Rustpunt

Het zal de oplettende lezer, de trouwe volger misschien al zijn opgevallen.. nieuwe berichten laten hier steeds langer op zich wachten. Gisteren liepen wij een nieuwe etappe van het Grootfrieslandpad en moesten al wandelend constateren dat ons weblog een beetje aan het versloffen is geraakt. Reeds drie etappes liepen wij achter, met de verslaglegging, de etappe van de dag niet eens meegerekend. En wij moesten elkaar bekennen het bijhouden steeds meer als een verplichting te zijn gaan beschouwen. Huiswerk. Omdat dat natuurlijk nooit de bedoeling kan zijn, besloten we er dan in elk geval voorlopig maar even een punt achter te zetten, niets is voor eeuwig tenslotte, al is het een beetje jammer misschien dat het doek nu valt voordat we de onderhanden route hebben uitgelopen.
Wij bedanken iedereen die heeft meegelezen voor de belangstelling. Het weblog blijft gewoon online staan dus er kan altijd teruggelezen worden, mocht die behoefte er zijn. Wij blijven gewoon doorwandelen dus wie weet treffen wij elkaar nog eens langs ‘s Heeren wegen.

Pech in Pikesyl

Wandellimerick

Voor alle plaatsen waar we door wandelen met het Grootfrieslandpad maken we een limerick. Eigenlijk vooral voor ons eigen plezier. Wandellimericks, noemen wij deze zelfverzonnen loot aan de pleijsierdichterij. Aanleiding kan van alles zijn, zoals blijkt uit de tot nog toe geschreven bundel. Uitzichten, aanzichten, inzichten. Grote of onbeduidende zaken. Van de schoonheid en de lelijkheid.
Pikesyl waren we eigenlijk al weer uitgelopen, het is niet heel groot, toen we langs een boerenweg van betonplaten een auto in de modderige berm in zijn eigen diepe remspoor zagen staan. Het was een op het oog keurig fatsoenlijke gezinsvolvo, donkerblauw, stationwagen, maar had duidelijk het nodige meegemaakt. De voorkant stond omhoog en leunde op twee losse, op de grond liggende banden. Het linker voorwiel ontbrak, een restant hing hulpeloos geknakt uit de wielkast omlaag. De voorbumper was verdwenen. Hoofdschuddend speculeerden wij over wat hier gebeurd kon zijn.



Pech in Pikesyl
een wandellimerick
Een joyrider in Pikesyl
verloor de macht over het stuur, zijn bumper en z’n wiel..
het was ongehoord
maar hij sprak onverstoord:
Ach, wat zou dat nou mensen.. ieder z’n stiel..

Tip: Lees ook de andere wandellimericks in het archief

Het kerkepad van.. Abbega?

Wandellimerick

Elke plaats waar wij door wandelen, met het Grootfrieslandpad, krijgt van ons een wandellimerick, het zal bekend zijn inmiddels. We begonnen ermee in Stavoren, tijdens het Nederlands Kustpad, en zijn er sindsdien nog niet mee gestopt. De limerick ontstaat over het algemeen al wandelend, naar aanleiding van iets, wat dan ook, dat ons opvalt.



Westhem verlieten wij langs een modderig kerkepad dat ons dwars door de weilanden en langs boerenerven naar Abbega bracht. Al lopend waren wij in de veronderstelling dat men in vroeger tijden dus langs dit pad ter kerke ging in Westhem, naar het schattige kerkje dat wij daar achter ons hadden gelaten. Tot we aan het eind van nog altijd hetzelfde kerkepad de kerk van Abbega zagen opdoemen. Niet minder schattig, met een groen wit betimmerd torentje. Nog altijd vragen wij ons af hoe het nu eigenlijk zit.

Het kerkepad van.. Abbega?
een wandellimerick
Wie het kerkepad vanuit Westhem naar Abbega verlaat
en met zijn rug naar de kerk van Abbega staat
ziet tegen het zwerk
ook in Westhem een kerk
en vraagt zich af of het pad nou naar Westhem of naar Abbega gaat

Lees meer wandellimericks in het archief. Sterker nog, daar staan ze allemaal.

Ter kerke in Westhem

Wandellimerick

Al wandelend langs het Grootfrieslandpad maken wij voor iedere plaats waar wij door komen een limerick. Dat is het idee. Een wandellimerick, hebben wij ons zelfverzonnen genre genoemd. En we doen dat voor ons plezier. Een aanleiding vinden we in de meest uiteenlopende zaken. Dat kan een ontmoeting zijn, een gesprekje onderweg. Een beeld of een uitstalling. Een uitzicht, een aanzicht of een inzicht.
In Westhem werd onze aandacht al getrokken door het pittoreske kerkje dat zich van verre reeds aankondigde tegen de einder. Wat een schatje, zeiden we tegen elkaar, en maakten er heel wat foto’s van, uit alle hoeken en van alle kanten, wat goed kon omdat de route zowat om het kerkje heen draaide. Westhem verlieten we dan weer over het kerkepad, het pad waarover de bewoners van huizen en boerderijen in de omgeving in vroeger tijden op zondag naar de kerk liepen, in familieverband. En in het goeie goed gehesen. Wij stelden het ons voor. Het kerkepad dat voor ons lag was een modderig en gedeeltelijk onder water staand spoor door het weiland. We waren blij dat we ons goeie goed niet aan hadden.





