De waard van Ternaard

een wandellimerick

Ieder dorp, ieder gehucht, ieder buurtschap dat wij doorkruisen, op onze weg langs het Nederlands Kustpad, krijgt van ons een wandellimerick. Het is een zelfverzonnen genre waar we zelf in elk geval veel plezier aan beleven. Aanleiding kan van alles zijn. Ontmoetingen, gesprekjes, het weer. Uitzichten, aanzichten, inzichten. Er is altijd wel iets dat ons opvalt.

vroegerternaard

In Ternaard bijvoorbeeld streken wij neer, na een fijne dag wandelen, op het terras van de Waard van Ternaard. Een bakkie zou ons goed doen, alvorens de lange thuisreis te aanvaarden. We kregen al snel gezelschap van een wat bij de uitspanning detonerende meneer. Een morsig type met een petje op het hoofd, een vettige bril halverwege de neus en een halve liter bier in blik van een bedenkelijk merk dat hij zeer zeker niet bij de Waard van Ternaard had aangeschaft. Het was hoogstwaarschijnlijk ook niet zijn eerste van de toch nog niet zo oude dag. Dat hij niettemin op het verder keurige terras getolereerd werd, verklaarde zich later, toen de meneer, als onderdeel van een veel langer en wijdlopiger verhaal, had verteld dat hij als onbezoldigd klusjesman aan de Waard was verbonden. Uit dien hoofde wist hij ons ook te vertellen dat de waard van de Waard van Ternaard het liefst werkte met lokale produkten. Groenten, wortels en knollen maar ook dieren uit de omgeving. Dat hij liefst ook alles van het dier gebruikte. Of in elk geval zoveel mogelijk. En dat hij er bovendien geen bezwaar in zag verongelukt wild of gevogelte tot haute cuisine te verwerken. En waarom niet inderdaad. Wij zagen een ouderwets ambachtsman voor ons, trots op zijn stiel. Toch bleven we niet eten. De meneer was nog lang niet uitgepraat, en we hadden allebei nog een lange thuisreis voor de boeg.

De waard van Ternaard

De waard van De Waard van Ternaard
slacht alles met een kop en een staart.
Bedaard, onvervaard,
het gemoed onbezwaard..
het is, zo verklaart hij, van het beestje de aard.

Scheve toren, gewonde terp

Van Ferwert naar Ternaard, gelopen op woensdag 13 april 2016

We waren al eerder in Ferwert, dat klopt. Maar door bittere kou en aanhoudende regen uit ons normale doen gebracht, lieten wij het die keer, ten onrechte, ongeïnteresseerd en ongeïnspireerd links liggen, op weg naar een goed heenkomen.

DSC04605

Vandaag, met de lente in de lucht en het zonnetje erop, komt het allemaal veel beter tot zijn recht. Het dorpsplein, met het rood wit gestreepte zeil van de kaaskraam, de kletsende dames met de fiets aan de hand, de kastanjes die in het blad dreigen te schieten, de vriendelijke huisjes onder de kerk, het bordje dat maant tot stapvoets rijden.. het is allemaal even plezierig. We lopen onder een poortje door, voor een rondje om de kerk, achter het plein gelegen op een terp en met zijn overzichtelijk kerkhof omzoomd door versgeknotte wilgen. Net als we tot de conclusie komen dat het een goed idee was Ferwert deze tweede kans te gunnen, worden we aangesproken door een meneer die, verlegen om een praatje, welwillend beaamt dat Ferwert best een aardig plaatsje is, maar ons vooral ook dringend adviseert naar de buren in Hegebeintum te gaan. Want dat is pas écht bijzonder.

DSC04625

Niet om de meneer te dissen, maar dat Hegebeintum bijzonder is, dat wisten we al. Ook daar waren we namelijk eerder. We probeerden er toen onze schoenen en broeken te drogen, en onze koude botten te warmen aan de koffie, vers gezet door twee hoofdschuddende heren die niet konden begrijpen dat je met dit weer ging wandelen. De rondleiding, besloten we toen, zouden we voor de volgende keer bewaren. En de volgende keer, dat is nu. Daar gaan we.
Een vriendelijke mevrouw voert ons gemoedelijk over de terp, langs de bebouwing, door het kerkje en de geschiedenis. Tenminste, over de terp, de wierde.. over wat er nog van over is, kunnen we beter zeggen. Er zijn enorme happen uit genomen, dat is duidelijk te zien, het zwaargewonde historisch landschap draagt metershoge littekens van beton. Trapsgewijs gestorte wallen die de boel voor wegschuiven en instorten moeten behoeden. Het oogt hier en daar als een bunkercomplex, onderdeel van de Atlantikwall. Je zou dat lelijk kunnen vinden, en zonde. Zeker. Je zou ook kunnen zeggen dat de wierde er niet minder historisch op is geworden. Dat er hooguit wat modernere historie aan is toegevoegd. En dat het interessant is te zien hoe er in diverse tijdsgewrichten werd gedacht en beslist over dit soort monumentale landschappen. En dan zou je ook gelijk kunnen hebben.

DSC04658

De oudste bewoning ter plekke dateert van 600 voor Christus, het romaanse kerkje bovenop van omtrent 1200 erna. In de eeuwen daartussen zal dus langzaamaan de wierde zijn ontstaan, steeds hoger opgeworpen als vluchtoord voor het grillige water. Met bijna negen meter boven de zeespiegel is dit de hoogste terp van Nederland.
De plaggen waarmee werd opgehoogd werden van de nu niet meer bestaande Middelzee gehaald. En dat gegeven is de wierde, en ook het kerkje, bijna fataal geworden. Toen door bedijking de zee geen gevaar meer opleverde en de terp zijn beschermende functie aldus verloor, is men begonnen hem weer af te graven, om de vruchtbare zeeklei voor goed geld te verkopen aan Midden Friesland en Drenthe, waar de arme zand- en veengronden ermee werden verrijkt. Tot ver in de twintigste eeuw was dat de praktijk. Zó voortvarend ging de koopman daarbij te werk, dat er werd afgegraven tot op enkele meters van het kerkje, waardoor de toren, door gebrek aan aards tegenwicht, inmiddels zeven centimeter uit het lood is komen te staan en met omvallen wordt bedreigd. Of de dominee toen een spaak in het wiel heeft gestoken, dat er toch cultuurhistorisch besef in het spel was of dat de handel in zeeklei instortte door de brede opkomst van het veel makkelijkere kunstmest vermeldt de geschiedenis niet. In elk geval, de terp is gestut met beton, Hegebeintum is beschermd dorpsgezicht, het kerkje staat er nog en de toren wordt met een ingewikkelde en peperdure operatie van instorten gered. Al blijft hij wel uit het lood staan, omdat rechtzetten onvermijdelijk ook instorten zou betekenen. Nou goed, een scheve toren.. daar kan het VVV wel weer wat mee.

