldhouwde preekstoel is uitgerust met een forse zandloper. Normaalgesproken ook een memento mori, een herinnering dat onze tijd hier op aarde eindig is en een waarschuwing vooral er wijs mee om te gaan in verband met wat er daarna komt. Deze zandloper is eerder het tegenovergestelde misschien. Met precies vijf kwartier op voorraad gaf hij de voorgeschreven lengte van de preek aan. De dominee kon zien of hij een beetje moest voortmaken, of dat hij er eerder nog een eindje aan vast moest breien, en de gemeente kon zien hoe lang het nog duurde voor het eind in zicht kwam.
Via Blije bereiken we, langs boerenwegen en onderhoudspaden met aan elke horizon een kerktoren, de Waddenzee. De kwelder ligt lui in de zon tegen de dijk uitgestrekt. We zien de veerboot de route naar Ameland zoeken. Ameland zelf zien we trouwens ook duidelijk liggen, het is een heldere dag en zó ver is het niet, hemelsbreed. De grasdijk waarover we lopen, wordt bevolkt door schapen met hun al flinke lammeren, modern met de spuitbus toegetakeld. Erg florissant zien ze er niet uit, we zien meerdere hinkepoten en kneuzen waarvan we maar zorgelijk hopen dat daar naar om wordt gekeken. De dijk laat zich er niet over uit. Die reikt slechts ongenaakbaar naar zover het oog kan zien. En waarschijnlijk nog wel verder ook. Wij haken na een tijdje af, en nemen de afslag naar Ternaard.

DSC04736

Op het terras van de Waard van Ternaard krijgen we dan gezelschap bij de koffie, van een meneer met een petje op het zweterige haar, een vettige bril en een halve liter bier die zeker niet ter plaatse is gekocht. Het laat zich vermoeden dat het ook niet zijn eerste is vandaag. Dat de man niettemin op het toch redelijk deftige terras getolereerd wordt, met zijn in geen enkele Nederlandse uitspanning toegestane meegebrachte consumptie, verklaren wij uit zijn levensverhaal, waar hij ons met hinkstapsprongen door rond leidt. Hij schuift er zijn stoel voor bij aan ons tafeltje, dat praat wat makkelijker, aldus onze gastheer. Zo leren wij dat hij onbezoldigd klusjesman is bij de Waard van Ternaard. Vandaar. We leren ook dat de waard van de Waard van Ternaard graag kookt met lokale produkten. Dat hij er ook niet tegenop ziet aangereden gevogelte of anderszins verongelukt wild of boerderijdier een tweede leven op de menukaart te geven. Dat hij bij voorkeur ook álles van het dier gebruikt om de borden te vullen, en waarom niet. Hij vertelt ons over zijn Braziliaanse ex-vrouw, die nog altijd in Ternaard woont en waar hij warme contacten mee onderhoudt. Ook blijkt hij warme contacten te onderhouden met de plaatselijke jeugd, die ook hier maar wat bij elkaar klit, op het plein, met minirok en bietelhaar, en die hij dus regelmatig een avondje thuis ontvangt. Met gratis bier en cola, en zijn begrijpend, meevoelend gezelschap. En dat daar over gepraat wordt, in het dorp. En dat hij dat heus wel weet, maar dat hij zich daar dus niks van aantrekt. Wij zeggen dat we het snappen, en daar is geen woord aan gelogen. Altijd leuk, zulke close encounters, ze kleuren de dag. Maar het tweede kopje koffie, dat houdt de Waard van Ternaard van ons tegoed. We moeten nog een heel eind rijden, voor we thuis zijn. Zullen we maar zeggen.

Een geheim transport

Je komt het tegen, op je pad. Het ís geen kunst, maar zou het eigenlijk net zo goed wél kunnen zijn. Dat is namelijk maar net hoe je er tegenaan kijkt. En of je het wilt zien. En als je het op die manier bekijkt, is heel de wereld een beeldentuin. Ook langs het Nederlands Kustpad. GeenKunst, noemen we het verschijnsel. Dit beeld, met de titel ‘Een geheim transport’, troffen wij aan langs een boerenweg net buiten Blije.

een geheim transport

The eagle has landed

the eagle has landed

In de rubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’ verzamelen wij voorbeelden van onze geliefde vaderlandse culturele identiteit, waar we zo trots op zijn, en zoals we die tegenkomen op onze wandeling langs het Nederlands Kustpad. Langs oprijlanen en tuinpaden, op stoepjes, gazonnen en bordessen. Dit exemplaar troffen wij aan in Ternaard.

De naam zegt het al

Een limerick voor ieder gehucht, ieder dorp en elke buurtschap waar we doorheen lopen, dit deel van het Nederlands Kustpad. Dat is het inmiddels vertrouwde idee. Een wandellimerick, zoals we ons zelfverzonnen genre hebben genoemd. Aanleiding kan van alles zijn. Een uitzicht of een inzicht. Een ontmoeting, een gesprekje, een observatie van veilige afstand. Het kan allemaal.