Ter kerke in Westhem
een wandellimerick
Wie in Westhem dichtbij de Heere wil staan
zal niet door het vuur, maar door het slijk moeten gaan:
kniehoog op het kerkepad
staat de modder, spekglad..
daarom trekt Westhem op zondag de lieslaarzen aan

Lees meer wandellimericks in het archief

Handel in Blauwhuis

Wandellimerick

Voor iedere stad waar we doorlopen maken wij al wandelend een limerick. Een wandellimerick. Het is een onschuldig vermaak waar we zelf veel plezier aan beleven. Een aanleiding is altijd wel te vinden en kan van alles zijn. Een beeld of een gebouw, een ontmoeting of iemands tuin, een uithangbord, een uitstalling, een uitzicht of een inzicht.
In Blauwhuis werden op de stoep versgetimmerde vogelhuisjes te koop aangeboden, de lente was duidelijk weer in het land, zij het dralend en voorzichtig. Tegelijk kon je, zo lazen wij op het bord, er  je schaatsen nog laten slijpen, lente of niet. Wij vonden het weer een mooi voorbeeld van de typisch Hollandsche handelsgeest.




Handel in Blauwhuis
een wandellimerick
In Blauwhuis, in Friesland, daar wonen de lepen,
daar wordt uit ieder seizoen het laatste centje geknepen:
de nestkastjes nét
in de verkoop gezet,
kunnen de schaatsen er ook nog wel worden geslepen


Kijk voor meer wandellimericks in het archief

Volksschrijver in Greonterp

Wandellimerick

Al wandelend langs het Grootfrieslandpad maken wij voor iedere stad waar wij door lopen een limerick. Gewoon voor de lol, voor ons eigen plezier, een onschuldig tijdverdrijf. Ieder stadje, ieder gehucht, dorp of buurtschap.. als er een naambord staat, krijgt het van ons een wandellimerick, zoals we ons eigen genre hebben genoemd. Een aanleiding vinden we in van alles, rijmen en dichten doen we lopende heen, op de maat van de wandeling.



In Greonterp bevonden wij ons aan het tuinhek van huize Het Gras. Achter ons stond Gerard Reve, met een pet op, in transparant zwart wit. Hij zag dat het goed was. In de bestrating was een plaquette verwerkt waarop met enige toepasselijke moeite stond te lezen dat de beroemde schrijver hier zeer korte tijd bijna gelukkig was. Tussen 1964 en 1971 moet dat geweest zijn, want toen woonde en werkte hij hier, in dit kleine huisje, in dit piepkleine dorp. Hier schreef hij zijn overvloedige correspondentie met Jan en alleman en zijn boek Nader tot U (1966), met brieven en gedichten. Bijna gelukkig zal hij vooral de eerste jaren geweest zijn, begrijpen wij, toen hij zich nog vaak lyrisch uitliet over zijn leven op het Friese platteland:
‘De herfst is nog ontroerender dan de zomer. En geen geluid, geen mens, alleen maar eindeloos uitzicht. Dit heb ik altijd gewild. Ik heb nog nergens zoon landschap gezien, ik bedoel zo ontroerend. Ik denk dat de nieuwe hemel en de nieuwe aarde er zo uit zullen zien, bij de wederkomst van hem die alle dingen nieuw zal maken, althans dat heeft hij gezegd.’
Zo verliefd was hij op Greonterp dat hij, nog geen veertig jaar oud, al wist dat hij er begraven wilde worden, op het op één grafsteen na ongebruikte kerkhof bij de klokketoren:
‘Mijn as wordt begraven op het kerkhof te Greonterp. De mensen die komen kijken krijgen met onbekrompen maat te drinken, de kinderen ook, dat staat geschreven. Er komt een houten kruis, waarop te lezen valt: “God is de liefde”, verder niks. Dan komt de harmonie en speelt een lied, langzaam en vroom met veel koper. Als er wel wolken maar geen wind is, wordt de hemel een sluier van stilte en daalt iets neer dat veel lijkt op geluk.’



De bevolking, lezen wij, vond hem een vreemde snuiter, uiteraard, maar accepteerde hem wel. Met grote regelmaat was hij te vinden in het dorpscafé van het verderop gelegen Blauwhuis, waar hij ook zijn brieven postte. Vermakelijk is de anekdote dat hij eens zó dronken terugkwam dat hij niet meer wist hoe hij zijn brommer uit moest zetten en toen maar rondjes is blijven rijden, over het nachtelijk platteland, tot de benzine op was, en het probleem opgelost.
Later sloeg de stemming om en begon het hem blijkbaar te benauwen:
‘Je kunt nooit eens een eind lopen zonder je ontelbare mensen van heinde en verre al ziet aankomen & moet groeten. Ik ben nog niemand in Friesland tegengekomen die ik iets persoonlijks, iets oorspronkelijks of iets eigens heb horen zeggen. Zij stoten klanken uit, maar ik voer konversaatsie, totdat ik ademloos ben.’ 
Hij ging zich ergeren aan ‘pesterijen’ als de radio van de buurjongens en het gekletter van de melkbussen en besloot na amper zeven jaar terug te keren naar de grote stad.

Volksschrijver in Greonterp
een wandellimerick
In Greonterp heeft de beroemde Gerard Reve
veel van zijn brieven en een boek geschreven,
hij woonde er even
maar is niet lang gebleven
want uiteindelijk viel er toch geen reet te beleven

Lees meer wandellimericks in het archief.