DSC04641

De buitenkant van het kerkje mag er niet zo mee te koop lopen, en de Reformatie mag eroverheen gegaan zijn, binnenin is er wel degelijk sprake van enige pracht en praal onder het grijsblauw houten tongewelf. Achterin staat bijvoorbeeld de herenstoel. Een riant bouwwerk van eikenhout over de breedte van de kerk, rijk geornamenteerd met gebeeldhouwde familiewapens, een luifel gedragen door pilaren en nogal barok afgetopt met een wirwar van krullen, leeuwen, kronen en schilden. Een kerkbank deluxe. Hierin konden de gefortuneerde kerkgangers, de landheer, zijn familie en personeel plaatsnemen en – ongehinderd door maar wel goed zichtbaar voor het gemene kerkvolk – rijk, devoot en belangrijk zitten wezen. De heer en zijn familie bovenin, onder de luifel, met ieder een eigen vuistdikke bijbel, het personeel een halve meter lager op de begane grond, met maar één bijbel. Al was dat laatste, zo vertelt de gids, omdat alleen het hoofd van het personeel kon lezen.
Verder springt ook de indrukwekkende verzameling rouwborden aan de wanden meteen in het oog, grote houten borden die de gefortuneerdere doden in herinnering moeten houden. Aanvankelijk nog redelijk sober en ingetogen uitgevoerd, gaandeweg steeds rijker en uitbundiger versierd en gebeeldhouwd, met familiewapens in bladgoud, uit glanzend hout gesneden krullen en strikken en opzichtige memento mori: schedels met holle ogen boven gekruiste beenderen. Dat ze hier nog hangen, vertelt de gids, is te danken aan de omwonenden van lang geleden, die ze tijdens de Bataafse Revolutie in huis verborgen om ze aldus te redden van de brandstichtende meute, die het toentertijd in het kader van de égalité niet zo op de gefortuneerden had begrepen. Ook niet op de dode.

DSC04649

De weelderig gebeeldhouwde preekstoel is uitgerust met een forse zandloper. Normaalgesproken ook een memento mori, een herinnering dat onze tijd hier op aarde eindig is en een waarschuwing vooral er wijs mee om te gaan in verband met wat er daarna komt. Deze zandloper is eerder het tegenovergestelde misschien. Met precies vijf kwartier op voorraad gaf hij de voorgeschreven lengte van de preek aan. De dominee kon zien of hij een beetje moest voortmaken, of dat hij er eerder nog een eindje aan vast moest breien, en de gemeente kon zien hoe lang het nog duurde voor het eind in zicht kwam.
Via Blije bereiken we, langs boerenwegen en onderhoudspaden met aan elke horizon een kerktoren, de Waddenzee. De kwelder ligt lui in de zon tegen de dijk uitgestrekt. We zien de veerboot de route naar Ameland zoeken. Ameland zelf zien we trouwens ook duidelijk liggen, het is een heldere dag en zó ver is het niet, hemelsbreed. De grasdijk waarover we lopen, wordt bevolkt door schapen met hun al flinke lammeren, modern met de spuitbus toegetakeld. Erg florissant zien ze er niet uit, we zien meerdere hinkepoten en kneuzen waarvan we maar zorgelijk hopen dat daar naar om wordt gekeken. De dijk laat zich er niet over uit. Die reikt slechts ongenaakbaar naar zover het oog kan zien. En waarschijnlijk nog wel verder ook. Wij haken na een tijdje af, en nemen de afslag naar Ternaard.

DSC04736

Op het terras van de Waard van Ternaard krijgen we dan gezelschap bij de koffie, van een meneer met een petje op het zweterige haar, een vettige bril en een halve liter bier die zeker niet ter plaatse is gekocht. Het laat zich vermoeden dat het ook niet zijn eerste is vandaag. Dat de man niettemin op het toch redelijk deftige terras getolereerd wordt, met zijn in geen enkele Nederlandse uitspanning toegestane meegebrachte consumptie, verklaren wij uit zijn levensverhaal, waar hij ons met hinkstapsprongen door rond leidt. Hij schuift er zijn stoel voor bij aan ons tafeltje, dat praat wat makkelijker, aldus onze gastheer. Zo leren wij dat hij onbezoldigd klusjesman is bij de Waard van Ternaard. Vandaar. We leren ook dat de waard van de Waard van Ternaard graag kookt met lokale produkten. Dat hij er ook niet tegenop ziet aangereden gevogelte of anderszins verongelukt wild of boerderijdier een tweede leven op de menukaart te geven. Dat hij bij voorkeur ook álles van het dier gebruikt om de borden te vullen, en waarom niet. Hij vertelt ons over zijn Braziliaanse ex-vrouw, die nog altijd in Ternaard woont en waar hij warme contacten mee onderhoudt. Ook blijkt hij warme contacten te onderhouden met de plaatselijke jeugd, die ook hier maar wat bij elkaar klit, op het plein, met minirok en bietelhaar, en die hij dus regelmatig een avondje thuis ontvangt. Met gratis bier en cola, en zijn begrijpend, meevoelend gezelschap. En dat daar over gepraat wordt, in het dorp. En dat hij dat heus wel weet, maar dat hij zich daar dus niks van aantrekt. Wij zeggen dat we het snappen, en daar is geen woord aan gelogen. Altijd leuk, zulke close encounters, ze kleuren de dag. Maar het tweede kopje koffie, dat houdt de Waard van Ternaard van ons tegoed. We moeten nog een heel eind rijden, voor we thuis zijn. Zullen we maar zeggen.

Een geheim transport

Je komt het tegen, op je pad. Het ís geen kunst, maar zou het eigenlijk net zo goed wél kunnen zijn. Dat is namelijk maar net hoe je er tegenaan kijkt. En of je het wilt zien. En als je het op die manier bekijkt, is heel de wereld een beeldentuin. Ook langs het Nederlands Kustpad. GeenKunst, noemen we het verschijnsel. Dit beeld, met de titel ‘Een geheim transport’, troffen wij aan langs een boerenweg net buiten Blije.

een geheim transport

The eagle has landed

the eagle has landed

In de rubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’ verzamelen wij voorbeelden van onze geliefde vaderlandse culturele identiteit, waar we zo trots op zijn, en zoals we die tegenkomen op onze wandeling langs het Nederlands Kustpad. Langs oprijlanen en tuinpaden, op stoepjes, gazonnen en bordessen. Dit exemplaar troffen wij aan in Ternaard.

De naam zegt het al

Een limerick voor ieder gehucht, ieder dorp en elke buurtschap waar we doorheen lopen, dit deel van het Nederlands Kustpad. Dat is het inmiddels vertrouwde idee. Een wandellimerick, zoals we ons zelfverzonnen genre hebben genoemd. Aanleiding kan van alles zijn. Een uitzicht of een inzicht. Een ontmoeting, een gesprekje, een observatie van veilige afstand. Het kan allemaal.

DSC04680

Hoe het verder kwam weten we niet, eigenlijk, maar in Blija viel het ons plotseling op dat de Friezen geen uitbundige groeters zijn. Blija was ook geen uitbundig mooi plaatsje trouwens, misschien dat dat het was. Een beetje een nietszeggende verzameling huizen zonder al te veel verhaal rond een niet onaardige kerk. Gewoon. Dat is al gek genoeg. En zo werd er ook gegroet. Niet dat de mensen in Blija te beroerd waren ons hartelijk galmend ‘goeiedag’ te beantwoorden, maar op veel meer dan een met onbewogen gelaat uitgestoten ‘hee’ hoefden wij niet te rekenen. Het kan wel op al is het lekker. Tja, denken wij dan, het mag allemaal, en niets Hollands hoeft de Friezen vreemd te zijn wat ons betreft, maar noem je stadje dan geen Blija. Dat schept verwachtingen.

De naam zegt het al
Een wandellimerick

Als je woont in een stadje als Blija
heb je je glimlach toch vanzelfsprekend bija?
Maar met een karige: Hee!
groet men eerder Blijnee..
ons humeur kan er niet op gedija.

De heksenkring

de heksenkring

In de rubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’ verzamelen wij illustraties van onze vaderlandse culturele identiteit, zoals die gekoesterd wordt langs tuinpaden en oprijlanen aan het Nederlands Kustpad. Bovenstaand tafereel troffen wij aan in de buurt van Ferwert.

De scheve toren van Hegebeintum

Al wandelend langs de noordelijke paden en dreven van het Nederlands Kustpad maken wij voor ieder gehucht, dorp of buurtschap dat we doorkruisen een limerick. Een wandellimerick, zoals we ons zelfverzonnen genre hebben gedoopt. De aanleiding voor zo’n versje kan werkelijk van alles zijn, van uitzicht tot inzicht. Van stadsgezicht tot aangezicht. Een ontmoeting, een praatje, een standbeeld.. alles.