DSC04680

Hoe het verder kwam weten we niet, eigenlijk, maar in Blija viel het ons plotseling op dat de Friezen geen uitbundige groeters zijn. Blija was ook geen uitbundig mooi plaatsje trouwens, misschien dat dat het was. Een beetje een nietszeggende verzameling huizen zonder al te veel verhaal rond een niet onaardige kerk. Gewoon. Dat is al gek genoeg. En zo werd er ook gegroet. Niet dat de mensen in Blija te beroerd waren ons hartelijk galmend ‘goeiedag’ te beantwoorden, maar op veel meer dan een met onbewogen gelaat uitgestoten ‘hee’ hoefden wij niet te rekenen. Het kan wel op al is het lekker. Tja, denken wij dan, het mag allemaal, en niets Hollands hoeft de Friezen vreemd te zijn wat ons betreft, maar noem je stadje dan geen Blija. Dat schept verwachtingen.

De naam zegt het al
Een wandellimerick

Als je woont in een stadje als Blija
heb je je glimlach toch vanzelfsprekend bija?
Maar met een karige: Hee!
groet men eerder Blijnee..
ons humeur kan er niet op gedija.

De heksenkring

de heksenkring

In de rubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’ verzamelen wij illustraties van onze vaderlandse culturele identiteit, zoals die gekoesterd wordt langs tuinpaden en oprijlanen aan het Nederlands Kustpad. Bovenstaand tafereel troffen wij aan in de buurt van Ferwert.

De scheve toren van Hegebeintum

Al wandelend langs de noordelijke paden en dreven van het Nederlands Kustpad maken wij voor ieder gehucht, dorp of buurtschap dat we doorkruisen een limerick. Een wandellimerick, zoals we ons zelfverzonnen genre hebben gedoopt. De aanleiding voor zo’n versje kan werkelijk van alles zijn, van uitzicht tot inzicht. Van stadsgezicht tot aangezicht. Een ontmoeting, een praatje, een standbeeld.. alles.

DSC04631

In Hegebeintum lieten wij ons gemoedelijk rondleiden over de hoogste terp van Nederland, en het historisch kerkje dat daar op staat. Het kerkje – tijdens ons bezoek staat de toren tot en met de spits in de steigers – stamt naar schatting uit de 12e eeuw, de terp is nog veel ouder. Hoe oud precies is niet bekend maar het werd hier rond het jaar 600 al bewoond, zo meldt de geschiedenis, dus vanaf die tijd zal ook de terp zijn opgeworpen, mag je aannemen. Onder meer, leren wij, met plaggen grond die van de toenmalige Middelzee werden gehaald. Eeuwenlang zocht men op de terp beschutting tegen de zee. Halverwege de 19e eeuw, toen het land eenmaal afdoende bedijkt was en de terp zijn beschermende functie verloor, is men begonnen hem af te graven. De grond waaruit hij bestond was namelijk buitengewoon vruchtbaar en werd voor goed geld verkocht aan midden Friesland en Drenthe, waar de veen- en zandgronden er mee werden verrijkt. De kunstmest van de 19e eeuw. Dat het kerkje er nou eenmaal bovenop stond heeft de terp waarschijnlijk voor volledig verdwijnen behoed, maar in zijn blinde winstbejag is de koopman wel tot het uiterste gegaan. Zó dicht langs de kerk is de terp weggegraven dat de toren, bij gebrek aan tegenwicht, inmiddels zeven centimeter uit het lood is gezakt. Handbrede scheuren in het historisch metselwerk laten zien hoeveel dat is. Een dure en complexe operatie moet nu voorkomen dat de toren verder wegzakt en uiteindelijk omvalt. Onder de toren zijn negen meter lange heipalen gedraaid die hem nu, ondersteund door een betonnen plaat, in zijn scheve positie fixeren. Rechtzetten zou namelijk even fataal zijn als niets doen.

De scheve toren van Hegebeintum
een wandellimerick

Hoog op de terp van Hegebeintum
zakt langzaam de toren, een steiger omheint ‘m.
Met heipalen onder de moppen
hoopt men het zakken te stoppen..
want als dat niet lukt, dan verdwijnt ‘m.

Single pigeon

single pigeon

Een nieuwe aanwinst voor de rubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’, waarin we voorbeelden verzamelen van wat inmiddels onze geliefde vaderlandse identiteit is gaan heten. Cultuur-uitingen langs oprijlaan, tuinpad en trottoir aan het noordelijk gedeelte van het Nederlands Kustpad. Bovenstaand tafereel troffen wij aan in Ternaard.