In ûnsjogge liuw by de doar

Kunst onderweg

Het is niet direct het meest aansprekende stukje Workum waar we onverwacht op twee vrij uitbundige leeuwen stuiten. Niet om onaardig te zijn, maar het lijkt een beetje een achterafplekje, waar ze zijn neergezet. Een sullig en afgetrapt grasveldje. Met links een van iedere glamour gespeend jachthaventje, rechts de Gammaschuttingen van de achterburen en eerloos uitlopend op twee overvolle parkeerterreintjes langs het water van de Diepe Dolte, een niet al te breed kanaal. De grandeur moet komen van de St Gertrudiskerk, die daar dan weer net iets te ver weg voor staat. Nee, de leeuwen moeten het hier helemaal op eigen kracht zien te rooien.



En ze doen zeker hun best, dat moet gezegd. Ze zijn erg groot, bijvoorbeeld, ze torenen ruim boven ons uit, en hun vergulde manen fonkelen in de zon. Het zijn twee klassieke, wat kinderlijk gedachte leeuwen, in moderne, platte kleuren, maar wel weer in een klassieke, onnatuurlijke pose: brullend staan ze op hun achterpoten, op een kobaltblauwe vorm die een wolk of een golf of een kussen of nog iets anders kan zijn. De voorpoten hoog in de lucht geheven. Van alletwee de kanten zien we de leeuwen van voren, een achterkant hebben ze niet. Door de misschien wat stuntelige vormgeving van de dieren, in combinatie met de platte kleuren en de gladde uitstraling van het materiaal doen ze ons een beetje denken aan de plastic leeuwtjes waar we vroeger als kinderen mee speelden. Knalrood en helgeel waren die, met soms nog zo’n plastic fliebeltje aan de gietnaad dat je er nooit helemaal afgepulkt kreeg. Als we er zo mijmerend wat langer bij stilstaan spuit er trouwens plotseling water uit de nagels van die voorpoten, de gebogen stralen spatten op de betegelde vloer tussen de leeuwen uiteen.


De woeste leeuwen van Workum, een mengvorm van fontein en bedriegertjes: als je niet oplet word je nat.

Aha! Het is dus een fontein, waar we naar kijken. En dan gaat ons heel langzaam een lichtje op. Fonteinen in Friesland.. was dat niet iets met Europa? En cultuur? Thuis zoeken we het na en inderdaad, het klopt, de Leeuwen van Workum zijn één van de eleven fountains, een internationaal kunstprojekt voor Leeuwarden Fryslân 2018 culturele hoofdstad van Europa. Elf fonteinen, door elf kunstenaars, uit elf landen, in, jawel, de elf steden van Friesland. Als het om originele invalshoeken gaat, is Friesland wel een beetje de elfde provincie, maar goed, it hindert neat.
Het behoeft misschien ook geen verbazing dat het projekt heel wat voeten in de aarde heeft gehad, zo gaat dat wel vaker met kunst. In geen van de elf steden werd de fontein met unaniem gejuich ontvangen. Op randstedelijke fratsen zat men niet te wachten. Wy wolle dat hjir net. Fonteinen horen in Zuid Europa, niet in Friesland, werd gesteld. Onze steden zijn goed zoals ze zijn, daar hoeft geen fontein bij. En wat kost dat allemaal wel niet. En waarom moet dat door kunstartiesten van buiten worden gemaakt, en niet door onze eigen Friese kunstenaars. Niet bepaald uitingen van de Grote Europese Gedachte inderdaad.
In Workum, lezen wij, was het verzet nog het felst. Ik wil geen lelijke leeuw voor mijn deur, werd er geschreeuwd op een informatieavond voor de bewoners, maar dan in het Fries waarschijnlijk. Men voelde zich gepasseerd, genegeerd en overdonderd door de hoge heren van buiten. Er ontstond zelfs een tegenbeweging, met een eigen ontwerp voor de fontein, bedacht én uitgevoerd door een Workums kunstenaar: de Piemelfontein. Tja. Een achteneenhalve meter hoge verzameling van 230 water spuitende piemels, stuk voor stuk betaald door evenzovele sympathiserende bewoners, die hun eigen piemel nu, nu het allemaal achter de rug is, waarschijnlijk als pronkstuk in de achtertuin hebben staan. In de Piemelfontein – die officieel overigens Pauperfontein heette – was een openbaar toilet gehuisvest, een dames en een heren, omdat, volgens de maker, er meer behoefte was aan een openbaar toilet dan aan een fontein. Je voelt de kloof, in dit verhaal. Wie er meer over wil lezen raden wij aan hier even door te klikken, en het zeer gedetailleerd en smakelijk geschreven verslag van Jitske Kramer te lezen.


Workums kunstenaar Henk de Boer poseert voor zijn piemelfontein, die een protest is tegen het prestigieuze, elitair geachte eleven fountains projekt.

Alle verzet en protest ten spijt kwamen de leeuwen er toch, want zo gaan die dingen dan ook weer. Al is het verleidelijk te denken dat ze misschien niet helemaal voor niks een beetje op een achterafplekkie staan. Dat men de weerstand al aan heeft voelen komen en bij voorbaat maar alvast niet voor locaties prominent in het centrum heeft gekozen. Ontmoetingsplekken, zouden het moeten worden, de elf fonteinen, lezen wij. Misschien zijn dagen van pandemie en lockdown niet de beste tijd dit te beoordelen, maar het lijkt ons moeilijk worden in Workum wanneer er geen moeite gedaan wordt er ook verder een aantrekkelijke plek van te maken. Een beetje groen, een paar bankjes. Het is maar een idee.