DSC04631

In Hegebeintum lieten wij ons gemoedelijk rondleiden over de hoogste terp van Nederland, en het historisch kerkje dat daar op staat. Het kerkje – tijdens ons bezoek staat de toren tot en met de spits in de steigers – stamt naar schatting uit de 12e eeuw, de terp is nog veel ouder. Hoe oud precies is niet bekend maar het werd hier rond het jaar 600 al bewoond, zo meldt de geschiedenis, dus vanaf die tijd zal ook de terp zijn opgeworpen, mag je aannemen. Onder meer, leren wij, met plaggen grond die van de toenmalige Middelzee werden gehaald. Eeuwenlang zocht men op de terp beschutting tegen de zee. Halverwege de 19e eeuw, toen het land eenmaal afdoende bedijkt was en de terp zijn beschermende functie verloor, is men begonnen hem af te graven. De grond waaruit hij bestond was namelijk buitengewoon vruchtbaar en werd voor goed geld verkocht aan midden Friesland en Drenthe, waar de veen- en zandgronden er mee werden verrijkt. De kunstmest van de 19e eeuw. Dat het kerkje er nou eenmaal bovenop stond heeft de terp waarschijnlijk voor volledig verdwijnen behoed, maar in zijn blinde winstbejag is de koopman wel tot het uiterste gegaan. Zó dicht langs de kerk is de terp weggegraven dat de toren, bij gebrek aan tegenwicht, inmiddels zeven centimeter uit het lood is gezakt. Handbrede scheuren in het historisch metselwerk laten zien hoeveel dat is. Een dure en complexe operatie moet nu voorkomen dat de toren verder wegzakt en uiteindelijk omvalt. Onder de toren zijn negen meter lange heipalen gedraaid die hem nu, ondersteund door een betonnen plaat, in zijn scheve positie fixeren. Rechtzetten zou namelijk even fataal zijn als niets doen.

De scheve toren van Hegebeintum
een wandellimerick

Hoog op de terp van Hegebeintum
zakt langzaam de toren, een steiger omheint ‘m.
Met heipalen onder de moppen
hoopt men het zakken te stoppen..
want als dat niet lukt, dan verdwijnt ‘m.

Single pigeon

single pigeon

Een nieuwe aanwinst voor de rubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’, waarin we voorbeelden verzamelen van wat inmiddels onze geliefde vaderlandse identiteit is gaan heten. Cultuur-uitingen langs oprijlaan, tuinpad en trottoir aan het noordelijk gedeelte van het Nederlands Kustpad. Bovenstaand tafereel troffen wij aan in Ternaard.

Een goed advies

een wandellimerick

Speciaal voor het noordelijk gedeelte van het Nederlands Kustpad vonden wij een nieuw literair genre uit, een nieuwe loot aan de stam van de light verse. Maar dan in het nederlands. We hebben het over de wandellimerick. Iedere stad, plaats of buurtschap langs onze route krijgt er één op maat. De aanleiding kan van alles zijn. Een ontmoeting of een gesprekje, een observatie. Een aanzicht, een uitzicht of een inzicht.
In Ferwert waren wij voor de tweede keer. We begonnen er opnieuw, omdat we de vorige keer zó nat en koud geregend waren dat we Hegebeintum, met zijn bijzondere kerk, nauwelijks een blik waardig hadden gegund, van pure ellende. Dat zouden we de keer erna goed maken, op ons gemak. Vanaf Ferwert zouden we er op aan lopen, om ook Ferwert een tweede kans te gunnen. Al doende werden wij aangesproken door een keurig geklede heer die blijkbaar om een praatje verlegen zat en ons er vriendelijk op wees dat Ferwert natuurlijk een aardig stadje was, maar dat we Hegebeintum vooral niet mochten vergeten.

DSC04604

Een goed advies

Een keurig heer te Ferwert,
vanwege het rijm heet hij Herbert,
raadde ons aan
naar Hegebeintum te gaan,
volgens hem lag ‘t moar effekes verdert.

Happy lovin’ couples

happy loving couple

In de rubriek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’ verzamelen we voorbeelden van onze geliefde vaderlandse identiteit, zoals we die aantreffen aan oprijlaan en tuinpad op onze weg langs het Nederlands Kustpad. Dit voorbeeld zagen wij in Ternaard.

Het eind van de wereld

Voor iedere plaats waar we langskomen, wandelend langs het Nederlands Kustpad, maken we een limerick. We hebben er ons eigen genre voor uitgevonden: de wandellimerick. En alles kan daarbij een aanleiding zijn, een uitzicht, een aanzicht of een inzicht.
Met de auto aanrijdend op Zwarte Haan, begin- en eindpunt van een etappe, heb je een beetje de indruk terecht te komen bij het eind van de wereld. Een lange, eenzame slingerdijk leidt je erheen, door een leeg landschap. Dat het een doodlopende weg is, krijg je als waarschuwing mee, zonder keermogelijkheden. En eenmaal aangekomen wordt die indruk nog eens bevestigd, want inderdaad, verder kun je niet. De weg loopt dood tegen de zeedijk. Daarachter de eindeloze zee. Links en rechts twee huizen en een gesloten herberg, De Zwarte Haan. Het eind van de wereld.
Op een informatiebord denkt men daar zelf dan weer heel anders over. Zwarte Haan, zo wordt uitgelegd, is het Friese startpunt voor het st Jakobspad, de beroemde pelgrimstocht naar Santiago de Compostella. En die eindigt officieel bij de rots Finisterra, wat Latijn is voor eind van de wereld, nietwaar. Dus als het eind van de wereld aan de andere kant van dit pad ligt, dan moet deze ene kant wel het begin zijn. Het begin van de wereld.

DSC04310

 

Het eind van de wereld
een wandellimerick

Het idee dan men bij De Zwarte Haan
aan het einde van de wereld zou staan,
dat vindt men ter plekke
toch echt van de gekke..
van hieruit heb je juist nog het hele eind te gaan.

Kweldercentrum Noarderleech

Al wandelend langs het Nederlands Kustpad, we lopen het noordelijk deel, maken we voor iedere plaats waar we door komen een limerick. Iedere stad, ieder dorp, elk gehucht… als het naam heeft, maken wij er een limerick bij. Een wandellimerick, ons eigen genre. Daarbij kan alles de aanleiding zijn. Een kleine gebeurtenis, een observatie, een uitzicht of een ontmoeting.
Nu kwamen we, lopend van Zwarte Haan naar Hegebeintum, eigenlijk geen dorpen of gehuchten tegen. Ja, Ferwert. En Hegebeintum zelf uiteraard. Maar toen waren we al zó nat en koud gesneeuwd, geregend en gewaaid dat zelfs wijzelf er geen plezier meer in hadden. De volgende etappe starten we opnieuw in Ferwert, namen wij ons voor, en dan komt het er allicht alsnog van.
Wel kwamen we na een bijzonder koude en winderige eerste zoveel kilometer precies op tijd langs het Kweldercentrum Noarderleech. Een zeer nieuw ogend gebouw waarvan het boekje in elk geval nog geen melding maakte, zodat het op ons de indruk maakte van een wonderbaarlijke verschijning. Juist hadden wij elkaar namelijk hardop afgevraagd hoe en waar we in deze barre kou en harde wind, langs deze onbeschutte dijk, in vredesnaam een boterham zouden gaan eten. Laat staan het nodige plasje plegen. En hadden wij ons bij de ontdekking van het Kweldercentrum al verzoend met de gedachte dat we in het portaal van het gebouw al redelijk beschut zouden staan, voor alleen de boterham, het Kweldercentrum bleek gewoon geopend van 9.30 tot 17.30 uur. Geluk zit in kleine dingen. In het gastenboek lieten wij een eerste versie van de enige wandellimerick van deze dag achter.