Een goed advies

een wandellimerick

Speciaal voor het noordelijk gedeelte van het Nederlands Kustpad vonden wij een nieuw literair genre uit, een nieuwe loot aan de stam van de light verse. Maar dan in het nederlands. We hebben het over de wandellimerick. Iedere stad, plaats of buurtschap langs onze route krijgt er één op maat. De aanleiding kan van alles zijn. Een ontmoeting of een gesprekje, een observatie. Een aanzicht, een uitzicht of een inzicht.
In Ferwert waren wij voor de tweede keer. We begonnen er opnieuw, omdat we de vorige keer zó nat en koud geregend waren dat we Hegebeintum, met zijn bijzondere kerk, nauwelijks een blik waardig hadden gegund, van pure ellende. Dat zouden we de keer erna goed maken, op ons gemak. Vanaf Ferwert zouden we er op aan lopen, om ook Ferwert een tweede kans te gunnen. Al doende werden wij aangesproken door een keurig geklede heer die blijkbaar om een praatje verlegen zat en ons er vriendelijk op wees dat Ferwert natuurlijk een aardig stadje was, maar dat we Hegebeintum vooral niet mochten vergeten.

DSC04604

Een goed advies

Een keurig heer te Ferwert,
vanwege het rijm heet hij Herbert,
raadde ons aan
naar Hegebeintum te gaan,
volgens hem lag ‘t moar effekes verdert.

Happy lovin’ couples

happy loving couple

In de rubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’ verzamelen we voorbeelden van onze geliefde vaderlandse identiteit, zoals we die aantreffen aan oprijlaan en tuinpad op onze weg langs het Nederlands Kustpad. Dit voorbeeld zagen wij in Ternaard.

Het eind van de wereld

Voor iedere plaats waar we langskomen, wandelend langs het Nederlands Kustpad, maken we een limerick. We hebben er ons eigen genre voor uitgevonden: de wandellimerick. En alles kan daarbij een aanleiding zijn, een uitzicht, een aanzicht of een inzicht.
Met de auto aanrijdend op Zwarte Haan, begin- en eindpunt van een etappe, heb je een beetje de indruk terecht te komen bij het eind van de wereld. Een lange, eenzame slingerdijk leidt je erheen, door een leeg landschap. Dat het een doodlopende weg is, krijg je als waarschuwing mee, zonder keermogelijkheden. En eenmaal aangekomen wordt die indruk nog eens bevestigd, want inderdaad, verder kun je niet. De weg loopt dood tegen de zeedijk. Daarachter de eindeloze zee. Links en rechts twee huizen en een gesloten herberg, De Zwarte Haan. Het eind van de wereld.
Op een informatiebord denkt men daar zelf dan weer heel anders over. Zwarte Haan, zo wordt uitgelegd, is het Friese startpunt voor het st Jakobspad, de beroemde pelgrimstocht naar Santiago de Compostella. En die eindigt officieel bij de rots Finisterra, wat Latijn is voor eind van de wereld, nietwaar. Dus als het eind van de wereld aan de andere kant van dit pad ligt, dan moet deze ene kant wel het begin zijn. Het begin van de wereld.

DSC04310

 

Het eind van de wereld
een wandellimerick

Het idee dan men bij De Zwarte Haan
aan het einde van de wereld zou staan,
dat vindt men ter plekke
toch echt van de gekke..
van hieruit heb je juist nog het hele eind te gaan.

Kweldercentrum Noarderleech

Al wandelend langs het Nederlands Kustpad, we lopen het noordelijk deel, maken we voor iedere plaats waar we door komen een limerick. Iedere stad, ieder dorp, elk gehucht… als het naam heeft, maken wij er een limerick bij. Een wandellimerick, ons eigen genre. Daarbij kan alles de aanleiding zijn. Een kleine gebeurtenis, een observatie, een uitzicht of een ontmoeting.
Nu kwamen we, lopend van Zwarte Haan naar Hegebeintum, eigenlijk geen dorpen of gehuchten tegen. Ja, Ferwert. En Hegebeintum zelf uiteraard. Maar toen waren we al zó nat en koud gesneeuwd, geregend en gewaaid dat zelfs wijzelf er geen plezier meer in hadden. De volgende etappe starten we opnieuw in Ferwert, namen wij ons voor, en dan komt het er allicht alsnog van.
Wel kwamen we na een bijzonder koude en winderige eerste zoveel kilometer precies op tijd langs het Kweldercentrum Noarderleech. Een zeer nieuw ogend gebouw waarvan het boekje in elk geval nog geen melding maakte, zodat het op ons de indruk maakte van een wonderbaarlijke verschijning. Juist hadden wij elkaar namelijk hardop afgevraagd hoe en waar we in deze barre kou en harde wind, langs deze onbeschutte dijk, in vredesnaam een boterham zouden gaan eten. Laat staan het nodige plasje plegen. En hadden wij ons bij de ontdekking van het Kweldercentrum al verzoend met de gedachte dat we in het portaal van het gebouw al redelijk beschut zouden staan, voor alleen de boterham, het Kweldercentrum bleek gewoon geopend van 9.30 tot 17.30 uur. Geluk zit in kleine dingen. In het gastenboek lieten wij een eerste versie van de enige wandellimerick van deze dag achter.

Kweldercentrum Noarderleech

Kweldercentrum Noarderleech

een wandellimerick

Twee wandelaars langs de waddenzee
hadden weer en wind die dag niet mee,
zij waaiden straf uit hun jas
én ze moesten een plas..
maar het Kweldercentrum had koffie. En plee.