Cornelia Parker (1956) is de Britse kunstenares die, in opdracht dus van Fryslân Culturele Hoofdstad, de leeuwenfontein bedacht voor Workum. Parker staat bekend om haar conceptuele benadering. Ze schildert of beeldhouwt of boetseert niet zelf, maar ontwikkelt een idee en zorgt ervoor dat dat wordt uitgevoerd. En dat kan dus alle kanten op. Conceptuele kunstenaars maken vaak het werk waarvan op geringschattende toon gevraagd wordt of dát nou óók al kunst is tegenwoordig. Zo liet Parker eens een schuurtje opblazen, door het Britse leger, en hing de brokstukken daarna zó aan het plafond van de galerie dat het leek alsof de explosie in volle gang was stilgezet. Op het dak van het Metropolitan Museum of Art in New York liet ze een huis bouwen van het hout van gesloopte, karakteristiek Amerikaanse schuren, zogenoemde red barns. Het huis was een kopie van het huis dat Hitchcock in zijn film Psycho (1960) had gebruikt, waarvoor hij zich op zijn beurt weer had laten inspireren door een schilderij  van Edward Hopper, The house by the railroad (1925). Net als in de film, en in feite ook op het schilderij, bestond van dit huis alleen de voorkant en was het alleen vanuit een bepaalde hoek als ‘echt’ waar te nemen, een decorstuk, aan de achterkant overeind gehouden door steigers en steunberen.


De leeuwen zoals ze al sinds 1650 het Workums wapenschild tonen.

Voor de fontein in Workum was Parker gevraagd zich te laten inspireren door de rijke historie van de stad en haar bevolking, en de typische Friese gemeenschapszin, het thema van de culturele hoofdstad. Zij koos ervoor de heraldische leeuwen die sinds 1650 op een gevelsteen op de Waag het wapen van Workum omhoog staan te houden te bevrijden. Enorm uitvergroot en losgezongen van hun gevelsteen staan zij nu, in plaats van het wapenschild, de levende stad zelf te presenteren, zo is het idee. De antieke leeuwen op de gevel van de Waag zijn eeuwen geleden gebeeldhouwd door een Workums ambachtsman die waarschijnlijk nog nooit een leeuw gezien had, en zich moest baseren op andermans beschrijvingen van dit vreemde, exotische dier. Het is grappig om te bedenken wat hij ervan zou vinden dat zijn schepping nu meer dan levensgroot in de stad staat. Of.. meer dan levensgroot.. misschien heeft de man ze zich in 1650 wel precies zo groot voorgesteld.


Cold dark matter :: an exploded view, een werk uit 1991 van Cornelia Parker. De brokstukken van een opgeblazen schuurtje zijn zó opgehangen dat de explosie in volle gang is stilgezet. Een in het midden geplaatste lamp versterkt het idee van een explosie en zorgt voor dramatische schaduwen.


Transitional object (Psycho barn), een werk uit 2016 van Cornelia Parker. Op het dak van het New Yorkse Metropolitan bouwde ze van sloophout van Amerikaanse schuren een decorhuis (rechts) geïnspireerd op het huis uit de film Psycho van Alfred Hitchcock (midden), die zich op zijn beurt had laten inspireren door een schilderij van Edward Hopper (links).

Lees meer afleveringen van Kunst onderweg in het archief

Dit artikel wordt ook gepubliceerd op De Vrije Wandeling, weblog van een wandelaar

Hectic Jazz

GeenKunst



Je komt het tegen, op je weg. Langs je pad. Zo ook langs het Grootfrieslandpad. Het is niet bedoeld als kunst, het staat er gewoon, het ligt er gewoon. Het is er gewoon, voor zolang als het duurt. Het is geen kunst, maar zou het eigenlijk net zo goed wel kunnen zijn. Als je er anders naar kijkt. En als je het wilt zien. Zo wordt, wanneer je goed oplet, de wereld een beeldentuin. Deze installatie vonden wij even buiten Blauwhuis, vlak voor Westhem.

Blader ook eens door de nimmer complete catalogus van deze almaar uitdijende collectie.

Paniek in Nijhuizum

Wandellimerick

Wandelend langs het Grootfrieslandpad maken wij voor ieder stadje, plaatsje, buurtschap of gehucht waar we door komen een limerick. Aanleiding en inspiratie vinden we in de meest uiteenlopende zaken; rijmen en dichten doen we al wandelend, zonder andere hulpmiddelen dan onze verbeelding en fantasie. Wandellimericks, noemen wij onze zelfverzonnen loot aan de stam van het pleijsierdicht.



In Nijhuizum staat het kleinste kerkje van Friesland. Goed, we hebben ons op deze pagina’s al eerder en meer dan eens afgevraagd waarom het blijkbaar zo belangrijk is dat iets het grootst of het kleinst of het langst of het breedst of het hoogst of het diepst of het oudst van weer iets anders is. Dat hoeven we hier dus niet te herhalen. Het zal wel. Het kerkje in Nijhuizum is inderdaad erg klein en buitengewoon charmant.
De digitale bronnen zijn het niet helemaal eens over de data, we houden het erop dat het kerkje ergens in de achttiende eeuw is gebouwd, op de restanten van weer een veel ouder kerkje. Als we even binnenlopen zien we dat het erg eenvoudig is ingericht, met wat kerkbanken, een hek en een preekstoel. Achterin draagt één van de kerkbanken het opschrift ‘koster’, zodat die op drukke dagen verzekerd is van een plekje.
Direct over de drempel stappen we op twee grafstenen. De opschriften zijn moeilijk te lezen, later op internet leren we dat het gaat om twee huisvrouwen van ene Sytse Hessels, in een officieel document van 1798 genoemd als ‘dorpsregter van Nieuwhuisum’.