Kweldercentrum Noarderleech

Kweldercentrum Noarderleech

een wandellimerick

Twee wandelaars langs de waddenzee
hadden weer en wind die dag niet mee,
zij waaiden straf uit hun jas
én ze moesten een plas..
maar het Kweldercentrum had koffie. En plee.

Van armoe zingend door de blubber

Van Zwarte Haan naar Hegebeintum, gelopen op dinsdag 1 maart 2016

Zwarte Haan moet wel het eind van de wereld zijn, denken wij zo. Als we er met de auto op aan rijden worden we ruim van tevoren gewaarschuwd: we rijden een doodlopende weg in zónder keermogelijkheden. De lange en zeer smalle dijk, waarop men zich gelukkig prijst dat er geen tegenliggers zijn, eindigt na een bochtige rit ten slotte abrupt tegen de zeedijk. Links en rechts liggen nog twee of misschien drie huizen en een herberg, die De Zwarte Haan heet, en gesloten is, maar voor de rest is er de zee, het land en de lucht. Verder kun je niet. Alleen terug. Het eind van de wereld.
Zelf ziet Zwarte Haan het anders. Hier ziet men zich juist als het begin van de wereld. Start hier immers niet het Jacobspad? Het pelgrimspad naar Santiago de Compostella, dat eindigt bij Kaap Finisterra? En Finisterra, daar hoef je geen latijn voor gestudeerd te hebben, dat betekent uiteraard: Het eind van de wereld. De logica is van een charmante eenvoud.
Tot 1948 trouwens, was Zwarte Haan eind- noch beginpunt. Van de 16e eeuw tot aan dat jaar werd vanuit hier een veerdienst op Ameland onderhouden. We lezen het op een informatiebord. Samen met het weetje dat de naam Zwarte Haan niets te maken heeft met de mannetjeskip, hoewel die door de gelijknamige herberg dan wel weer pontificaal als logo wordt gevoerd, maar dat Haan hier waarschijnlijk een verbastering is van het woord Harne, dat hoek betekent. We staan in Zwarte Hoek, dus. Dat klinkt dan toch wel weer een klein beetje als het eind van de wereld.

DSC04333

Als we de dijk beklimmen vragen we ons eerlijk gezegd meteen af of het geen vergissing was vandaag te gaan lopen. Er staat een snijdende wind die dwars door onze jassen gaat, en het is stervenskoud. De lente was dit jaar niet verder weg dan vandaag. Dat wordt flink doorstappen. We mijden de kruin van de dijk en lopen ons vastberaden warm over het schuin weglopend asfalt aan de wadzijde. Met links de blik over de kwelder. De grootste kwelder van Nederland, lezen we in het boekje. Al in de 16e eeuw begon men hier, ter verdediging tegen de zee, zogenoemde duikertsdammen aan te leggen, een soort golfbrekers die het vormen van kwelders bevorderden. In de zomermaanden kleurig begroeid, deze kwelder, met allerlei zoutminnende planten, aldus opnieuw het boekje, nu zwart en bruin uitgestrekt tot aan de Waddenzee in de verte. Het zou deprimerend zijn als het niet ook een zekere schoonheid had.

DSC04343

Net als we ons voorzichtig zorgen beginnen te maken hoe en waar we in vredesnaam even wat moeten eten, zonder te bevriezen, of – nog huiveringwekkender vooruitzicht – het hoognodige plasje kunnen doen, doemt in de verte een gebouw op waarvan de wapperende vlaggen doen vermoeden dat het een recreatieve functie heeft. Misschien een camping die er vroeg bij is, hopen wij. Allicht zal er een hoekje zijn waar we wat uit de wind kunnen staan. We zijn met weinig tevreden. Even later blijkt dit het nagelnieuw ogende kweldercentrum Noarderleech te zijn. Neergezet om de grootste kwelder van Nederland te ontsluiten voor de toerist. Dagelijks geopend tussen 9:00 en 17:00 uur. Je leest wel dat er ook mensen zijn die zich daar bozig zorgen over maken, dat de natuur altijd maar ‘leuk’ gemaakt moet worden, met bezoekerscentra, wandelroutes, laarzenpaden, educatieve bordjes en activiteiten voor de kids. Dat de natuur aldus genadeloos wordt verpretparkt. En onder andere omstandigheden zouden wij het daar best nog wel mee eens kunnen zijn ook, maar vandaag vinden we het wel best. Voor een prikkie halen we koffie en thee uit de automaat, we plassen op een kraakhelder toilet, eten ons broodje op überhip steigerhouten loungemeubilair en warmen gratis een beetje op. Als dank laten we een speciaal voor de gelegenheid geschreven wandellimerick achter in het gastenboek.

DSC04372

Of het als straf van hogerhand voor onze decadente pauze gezien moet worden weten we niet, maar als we weer naar buiten stappen, is het inmiddels gaan sneeuwen. Zeker als we landinwaarts trekken en de wind pal tegen waait, snijdt de sneeuw ons buitengewoon onvriendelijk in het gezicht. Onderlangs een rij van acht driftig boven ons uit wiekende windmolens worden we dwars door de weilanden, door de zompige blubber van tractorsporen langs halfbevroren slootjes naar Ferwerd gestuurd. Het is een spannende route: de enkeldiepe modderplassen zijn niet altijd even makkelijk te ontwijken, het is glibberig en ongelijk terrein en onze dichtgeslibde en aangekoekte schoenen hebben nauwelijks nog grip. Het regent inmiddels gestaag. Linksaf, rechtsaf baggeren we door het Friese kleiland en vergeten ons voor te stellen hoe fraai dit stuk zou zijn wanneer de zon er op zou schijnen en het zou geuren naar vers gemaaid gras, of akkerbloemen.

DSC04396

Aangekomen in Ferwerd zijn onze vingers verstijfd en onze kleren doorweekt. Het leuke is er dan wel vanaf. Met nauwverholen tegenzin slepen we ons naar Hegebeintum, waar de auto nou eenmaal staat. Het zelfverzonnen lied waarmee we de stemming er zojuist nog aardig inhielden, wordt niet meer gezongen en een wandellimerick voor Ferwerd zit er niet meer in. We besluiten er de volgende etappe dan maar opnieuw te beginnen, om het plaatsje alsnog recht te doen.
Ook Hegebeintum, waaraan ondanks alles duidelijk valt te zien dat het de moeite waard is, gunnen we vandaag geen verder onderzoek. Druipend en verkleumd vallen we er het bezoekerscentrum binnen, waar we hartelijk en met mededogen worden ontvangen met speciaal voor ons gezette koffie. Als de dienstdoende heren horen dat we zijn komen lopen van Zwarte Haan schudden ze getweeën meewarig het hoofd. Gelopen vanaf de Zwarte Haan, herhalen ze. Jullie lijken wel gek. Nou goed, helemaal ongelijk kunnen we ze vandaag ook weer niet geven.

Daar word ik voor behandeld

moeder en zoon van Putten

Een nieuwe aanwinst voor de rubriek Tot hier heeft de Heer ons geholpen, waarin we voorbeelden verzamelen van onze vaderlandse culturele identiteit, zoals we die aantreffen langs tuinpaden en oprijlanen aan het Nederlands Kustpad. Bovenstaand tafereel vonden wij in Oosterbierum.

