Graanrepubliek in winterslaap

De laatste etappe van het Nederlands Kustpad, van Kostverloren naar Bad Nieuweschans, liepen we vrijdag 29 december 2017

Het wordt een bijzondere dag vandaag. Daar hoeft al niets bijzonders meer voor te gebeuren. Vandaag lopen we het laatste stukje van het Nederlands Kustpad. Een staartje rest ons slechts, van Kostverloren naar Bad Nieuweschans. Vier jaar geleden stapten we in Hoek van Holland uit de trein voor het eerste stuk naar Den Haag – Zeeland sloegen we over, dat viel niet te bereizen – en meanderend door het leven en de seizoenen liepen we vervolgens in zo’n dertig etappes langs de kusten van Zuid- en Noord Holland, Friesland en Groningen. Met de kop in de wind en de zon op de bol welgemoed langs de rand van het land. Een prachtige wandeling, elke keer weer. Een weblog vol. En vandaag bereiken we dan wat al die tijd onze eindbestemming is geweest. Daar zouden we trots op kunnen zijn, zou dat in onze aard hebben gelegen. Maar goed. Vandaag komt een periode ten einde. Zo voelt het ook. Laten we er maar geen drama van maken, er valt nog genoeg te wandelen.

DSC01534

Het is 29 december. Ook het jaar is bijna af, de kerst zit er al op. Het is koud maar onbewolkt. De zon staat laag en werpt lange, lange schaduwen. Wanneer we in Kostverloren van de weg af landinwaarts buigen, strekt zich een oneindig niets voor ons uit. Kale akkers, lege velden. Door geen huis, geen schuur, geen boom of struik onderbroken leegte tot aan de in koude nevelen gehulde einder. De graanrepubliek in winterslaap. Lange rechte stukken, door een modderig weiland langs een sloot. Onder de blauwe hemel. In de zilveren zon.
Goed, de graanrepubliek mag in winterslaap zijn, ter sprake komt hij toch, wanneer we Nieuwe Beerta bereiken. Beiden lazen we het boek van Frank Westerman, over de soms grimmige geschiedenis van deze streek. Over de enorme tegenstellingen en verschillen tussen landeigenaar en landarbeider. Tussen arm en rijk. Een geschiedenis die zich niet afspeelde in een duister, ver verleden maar gewoon in de twintigste eeuw. Gisteren. Recente, vaderlandse geschiedenis. Zo recent dat het lijkt of we er hier, in Nieuwe Beerta, de nog verse sporen van kunnen zien.
We lopen binnen door een verzameling nogal verwaarloosde, verveloze huizen, barakken bijna, dichtgetimmerd hier en daar, met rommelige, onverzorgde erven waar een wat armoeiig, vrijbuiterig sfeertje omheen hangt. Op de grens van die bebouwing, aan de hoofdweg, tegen de achtergrond van nog meer lege graanvelden, staat een kerkje op zijn wierde zich van geen kwaad bewust te zijn. Links en rechts de hoofdweg afkijkend zien we dan, zover het oog reikt, op riante afstand van elkaar, kastelen van huizen staan. Paleizen met torentjes, balkons en erkers en serres, gelegen in onafzienbare tuinen. Hier hebben ze dus gewoond, de herenboeren. Temidden van hun rijk bezit, onder het goedkeurend oog van dominee en de Heere. Rijk geworden van het graan, de vruchtbare bodem, de stijgende graanprijzen en de laag gehouden lonen.

DSC01562

Op een informatiebord lezen we van de landarbeidersstaking van 1929, met als inzet een eerlijker loon. Een staking die door het gezag als communistische opstand werd gezien en met harde hand werd neergeslagen. Arbeiders die om hun goed recht ontslagen werden, hun huis uit werden gezet en in het gevang belandden. Landeigenaren die zich onverzettelijk toonden, geen dubbeltje méér wensten te betalen en kerk en staat behaaglijk achter zich wisten. Zelfs op de verderop gelegen begraafplaats zijn achter de fraaie toegangshekken de verschillen te zien, menen wij. Zeer eenvoudige stenen van cementbeton en sobere graven steken karig af tegen rijkversierde, gebeeldhouwde en ruim opgezette zwart natuurstenen familiemonumenten. Hoe het er in het hiernamaals inmiddels voor staat, dat weten we niet. Maar we maken ons geen illusies.
We lopen nog een eindje verder door het barre land, volgen even een spoorlijntje zonder bovenleiding en staan dan, na vier jaar wandelen, vrij plotseling in Bad Nieuweschans. Voorheen heette dat gewoon Nieuweschans – denk maar aan Jans Pomerans, die er vandaan komt – maar omdat men heeft besloten zichzelf in de wellnessbusiness op de kaart te zetten is er een jaar of tien geleden het Duits te interpreteren Bad aan toegevoegd. In de hoop dat de toeristen daar in groten getale op af zouden komen.