Het houten tongewelf is groenachtig blauw. Blauwachtig groen. In het kantoortje hangt een uitgeknipt krantenartikel aan het prikbord. Het papier is licht vergeeld en de opgenomen foto toont een duidelijk wat verder verleden. De combinatie zet ons op het verkeerde been, het knipsel is van mei 2019 en bespreekt een boek over de geschiedenis van het kerkje. De foto toont de laatste dominee die, gevolgd door een aantal muzikanten en kerkgangers uit het nabijgelegen Gaastmeer, door de weilanden naar het kerkje trekt. Omdat het kerkje van Nijhuizum geen dominee, geen verwarming en geen verlichting had, kerkte de bevolking des winters in Gaastmeer. In de zomer was dat andersom. De muzikanten kwamen mee omdat er in Nijhuizum óók geen orgel was. De inrichting was erg eenvoudig vermeldden we al.



In het voorportaal zien we tenslotte het koord van de torenklok hangen, de lus uitnodigend losjes over een houten knop gedrapeerd. Hoe zou het zijn, dromen wij hardop, om nu de klok te luiden. Geen van beiden hebben we ooit zoiets gedaan. Hoe zou het voelen? Hoe zou het klinken? Het koord hangt binnen handbereik, en boven, in het houten torentje, hangt een klok uit 1729. Buiten is het stil.

Paniek in Nijhuizum
een wandellimerick
In de kleinste kerk van Friesland is de verleiding heel groot
om zelf de klok te luiden, ook al is er geen nood.
Het koord hangt ervoor..
maar wij besluiten in koor:
in paniek in Nijhuizum zien we ook weer geen brood.


Lees meer wandellimericks in de archieven.

Covid in Workum

Wandellimerick

Weet u het nog? Voor elke plaats of stad waar we door wandelen, op onze tochten langs ’s Heeren weegen, componeren we een limerick. Eigenlijk vooral omdat we daar zelf zoveel plezier aan beleven. We zijn daar ooit in Stavoren mee begonnen, bij de start van het noordelijk deel van het kustpad, en nu, langs het Grootfrieslandpad, zijn we er gewoon mee door gegaan. Er zijn nu zelfs al plaatsen die zich in twee limericks mogen verheugen, al zullen ze er zelf geen weet van hebben. Wandellimericks hebben we het genre gedoopt, een typisch voorbeeld van het zogenoemde pleijsierdicht. Aanleiding kan van alles zijn. Een beeld, een ontmoeting, een uitzicht. Een straatnaam, een plaatselijk gebruik of het weer. Of, zoals hier in Workum, de keiharde actualiteit.



Onder meer vanwege de winter hadden we een pauze ingelast in onze wandeling langs het Grootfrieslandpad. Vandaag lijkt de winter geweken. Het is tijdelijk, dat weten we heus wel, het is pas februari, maar de voorjaarsvakantie doet de naam dit jaar zeker eer aan. Het is heerlijk wandelweer. En als je niet beter wist zou je zeggen: het is heerlijk terrassenweer. Maar we weten wel beter natuurlijk. Thuis zijn we er allang aan gewend. Denken we er al niet eens meer aan. Vragen we ons al niet eens meer af hoe lang het nog gaat duren. Thuis zien we wel. Thuis is het niet anders. Maar hier, op onze eerste wandeldag in lange tijd, bij ons weerzien, bekruipt ons toch een ander gevoel. Het mooie, vriendelijke en normaalgesproken toeristische Workum, het startpunt van de wandeling, ligt er desolaat en verloren bij. Niet alleen het plein onder de kerk, in andere tijden één groot terras, is geheel verlaten, nergens zien we iemand lopen, fietsen of van het zonnetje genieten. Het is onwerkelijk, omineus. En dat rijmt bepaald niet met onze onbezorgde vakantiestemming.

Covid in Workum
een wandellimerick
Door Corona, en haar regels, lijkt Workum wel uitgestorven,
je ziet er geen mens op het plein, noch in haar strièten, gloppen en ôrven.
Het is wel lekker stil
maar da’s niet wat je wil,
het onbezorgd vakantiegevoel wordt er een beetje door bedorven.


Lees meer wandellimericks in de archieven.

Omdat Uffing er vandaan kwam

Kunst onderweg

Je ziet ze niet vaak meer, monniken, maar in Workum staat er nog een. Voor de Waag, onder het gemeentewapen. Op een sokkel. Maar goed, die is dan ook van brons. Een bronzen monnik op een hardstenen sokkel.
Het is een zeer gestileerde gestalte die daar staat. Een strak, bijna geometrisch gevormd en rimpelloos habijt verbergt de meeste details, en toch heeft het beeld precies de wat verheven en tegelijk bescheiden houding waaraan je de betere monnik herkent. De schematische armen verdwijnen onder het habijt, waar de handen vermoedelijk vroom voor de buik zijn gevouwen.