Ufo’s boven de kwelderwal

Van Oosterbierum naar Zwarte Haan, gelopen op zaterdag 13 februari 2016

Oosterbierum ligt er niet op z’n voordeligst bij vandaag. Vóór we uit de auto stappen, ruiken we het al: een gênante putlucht die zwaar over het dorp hangt. Voor de St Joriskerk ligt een flink stuk straat opengebroken te wachten tot het vrije weekend voorbij is. Tegen een hek staat een groepje verweerde putten zich modderig en verroest in het onvermijdelijke te schikken, met een schuin oog op het torentje blinkend nieuwe soortgenoten dat met uitsloverig machtsvertoon klaar staat om het over te nemen, maandag. Tot dan is het verstandig met een bochtje om Oosterbierum heen te lopen, en dat is wat we doen. Over de Fiskerlaene rechtstreeks naar de zeedijk langs de Waddenzee.
Dat het nogal mistig is, is eigenlijk niet zo erg. Dat geeft de uitzichten onderweg iets extra’s, een zachte gelaagdheid en iets mysterieus, ook dankzij de silhouetten van de kale bomen die met een precies pennetje in het grijzige landschap getekend lijken.

DSC04199

Schijnbaar eindeloos slingert de grasdijk zich de verte in. Links het langzaam maar zichtbaar droogvallend wad, een schitterend uitzicht dat in vele kleuren geel en bruin als een aquarel in de grijsblauwe lucht wegloopt. Het natte zand blijft achter in de grillige vormen van hersenkwabben, vingertoppen na een lang warm bad. Verderop ligt aan de voet van de dijk een mini-archipel van bijna perfect cirkelvormige eilandjes, borstelig begroeid met gelig gras. En er zijn natuurlijk de diepzwarte golfbrekers die naar de einder reiken, kaarsrecht of met een lichte buiging, hunkerend naar de zee.
Het landschap rechts is weids, afwisselend groen van gras en glanzend bruin omgeploegd. Met op gepaste afstand van elkaar grote boerderijen, waardoor het ook weer niet leeg wordt. Er zijn er altijd een paar in beeld, omgeven door ieder een eigen kring hoge bomen, die veel wind vangen immers. Langs de sloten staat goudbruin het riet van de zomer ervoor. Aan de horizon het wazig beeld van de toren van Tzummarum.
Lopend op de kop van de dijk, pal in de wind, is het goed te voelen dat vandaag een winterse dag is. Het is bij vlagen bar koud. Snijdend koud. Op het onaangename af eerlijk gezegd. Na verloop van tijd vervolgen we onze weg dan ook aan de voet van de dijk, in de luwte. Maar dat is pas na Koehool, want eigenlijk willen we het wad niet kwijt uit ons blikveld. Koehoal, ja, we lachen erom, flauw en oneerbiedig. Maar we mijmeren ook over hoe het zou zijn hier te wonen, met de Waddenzee voor de deur, steeds weer vol en leeglopend in een eeuwig ritme. Wat zou dat met je doen? Zou ons leven anders zijn? En zouden we dat willen? Het zijn vragen die zomaar boven kunnen komen drijven, tijdens de betere wandeling. Naast de meer concrete vragen onderweg. Zoals die drie grote koepels, die we iets van de dijk zien staan. Enorme koepels, beter gezegd. We denken dat het mestsilo’s zijn. Fraai is het niet. Het detoneert wat, in het plaatje. Het geeft te denken, bovendien. En niet alleen over ons natuurlijk te romantisch beeld van het platteland.

DSC04278

Verderop nog zo’n raadselachtig gebouw trouwens, maar dan zijn we al wel een heel eind richting St Jacobiparochie. Een nogal plompe vierkante toren staat daar, met een ongeveer even grote grijze bol erop. Op internet zien we onze vermoedens al snel bevestigd, dit is iets militairs. Het is Radarpost Noord, van de koninklijke luchtmacht. Hier wordt over onze veiligheid gewaakt, mag je aannemen. En dat is misschien maar goed ook, gezien de ook op internet gevonden berichten dat in het luchtruim boven St Jacobiparochie meer dan eens Ufo’s zijn gesignaleerd. In 1974 bijvoorbeeld zag een in zijn woonplaats als zeer betrouwbaar bekend staand heer ‘een verschijnsel in de vorm van een schotel, dat aan de zijkanten een fel licht uitstraalde, van dezelfde kleur, maar met een grotere intensiteit dan de verlichting van het verschijnsel zelf, dat geelwit van kleur was’. Ook is er sprake van ‘een ovaal verschijnsel met een kop en zeer veel kleuren dat zeer lang werd waargenomen’. En nog in 2012 maakte een mevrouw op weg naar de kapper melding van ‘een Object dat met een langzame snelheid laag over de radarpost vloog maar in het donker helaas heel moeilijk te zien was’.

DSC04239

Net voorbij Koehool treffen we nog een wit, half in de dijk ingegraven kaboutergebouwtje. Het ziet er best vriendelijk uit, met zijn deurtje en zijn raampjes. Spelende kinderen op zijn dak. Maar het is een laatste overblijfsel van een bunkercomplex dat de Duitse bezetter hier halverwege de oorlog bouwde, en dat onderdeel uitmaakte van de luchtverdediging langs de kust. Het staat er nog omdat de plaatselijke bevolking zich, ruim na de oorlog, met besturen en klankbordgroepen verzette tegen de sloop. Opdat wij niet vergeten.
Vanaf hier trekken we landinwaarts. Over een uitgebreid netwerk van vriendelijk met het landschap mee bewegende dijkjes, langs meanderende slootjes met gedrongen boompjes bereiken we met de Griene Dyk uiteindelijk St Jacobiparochie. Het Bildt, heet het gebied waar we doorheen lopen. Voormalig graanschuur van Fryslan en geboortegrond van de Bildtstar aardappel. Een zeer oud poldergebied, waar de polders luisteren naar functionele namen als Zuidwester- en Noorderpolder. Na een tijdje valt het ons op dat het terrein eigenlijk best wel glooit, iets dat je nou niet direct rijmt met polders, en Friesland. Een verklaring vinden we in de ontstaansgeschiedenis van het gebied. Ooit lag hier de Middelzee, die in de loop van het verleden echter langzaam verlandde, kwelders en kwelderwallen vormde en vanaf de late Middeleeuwen verder definitief werd ingepolderd door kolonisten uit Zuid Nederland. Dat laatste is dan nog weer merkbaar aan de katholieke inslag van het gebied, met al zijn parochies, aan de fruitteelt die destijds werd geïmporteerd en hier en daar nog stand houdt, en aan het feit dat in dit gebied blijkbaar een eigen Hollands-Fries dialect wordt gesproken, al hebben wij dat zelf niet gehoord.

DSC04294

In de ijdel blijkende hoop op een kop koffie lopen we St Jacobiparochie even in. Ook om de kerk even te bekijken trouwens, waarvan we de malle toren al geruime tijd boven de einder uit zien steken. Een uitzinnig okergeel geverfd geval is het, dat met zijn dorische zuilengalerij en zijn ronde torenspits op pootjes erg zijn best doet om onNederlands te lijken. Aan ons is het niet zo besteed, maar goed. De Groate Kerk is inmiddels een kultureel sintrum geworden en huisvest onder meer het pelgrimsinformatiecentrum St Jacob. De kerk presenteert zich als het officiële Friese startpunt voor de beroemde pelgrimsroute naar Santiago de Compostella. Als we later op de dag Zwarte Haan bereiken, lezen we daar in een soortgelijk bericht echter dat híer, in Zwarte Haan, gestart moet worden. Kijk, ons maakt het verder niet uit, wij bestellen warme chocolademelk in de herberg en aanvaarden daarna de thuisreis, maar de pelgrim, aan het begin van zijn zoektocht naar zingeving en betekenis, heeft misschien toch behoefte aan duidelijkheid.