DSC01641

Om onze wandeling ook echt en wel zo leuk tot het allerlaatste eind te volbrengen, lopen we door tot aan de Duitse grens. Dat pakt onderweg heel aardig uit want zo komen we ook terecht op een ruim, wat ovaalvormig plein dat enige historie doet vermoeden, met statige oude gevels en een piepklein met leisteen afgewerkt torentje, uitgestald rond een zeer langgerekt grasveld. Terwijl we wat rondkijken en fotograferen en ons afvragen of dat grasveld misschien ooit water is geweest dat werd gedempt, een haventje zelfs misschien, en of dat torentje nou wel of niet van een kerkje is, stopt er een meneer op de fiets die zich niet zonder trots bekend maakt als journalist, redacteur én uitgever van de plaatselijke online nieuwsdienst  en ons genoeglijk voortbabbelend wegwijs maakt in Nieuweschans. Zo weet hij te vertellen dat het plein waar we staan in vervlogen tijden een exercitieterrein is geweest, we spreken dan van begin 17e eeuw, het staartje van de Tachtigjarige Oorlog. Nieuweschans was toen een juist opgeleverd vestingstadje als Bourtange en huisvestte in de bebouwing om ons heen enige compagnieën soldaten en kanonniers, zijstraten van het plein heten nog altijd eerste en tweede kanonnierstraat. Het torentje is van 1631 en hoort niet bij een kerkje maar completeert de Hoofdwacht, het gebouw waarvoor ieder uur ceremonieel de wacht werd gewisseld.

DSC01612

Verder is er, in tegenstelling tot wat wij in de gauwigheid menen te hebben gezien, geen sprake van leegstand in Nieuweschans, vertelt de man. Eerder van woningnood. Jongeren trekken weg uit het dorp omdat er niet voldoende geschikte woonruimte is. Werk is er genoeg, bij de bronnen van Fontana en de strokartonfabriek. Probleem is dat er wegens verordeningen ook niet echt gebouwd mag worden, aldus nog altijd onze correspondent, maar, weet hij ook, daar gaat verandering in komen. Er wordt gewerkt, aan Nieuweschans. Economische prikkels staan op stapel. Ook de oude locomotievenremise, waar we bij binnenkomst langs zijn gelopen, wordt straks heringericht en zal als Centrum van de Graanrepubliek ruimte gaan bieden aan allerlei hippe initiatieven rond het thema graan, zoals een bierbrouwerij, een bakkerij en restaurants waar gekookt wordt met lokale producten. Nieuweschans, nogmaals, wordt op de kaart gezet. Op het randje ervan misschien, maar niettemin.

DSC01632

Aan de grens met Duitsland dan, ons eindpunt, worden we verwelkomd door een dame met twee honden. Met enige bewondering in haar stem en blik constateert ze dat wij Het Pad lopen. Daar heeft zij diep respect voor, laat zij ons weten. We nemen haar compliment met gepaste bescheidenheid in ontvangst al vinden we diep respect wat overdreven, we hebben tenslotte niet eens echt het héle pad gelopen maar zijn in Hoek van Holland gestart. Als we even later een bord bestuderen waarop onze wandeling in lijnen en stippen op een kaart staat afgebeeld, zien we dat het Nederlands Kustpad deel uitmaakt van een veel groter geheel, een wandelroute namelijk die zich uitstrekt van zuidelijk Spanje tot aan St Petersburg aan toe. We vragen ons voorzichtig af of de dame ons niet verkeerd heeft begrepen. Hoe dan ook blijkt eens te meer dat, al staan we hier aan het eind van deze tocht, er nog voldoende te wandelen over blijft. Waarvan akte.

Advertisements

8 thoughts on “Graanrepubliek in winterslaap

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s