Het gezicht, dat sereen uit de zware, puntige capuchon opdoemt, is het meest uitgewerkte gedeelte van het beeld. Het trekt daardoor ook meteen de aandacht, de monnik vangt je blik. Toch zijn deze ogen, deze neus, deze mond geen portret, daarvoor zijn de trekken te regelmatig, te symmetrisch, te algemeen. Dat kan ook niet anders omdat de monnik die hier wordt uitgebeeld leefde van 945 tot 1025, toen hadden ze nog geen profielfoto’s. Alleen in geschrift werd hij overgeleverd. Als Uffing van Workum. En dat is meteen ook de reden waarom hij hier herdacht staat te worden. Vanwege zijn naam.


De heilige Odulphus aan het werk, op een 17e eeuwse gravure van ene Frederik Bloemaert.

Als jongen, zo luidt de gereconstrueerde geschiedenis, kwam deze Uffing in aanraking met de monniken uit het klooster in Hemelum, dat gesticht was door ene priester Odulphus, met het oogmerk uiteraard de Friezen hun eigen goden uit het hoofd te praten en te bekeren tot zíjn ware geloof. Zo gaan die dingen. De monniken zullen al prekend en mooie verhalen vertellend door de omgeving zijn getrokken en kwamen zo ook in Workum terecht, waar ze in de jonge Uffing dus een aandachtig luisteraar troffen. Zó aandachtig zelfs dat de jongen als monnik intrad in het klooster, om er te leren lezen en schrijven en later zelf bekerend de wereld in te trekken. Uiteindelijk vestigde hij zich in een door een Fries apostel gesticht klooster in Werden, in het huidige Duitsland, waar hij werd ingeschreven als: Uffing van Workum. Het is daardoor dat men nu weet dat Workum dus in de tiende eeuw al onder die naam bestond. Omdat Uffing er vandaan kwam, en dat liet noteren. En in Workum zijn ze daar blij mee. Terecht uiteraard. Vandaar een beeld.
Het staat er sinds 1997 en werd gemaakt door Sofie Hupkens, in opdracht vanzelfsprekend van de stad Workum. Sofie Hupkens (1952) werd geboren in Sao Paulo, Brazilië, studeerde cum laude af aan de St Joost Academie in Breda in 1974, studeerde verder aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht en de universiteit van Rio de Janeiro. Sinds 1991 is ze neergestreken in Bakhuizen in Friesland alwaar ze een atelier deelt met haar man.


Sofie Hupkens aan het werk bij het inrichten van een tentoonstelling van haar beelden.

De menselijke figuur staat centraal in haar werk, zonder dat ze daarbij per se individuen uitbeeldt. Het gaat haar meer om de gestalte in zijn algemeenheid, de uitdrukking van de mens. Gezichten, zo haar beelden die hebben, zijn vaak eerder maskers dan expressieve, persoonlijke portretten.
Behalve in Workum is haar werk op meer plekken te zien in de openbare ruimte. In Amsterdam bijvoorbeeld staat het monument ter herdenking van het Jordaan-oproer, in Delft een oorlogsmonument en in Enkhuizen een beeld voor de cartografen Wagenaar en van Linschoten. Bij die laatste wordt ergens opgemerkt dat Van Linschoten feitelijk geen cartograaf zou zijn geweest, maar dat is een ander verhaal.


Het Jordaanoproer, van Sofie Hupkens, te zien in Amsterdam.

Lees meer afleveringen van Kunst onderweg in het archief.

De ram van Hindeloopen

Wandellimerick

Voor elke plaats waar we door lopen, tijdens onze wandeltocht langs het Grootfrieslandpad, voor elke stad, voor elk stadje, dorp of gehucht, maken wij een limerick. Een wandellimerick, zoals we ons zelfverzonnen plezierdichtgenre zijn gaan noemen. We doen dat al wandelend, met de koppen in de zon en de neuzen in de wind, zonder andere hulpmiddelen dan onze gezamenlijke fantasie en elkaars opzetjes. Aanleiding of onderwerp vinden we in van alles en nog wat, lees daar het archief maar eens op na. Onze tweede wandellimerick ooit maakten wij, jaren geleden alweer, wandelend langs het Nederlands Kustpad, over Hindeloopen. En die had wat je een erotische ondertoon zou kunnen noemen. En misschien ligt het aan ons, of misschien ligt het aan Hindeloopen, ook deze tweede keer ontkomen we daar niet aan.



We zijn nog niet echt in Hindeloopen, maar we wandelen over de IJsselmeerdijk en zien aan haar lieve torentje dat het niet ver meer is. Zoals op veel grasdijken het geval is, worden we omringd door schapen die zich weinig van ons aantrekken. Plotseling klimmen twee stoere mannen jaloersmakend soepel over het hek en voor we goed en wel doorhebben wat er gebeurt heeft één van de twee mannen een schaap met een handige zwaai op de rug gelegd en in een soort houdgreep genomen. Het schaap zag het blijkbaar ook niet aankomen. Wij zijn nieuwsgierig en vinden het leuk onderweg een praatje te maken met deze of gene en vragen wat er met het schaap aan de hand is. De man verwijdert ondertussen een soort lederen voorschoot bij het schaap en wijst ons er om te beginnen op dat dit geen schaap is maar een ram, wat wij, nu er geen lederen schort meer voor zit ook luid en duidelijk zelf kunnen vaststellen. Deze ram, legt de man ons verder uit, heeft de afgelopen tijd een aantal proefdekkingen gedaan, met dat schort voor dus, en een geel verfblok op zijn borst. Aan de ruggen van de schapen is daardoor bij te houden hoeveel van hen er inmiddels bronstig zijn. Nu dat er genoeg zijn mag het schort er af en mag de ram er voor het echie op. Zonder schort en met een groen verfblok, zodat ook weer kan worden bijgehouden welke schapen aan de beurt zijn geweest. Weekhartig als ik ben merk ik op dat het voor de ram wel zielig is dat hij er al die tijd met een schort voor op heeft gemoeten, maar dat wordt glunderend weggelachen door de man. Dat ik zelf immers ook zo ben begonnen, roept hij joviaal. En dat was toch ook niet zielig?