Het zinkend schip

het zinkend schip

In de rubriek Tot hier heeft de Heer ons geholpen verzamelen wij smaakvolle voorbeelden van onze vaderlandse culturele identiteit. We treffen ze aan langs tuinpaden en oprijlanen, aan voor- en achtergevels, in tuinen en op terrassen. Bovenstaande troffen wij aan in Oosterbierum.

Een boer in St Jacobiparochie

Voor iedere plaats waar we doorheen wandelen, langs het noordelijk deel van het Nederlands Kustpad, maken wij een limerick, zo voor de wandelschoen weg. Een wandellimerick, zogezegd. En alles kan daarvoor de aanleiding zijn. Een ontmoeting, een gesprekje, een uithangbord. Een landschap of een stadsgezicht. Veel hebben we niet nodig.
Lopend van Oosterbierum naar De Zwarte Haan zagen wij een aantal typisch Friese boerderijen, gebouwd volgens het kop-hals-romp principe. Volgens wikipedia heeft de bouwmethode die naam gekregen omdat het silhouet dat het oplevert doet denken aan een liggende koe. Hierbij is het woonhuisgedeelte de kop, het wat lagere middengedeelte de hals en de enorme schuur de romp. In St Jacobiparochie stond er één die op de oorspronkelijk bedoelde manier niet op het kavel paste. Of waarvan de bouwer wilde breken met de traditie. Omdat hij wel eens wat anders wilde. Tenminste, dat leek ons wel leuk, als dat zo was.

st jacobiparochie (1)

Een boer in St Jacobiparochie

een wandellimerick

Een boer in St Jacobiparochie
had zo zijn eigen gedochie..
Hij zei: loop naar de pomp,
met je kop, hals en romp,
ík bouw ‘m gewóón in een bochie!

Grote boodschap

grote boodschap

In de rubriek Tot hier heeft de Heer ons geholpen verzamelen we voorbeelden van onze geliefde vaderlandse culturele identiteit, zoals we die aantreffen langs tuinpad en oprijlaan, op stoep en terras aan het Nederlands Kustpad. Dit smaakvolle tafereel bijvoorbeeld, is te zien in St Jacobiparochie.

Abusievelijk in Westhoek

Wandelend langs het noordelijk deel van het Nederlands Kustpad maken wij een limerick voor iedere plaats waar we door heen lopen. Iedere stad, ieder dorp of gehucht.. als het een naam heeft, krijgt het een limerick. Een wandellimerick, zoals wij ons zelf uitgevonden genre noemen. En alles kan daarbij een aanleiding zijn. Het landschap of een stadsgezicht, een ontmoeting of een praatje, een observatie, een uitzicht of een inzicht. Of de naam van de plaats zelf, zoals bij Westhoek het geval was. Want is het niet toevallig dat er in Utrecht een plaats ligt die Westbroek heet en onderdeel uitmaakt van gemeente De Bilt, terwijl hier in Friesland dus een plaats ligt die Westhoek heet en onderdeel uitmaakt van gemeente Het Bildt. Je zou je er toch ook van gaan vergissen.

westhoek

Abusievelijk in Westhoek

een wandellimerick

Een dyslectische fan wilde, met handtekeningboek,
in Friesland bij zijn Utrechts idool op bezoek.
Aangebeld bij diens huis
bleek hij echter abuis
en werd opengedaan door Brenk Westhoek.

Nature morte

nature morte

Ook langs het Nederlands Kustpad kom je het tegen. Het ís geen kunst, maar het zou het eigenlijk net zo goed wel kunnen zijn. Het is maar net hoe je het bekijkt. En of je het wilt zien, dat ook. GeenKunst, noemen we het. Dit voorbeeld vonden we in Koehoal.

Het gelijk van Koehool

Voor iedere plaats waar het Nederlands Kustpad ons doorvoert, dit noordelijk gedeelte, maken wij gaandeweg een limerick. Al wandelend. Wandellimericks, noemen wij ons zelfverzonnen genre dan ook. Alles kan ons inspireren. Een ontmoeting of een gesprekje, een observatie, een uitzicht of een inzicht.. heel veel hebben we niet nodig.
Zo kwamen we langs het gehucht Koehool. Koehoal, op zijn Frysk. Een piepklein gehucht van, nou, wat zal het geweest zijn, tien huizen? Gelegen aan de voet van de dijk. De naam van het gehucht, zeker in combinatie met de grootte ervan, nodigt uit tot platte grappen. Ja, we geven het toe, ook wij.. het gaat een beetje vanzelf. Maar ja, van zijn buren heeft men in Koehool niet snel last. En men hoeft zijn deur maar uit te stappen en de dijk te beklimmen om getuige te zijn van een adembenemend, immer wisselend uitzicht: het droogvallen en weer vollopen van het Wad. Dus laat ze maar lachen, de grappenmakers.

koehool

Het gelijk van Koehool

een wandellimerick

De bewoners van het Friese gehucht Koehool
hadden het helemaal gehad, met de platte Hollandse jool:
‘In ons dorp aan de dijk
zijn wij de koning te rijk,
wie dat niet ziet, is een halve zool.’

Don Quichot

don quichote

In de rubriek Tot hier heeft de Heer ons geholpen. Waarin we, zoals inmiddels bekend, voorbeelden verzamelen van onze vaderlandse culturele identiteit – waarover soms zoveel te doen is – zoals we die aantreffen langs oprijlanen en tuinpaden, in tuinen en op terrassen langs het Nederlands Kustpad. Dit misschien toch wat exotische  exemplaar staat geheel geïntegreerd te zijn in Oosterbierum.

Putlucht in Oosterbierum

Voor iedere plaats waar het Nederlands Kustpad ons door leidt, het noordelijk gedeelte, bedenken wij een limerick. Al wandelend. Wandellimericks, noemen wij dit zelfverzonnen genre, want het beestje moet een naam hebben. We laten ons inspireren door wat we maar tegenkomen en dat kan echt van alles zijn. Een uitzicht, een landschap, een ontmoeting of een gesprek, een observatie.. veel hebben we niet nodig.
In Oosterbierum stapten we uit de auto om een nieuwe etappe te starten en het eerste dat opviel, en daar hoefden we de auto niet eens voor uit eigenlijk, was de doordringende putlucht die over het dorp was neergedaald. Oorzaak daarvan was het werk aan de riolering. De hemelwaterafvoer. Rond de st Joriskerk was de hele straat opgebroken en alle regenputten waren verwijderd. Verderop stonden ze monkelend bijeen. Voor hen zat het erop. Aan de overkant een uitsloverig torentje nagelnieuwe putten. Die zouden na het weekend wel geplaatst worden, namen wij aan. En dan verdween de putlucht vanzelf ook weer.

oosterbierum (3)

oosterbierum (1)

Putlucht in Oosterbierum

een wandellimerick

In Oosterbierum kon men niet meer ter kerke:
heel de straat opgebroken, door publieke werken.
Daar viel het besluit:
alle putten eruit!
Waarmee men de putlucht nu hoopt te beperken.

Alice in Wonderland

alice in wonderland

In de populaire rubriek Tot hier heeft De Heer ons geholpen, verzamelen wij voorbeelden van onze  vaderlandse culturele identiteit, die ons zo lief is, zoals we die aantreffen langs het Nederlands Kustpad. Aan oprijlanen, op terrasjes en in voortuinen, langs de tuinpaden van mijn vaders. Dit ensemble valt te bezichtigen in Oosterbierum.

Kerstmis in Winaam

We wandelen het noordelijk gedeelte van het Nederlands Kustpad, en voor iedere plaats waar we doorheen lopen, hadden wij bedacht, maken we gaandeweg een limerick. Een wandellimerick, zoals we ons zelfverzonnen genre noemen. Aanleiding kan daarbij van alles zijn, een ontmoeting, een uitzicht, een observatie.. maakt niet uit. We hebben weinig nodig.
Aan de rand van Wijnaldum troffen wij een bord waarop aankondigingen geschreven konden worden. Met krijt, stel je voor. Een schoolbord.
Winaam, zoals men Wijnaldum noemt wanneer men er woont, had ‘kerstboom opzetten’ in de aanbieding. We liepen er dan ook de donkere dagen vóór kerstmis. Over hoe het allemaal precies geschreven moest worden, was blijkbaar enig geharrewar geweest, maar dat is met een krijtbord geen probleem. Dat is het mooie van een krijtbord.

DSC03817

Kerstmis in Winaam

een wandellimerick

Bij het kerstboom opzetten in Winaam
ontstond er wat reuring aan de kraam
toen de voorzitter zei:
‘Joe kin d’r nit bij,
want dit is gin boam, maor ‘n baom.’

Two legal aliens

two legal aliens

Je komt het tegen, op je pad. Ook langs het Nederlands Kustpad. Het is geen kunst, maar het zou het zomaar wel kunnen zijn. Ligt eraan hoe je het bekijkt. En of je het wilt zien. Wij zien het graag. De wereld wordt er mooier van. De wereld een beeldentuin.
Dit werk troffen we aan in de Harlinger industriehaven.

December in Wijnaldum

Sinds we het noordelijk deel van het Nederlands Kustpad lopen, schrijven we voor iedere plaats waar we doorheen wandelen een limerick. Een wandellimerick, ons zelfverzonnen genre. Alles kan ons inspireren: een ontmoeting, een gesprekje een observatie.. alles.
In Wijnaldum zagen we de kaatsbaan liggen, even buiten het dorp. Typisch Fries verschijnsel, leek ons dat, een kaatsbaan. Vanaf de andere kant van het dorp werd hij al met enige trots aangegeven, met bordjes. Kaatsbaan, die kant op. Voor een kaatsbaan zag het er treurig uit, nu de ijsvereniging het onder water had gezet. Het was december immers, je kon nooit weten, zeker in Friesland niet. Maar al was het december, vriezen deed het bepaald niet. Dus voor een schaatsbaan zag het er óók nogal treurig uit.

wijnaldum 2

December in Wijnaldum

een wandellimerick

Zoals in de meeste Friese plaatsen
houdt men in Wijnaldum van kaatsen én schaatsen.
Nu de baan blank is gezet,
is het uit met de pret:
tot de vorst kan men schaatsen noch kaatsen.

De voortschrijdende tijd

Van Harlingen naar Oosterbierum, gelopen op vrijdag 11 december 2015

Wat een mooi stadje is Harlingen. We waren er eerder natuurlijk, omdat de vorige etappe er eindigde, maar kwamen toen niet veel verder dan de rand. Nu dwalen we er van die rand af dwars doorheen. Linksaf en rechtsaf langs grachten en binnenhavens, met meest bescheiden maar prachtige oude en opgeknapte geveltjes aan de kant, in alle soorten van de regenboog. Klokgevels, trapgevels, driehoekige of rechte gevels en combinaties daarvan, met versierde daklijsten, witte hoek-ornamenten en kleurige, fantasierijke gevelstenen. Oude pakhuisjes, huizen met trappen ervoor, smalle steegjes en bruggetjes.. alles wat een historisch stadshartje begeert.

DSC03762

In de Noorderhaven verraadt zich de vloed. Het water staat zo hoog dat de gietijzeren Raadhuisbrug het oppervlak bijna raakt, van het woud der dukdalven zijn alleen de vuilwitte badmutsen nog te zien zodat ze als in een zwanenmeer over het water uit lijken te waaieren.
Eerder stuiten we nog op het beeld van Anton Wachter, van wie we ons pas herinneren wie dat ook al weer was, als we kort daarna het geboortehuis van Simon Vestdijk passeren. Al blijft het zelfs dan bij een wat muffe herinnering aan de middelbare school. We kennen hem niet persoonlijk, Anton Wachter, alleen van horen zeggen. Misschien is dat, zoveel jaar later, eigenlijk onterecht.
We klimmen een dijk op en lopen dan plotseling langs en over de Tsjerk Hiddessluizen, een complex dat er met zijn afgerond strakke en witgepleisterde jaren vijftig vormgeving als een dubbel anachronisme bijligt: het past niet bij het historisch Harlingen waar we net uitkomen, maar zo modern als het ooit bedoeld is, oogt het ook al een tijdje niet meer. Een monument voor de voortschrijdende tijd.
Maar goed, het industriehavengebied waar we dan in terechtkomen is beslist nóg minder lieflijk nostalgisch. Zandoverslag, dicht op elkaar geschoven vissersboten in roestige kleuren, fantasieloze loodsen en complexen zonder opsmuk en petrochemische industrie met zulke ingewikkelde stelsels van buizen en pijpleidingen dat het moeilijk is voor te stellen dat er ook nog mensen zijn die daar wijs uit kunnen. En of we het als geruststellend moeten opvatten weten we niet, maar rondom staat iedere tien meter een blusinstallatie.

DSC03790

De kleuren die we hier tegenkomen zijn rood, blauw, geel en groen.. maar zeker tegen de donkergrijze en rumoerige wolkenlucht wil het geen vrolijk of kleurig schouwspel worden. Wel mooi, trouwens. Of, nou ja.. stoer, robuust. Ongepolijst. Het hoeft voor ons niet per se altijd paradijselijk ongerept natuurgebied te zijn, waar we doorheen wandelen. We vinden het juist wel boeiend om ook door dit soort zwaar gebruikte industriële landschappen te lopen. Het maakt immers evenzeer deel uit van de kust. En schoonheid tref je overal, zolang je er oog voor hebt.
Op de zeedijk zien we links de Waddenzee, met aan de horizon, hoe heiig ook, Vlieland en Terschelling. Voor de juiste volgorde komt voor de tweede keer vandaag onze schooltijd om de hoek kijken. De tv-tas, inderdaad. Wat, nu ik het zo neerschrijf, als een nogal vreemd ezelsbruggetje op mij overkomt, want wie doet in vredesnaam zijn tv in een tas? Zeker in de bloeitijd van het ezelsbruggetje had je niet veel aan een tas, om je tv te vervoeren. Twee potige kerels, daar had je meer aan. En wat er op tv gebied verder ook veranderd is, in de bijna vijftig jaar waar we het nu over hebben, dat in elk geval niet. Maar goed, het onderwijs is wel vaker ondoorgrondelijk.
Zigzaggend door het Friese landschap gaat het verder. We zien kale, zompige velden in aardkleuren vooral. Bruin, oker en omber. Zwarte plukjes kale bomen aan de einder, hier en daar. Statige boerderijen met afgekloven schuren. We passeren in de verte de Ropta State.