De ram van Hindeloopen
een wandellimerick
De ram op de dijk bij Hindeloopen
zei: ik ben er een paar keer opgekropen
maar wat ik niet snap..
wat doet daar die slab?
want alles komt er langs naar beneden gedropen..

Lees meer wandellimericks in het archief.

Shake your booty

Tot hier heeft de Heer ons geholpen



In deze fotorubriek verzamelen wij voorbeelden van onze immer veelbesproken, vaak fel verdedigde vaderlandse culturele identiteit. Wij treffen ze aan aan de tuinpaden en oprijlanen langs onze wandelroute. Bovenstaande bijvoorbeeld achter een tuinhek in Workum, Friesland.

Bekijk de verzameling tot nu toe in het archief, en maak kennis met de vaderlandse culturele identiteit.

Into my arms

Geen Kunst



Je komt het tegen, op je weg, en het is geen kunst, het is niet bedoeld als kunst, maar het zou het zomaar wel kunnen zijn. Het is maar net hoe je ernaar kijkt. En of je het wilt zien. Als je je ogen openhoudt onderweg, wordt heel de wereld een beeldentuin. Dit wat kleinere beeldje troffen wij in Workum.

Bekijk eventueel de immer groeiende, nimmer voltooide catalogus.

Plopperdeplopperdeplop

Tot hier heeft de Heer ons geholpen



In deze fotorubriek verzamelen wij voorbeelden van onze vaderlandse culturele identiteit, zoals wij die aantreffen langs onze wandelroute, thans het Grootfrieslandpad. Wij treffen ze aan aan oprijlanen en tuinpaden, op gazons, stoepen en stoepjes, in borders en portiekjes. Ziehier een voorbeeld dat onze aandacht trok bij het binnenlopen van Workum.

Bekijk de verzameling tot nog toe en maak kennis met de vaderlandse culturele identiteit, in het archief.

Voluptueuze wulpsheid op de schaats

Kunst onderweg

Dat ze in Friesland dol zijn op schaatsen in het algemeen en de Elfstedentocht in het bijzonder, ja, dat weten we nou wel eens een keer, zou je zeggen. Gaaaap. Als we in Hindeloopen een bronzen beeldje van een schaatsende mevrouw tegenkomen zijn we dan ook niet heel verrast. Nee, dat ligt wel in de lijn der verwachtingen. Eerder speelt een lichte irritatie op over dat eeuwig gedweep met de tocht der tochten. Mensen, het is bijna 25 jaar geleden dat er eentje werd verreden. En dat hebben we op moeten zoeken. Er lopen jongvolwassenen rond die geen idee hebben waar je over praat. Âlde skiednis, neat oars.



Aan de andere kant, denken we dan ook weer, met de klimaatopwarming onbelemmerd in volle gang lijken de kansen de eerste eeuwen ook wel verkeken en is het misschien niet zo’n gek idee een monument op te richten voor wat ooit was. Dus vooruit maar. Bovendien zit er een aardige geschiedenis aan het beeldje, dat trouwens Aukje blijkt te heten.
Aukje is niet direct het model sportvrouw, met haar wat voluptueuze wulpsheid. En met haar pronte borstjes recht vooruit lijkt ze ook niet echt haar best te doen de wedstrijd te winnen. Met haar armen ontspannen op haar rug schaatst ze eerder vooral voor haar plezier, hoog op haar sokkel van cortenstaal. Toch rijdt Aukje weldegelijk de Elfstedentocht want bij ieder van de elf beroemde steden staat een beeld van haar langs de officiële route, de route der routes, in telkens een andere pose, allen even wulps. En telkens op zo’n hoge zuil van cortenstaal.
Waarom zo hoog, vragen wij ons wel een beetje af. Het is flauw om te zeggen, maar we doen het toch: het zou kunnen dat de hoogte van de zuil zo is uitgekiend dat wanneer de verwachte zeespiegelstijging bereikt is, Aukje precies op het wateroppervlak schaatst. Dat zou leuk zijn. Dan zouden de elf Aukjes, ontspannen rondschaatsend tussen de her en der boven het water uitstekende  kerktorentjes, ook een monument zijn voor onze achteloze omgang met de klimaatcrisis.



Waar de aandacht altijd alleen maar uitgaat naar de heroïsche mannelijke winnaar van de tocht der tochten, brengt Evert van Hemert met de Aukjes een ode aan de vrouwelijke schaatsers van de Elfstedentocht. Zijn buurvrouw, die bij de laatst gereden tocht in ochtendjas de schaatsers in het donker stond bij te lichten, stond model.