DSC03813

Dan verschijnt de kerktoren van Wijnaldum aan de donkergrijze horizon. Van een afstandje hebben we er geen hoge verwachtingen van. We zien het soort onbijzondere rijtjeshuizen waar er overal in Nederland dertien van in een half dozijn gaan. Maar als we dan een rondje om de kerk lopen, zien we het ware Wijnaldum. Een piepklein stokoud dorpje, in smalle, besloten, uit geel baksteen opgetrokken straatjes, dicht bijeen geschaard rondom de kerk die, zoals dat hoort, op een terp staat. De Andreaskerk, die er ondanks de gele kloostermoppen uit de 15e eeuw uitziet alsof hij er nog maar net staat. Grondig gerenoveerd of zelfs opnieuw opgebouwd, schatten wij in. Van de modern ogende, rood bakstenen toren, waarvan we later lezen dat het inderdaad niet de eerste en zelfs niet de tweede is, weten we dat ter plekke al zeker.
Even buiten Wijnaldum ligt de kaatsbaan er verlaten bij. Onder water gezet door de ijsvereniging ligt hij, naar oud Fries gebruik, op de vorst te wachten.
Langs de Sexbierumer vaart en langs de Riedpolder, langs weilanden van opengetrokken klei, in grote glimmende bonken, grijs, zwart en nat, trotseren we de regen. Aan de vaart treffen we, aan weerszijden van het water, twee onduidelijke, nogal massieve ruïnes aan. We zien nog een restje groene plavuizen en afgebrokkelde gemetselde bogen. De ruïnes horen duidelijk bij elkaar, ze neigen beiden naar de overkant, naar malcander. Het zijn de restanten van een spoorbrug. Ooit reed hier een trein. Van Sexbierum naar Wijnaldum. Stel je voor. Op internet vinden we later uit dat dat ergens tussen 1900 en 1930 geweest moet zijn. Een stoomtrein, rijdend op de lijn Harlingen – Tzummarum, voor de Noord-Friesche Locaal Spoorwegmaatschappij, die in die tijd een uitgebreid netwerk van lokale spoorlijnen onderhield. Er werden passagiers vervoerd, maar ook piepers.

DSC03858

Over de Slachtedijk tenslotte lopen we naar Oosterbierum, het eindpunt voor vandaag. Het is een duizend jaar oude dijk die is samengesteld uit in de loop der jaren langzaam met elkaar verbonden geraakte stukjes dijk die her en der, apart van elkaar werden opgeworpen, als plaatselijke bescherming tegen de destijds verderop gelegen Middelzee. Toen die in de loop der tijd werd afgesloten werd de Slachtedijk afgewaardeerd tot slaperdijk. Vandaag de dag is de Middelzee helemaal verdwenen. Alleen de Slachtedijk herinnert er nog aan. Ook die is een monument voor de voortschrijdende tijd.

De mannen van Harlingen

Een wandellimerick

Voor iedere stad of plaats, ieder dorp of gehucht waar we doorheen wandelen, langs dit noordelijk deel van het Nederlands Kustpad, bedenken wij een limerick. Zo hadden we dat bedacht. Wandellimericks, noemen wij het genre, want het beestje moet een naam hebben. Alles kan daarbij een aanleiding zijn: een ontmoeting, een observatie, een uitzicht of een inzicht.
Harlingen deden wij ten tweeden male aan, deze keer. Al kwamen we de eerste keer, de vorige keer, aan het eind van een etappe, niet verder dan het randje, aan de dijk, en bewaarden we het stadje zelf voor de volgende keer. Deze keer dus.
Enfin.
Wandelend door Harlingen, langs grachten en oude binnenhaven, zagen we nogal wat mannen van een bepaald type lopen. Het kan toeval geweest zijn, en als het je eenmaal opvalt ga je erop letten en zie je er steeds meer, maar toch.. het leek wel alsof ze om iedere straathoek stonden te wachten tot wij langskwamen. Vissersmannen. Het lijkt logisch misschien, in een stad als Harlingen, als het niet ook bijna karikaturaal was. Hoe opvallend veel het er waren, maar ook hoe ze stuk voor stuk volledig aan het clichébeeld van de visserman beantwoordden. Bonkig postuur, stoer zwart ribfluwelen werkmansjasje met lederen kraag en ritsen in de zakken, grijze baard en snor, gebreid wollen mutsje op. En nors. Vreselijk nors allemaal. Te nors om ze te durven fotograferen.
Hoe dichter we bij de zeehaven kwamen, hoe meer we er zagen. Daar leken ze trouwens ook wel vandaan te komen, bedachten we in een helder moment. Vooral ook omdat ze daar opeens met rolkoffers achter zich aan liepen. En hoewel het dus net zo goed passagiers van de veerboot van Terschelling konden zijn, met de pest in dat het er weer op zat, op het wonderschone eiland, vonden wij het romantischer te denken dat het van zee terugkerende vissersmannen waren.

de mannen van harlingen3

De mannen van Harlingen

De mannen van Harlingen komen van zee,
in hun kielzog een koffer op wieltjes, gedwee.
De schouders zijn fors,
de snorren staan nors..
de vangst viel ook dit keer niet mee.

Fly like an eagle

fly like an eagle

Een nieuwe aanwinst voor de rubriek Tot hier heeft de Heer ons geholpen. Een rubriek waarin we voorbeelden verzamelen van onze geliefde vaderlandse culturele identiteit, zoals we die aantreffen in voortuinen en aan oprijlanen langs het Nederlands Kustpad. Zoals hier in Wijnaldum.

Hollandse Friezen


Een wandellimerick
Voor iedere stad en ieder dorp langs het noordelijk Nederlands Kustpad een limerick. Zo hebben wij dat bedacht, al wandelend. Ieder gehucht, ieder buurtschap, elke vlek op de kaart.. als het een naambord heeft, krijgt het van ons een limerick. Een wandellimerick, want zo noemen wij ons genre. Jaja.. Alles kan daarbij een aanleiding zijn: een ontmoeting, een gesprekje, een observatie.. een uitzicht of een inzicht. Of een vraag, zoals bij Harlingen. Vóór we er binnenlopen hebben we er al één, namelijk: wie is de Stenen Man? Eerst zien we hem op de kaart al staan en later ook in het echt, op de dijk. De Stiennen Man, zoals de Friezen zeggen, of.. ja.. het zijn er eigenlijk twéé, zien wij nu. Twee gebeeldhouwde koppen met haar, besnord en bebaard, die – de weelderige krullen in elkander verstrengeld – elk een andere kant op kijken vanaf een monsterlijke pilaar op een al even lelijke sokkel van gemetselde kinderhoofdjes, zoals die bonkige keien nou eenmaal heten. Het is wel twee keer dezelfde man, zien we nu. Maar wie? En waarom?
Het blijkt te gaan om Caspar de Robles, van 1568 tot 1576 stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe in dienst van de Koning van Hispanje, ons welbekend. Hoewel wij toch zeker meenden te weten dat die in die jaren een stuk minder geliefd was. Dus waarom hier dan een beeld staat van een Spanjaard, een vijand.. wij hebben geen idee. Rare jongens, die Friezen.
Het beeld blijkt te herinneren aan de Allerheiligenvloed van 1570, die Friesland grotendeels onder water zet en grote schade aanricht, onder meer aan de dijken rondom Harlingen. Dat de trotse Friezen in het diepst van hun Friese harten weldegelijk echte Hollanders zijn, blijkt uit het feit dat de vernielde dijken in eerste instantie niet gerepareerd worden omdat de Friezen het niet eens kunnen worden over wie dat allemaal zal betalen. Het is Caspar de Robles die de kibbelende, beknibbelende partijen toch aan tafel krijgt en er zo voor zorgt dat de zeedijken weer gedicht en versterkt worden, om nieuwe rampen te voorkomen. Ook over het onderhoud worden sluitende afspraken gemaakt: het noordelijk deel komt voor rekening van de binnendijkers, het zuidelijk deel is voor de buitendijkers. Op de grens van die twee delen werd voor alle duidelijkheid een pilaar opgericht. Met het beeld van Caspar de Robles. Die zo tot in lengte van eeuwen naar het noorden en het zuiden blijft toezien op het nakomen van de gemaakte afspraken. Want het blijven Hollanders, die Friezen.

caspar de robles (2)

caspar de robles (1)

Stadhouder Caspar de Robles

In Harlingen steekt men de loftrompet
van de man die het land van de zee heeft gered.
De vraag die ons kwelt,
is waarom deze held
dan toch als een steen aan de dijk is gezet..