Goed, nu de aardige geschiedenis. Je zou verwachten dat zo’n serie beelden gemaakt en geplaatst wordt in opdracht van de provincie, het Elfstedencomité of één of andere andere instantie, met subsidie van het Rijk desnoods, of een Europees cultuurfonds of zo en na een lange reeks vergaderingen en klankbordgesprekken en zuks. Normaalgesproken zou dat zo gaan. Maar niet bij Aukje. Wat Aukje in elfvoud bijzonder maakt is dat zij elf keer, inclusief al haar zuilen van cortenstaal, aan de elf steden der steden is geschonken door haar schepper, de kunstenaar, Evert van Hemert uit Kolderwolde. Het lijkt een figuur uit de wereld van Tom Poes en Olie B Bommel, als je het zo leest, of een lang ironisch gedicht van Annie MG Schmidt, maar hij is echt. En híj vond het een goed idee dat deze beelden er op deze plekken kwamen en heeft er eigenhandig voor gezorgd dat het gebeurde. Zulke mensen bestaan. Gelukkig. Ze zijn zeldzaam, maar ze bestaan. Mensen die belangeloos en zonder er om gevraagd te zijn iets aan de wereld toevoegen met als enig oogmerk haar een beetje mooier te maken. En de wereld, lieve mensen, kan dat heel goed gebruiken.



Evert van Hemert, beeldhouwer en schilder. Mag zijn beelden graag cadeau doen. Running against the wind, naar eigen zeggen.

Nou is de kunstenaar zelf de eerste om te vermelden dat er ook enige recalcitrantie bij de gulle gave om de hoek kwam kijken, maar dat maakt het verhaal misschien alleen maar mooier. Al eerder had Van Hemert een beeldenroute van eigen werk bedacht, de Famkes fan Kolderwolde, waarbij een aantal beelden door hem werden geschonken en een aantal door de gemeente aangekocht. Pas na veel aandringen wilde de gemeente aan haar financiële verplichting voldoen en uit dwarsheid had Van Hemert toen bedacht dat geld dan te gebruiken voor een gratis tweede beeldenroute, de Aukjes. Om ze geplaatst te krijgen moest er evengoed twee jaar vergaderd worden met negen gemeenten dus dat ze er nu staan zegt iets over het doorzettingsvermogen van de kunstenaar.
Evert van Hemert (1952) werd geboren in Haarlem, werkte aanvankelijk in de reclame maar stortte zich op 23 jarige leeftijd op de kunst. Als beeldhouwer en schilder. Autodidact, zijn opleiding aan de Rietveldacademie duurde slechts tien minuten. Dat zegt óók iets over hem natuurlijk. Net zoals het feit dat hij dat zelf op zijn website vermeldt iets over hem zegt. Maar wij zeggen daar niets over. Waarom zouden we? Een beetje zout in de pap kan geen kwaad.



Drie beelden van Evert van Hemert, allen te zien in en om Kolderwolde, standplaats van de kunstenaar. Vlnr: Annelies, een fontein, zoals te zien is; Sietske; Prima Donna met ballen.

Lees ook andere afleveringen van Kunst onderweg in het archief.

Is there anybody in there

Tot hier heeft de Heer ons geholpen



In deze fotorubriek verzamelen wij voorbeelden van onze vaderlandse culturele identiteit waarover vaak zoveel te doen is. We vinden ze langs de oprijlanen en tuinpaden aan onze wandelroute. Op gazons, in borders, op terrasjes en stoepjes. Dit tafereel troffen wij bij het binnenlopen van Workum.

Bekijk de verzameling tot nu toe in het archief.

Mûlemaskers in Molkwar

Wandellimerick

Voor iedere stad of plaats, ieder dorp of gehucht waar we door wandelen, langs het Grootfrieslandpad, maken wij een limerick. Wandelenderwijs en lopende vort. Op de maat van onze voetstappen. Een aanleiding vinden we in wat we er meemaken, wat ons opvalt, wat we zien of horen. Kan werkelijk van alles zijn, kijk het maar eens na in het archief. Wandellimericks, noemen wij ons zelfverzonnen genre.



In Molkwerum, Molkwar op z’n Fries, pittoresk stadje waarvan wij ter plaatse leerden dat het vroeger zeer welvarend was dankzij de nauwe handelsbetrekkingen die het onderhield met het ooit rijke Amsterdam, troffen wij een te koop kraampje langs de weg. Zo’n kraampje waar normaalgesproken potjes zelfgemaakte jam of courgettes uit eigen tuin worden aangeboden, op een wankel tafeltje met een handgeschilderd bordje. Het geld kan in een potje of een doosje worden achtergelaten.
In Molkwerum echter werd een nieuwe, pas ontdekte markt aangeboord. Hier werden mondkapjes verkocht. Handgemaakt van 100% katoen, wasbaar op 60 graden, met ruimte voor een extra filter. Ze stonden uitgestald in een afgesloten plastic bak, vanwege de hygiëne natuurlijk, op een metalen klapstoel, vanwege de huiselijkheid, met de Friese vlag eraan vastgebonden, vanwege de nationale trots.
Nu meenden wij ons te herinneren dat onder meer de Friezen wat moeite hadden met de landelijke coronamaatregelen omdat het virus zich in Friesland niet zo manifesteerde, maar blijkbaar is de Hollandse koopmansgeest, die allicht is blijven hangen van het welvarende verleden, sterker dan de nationale trots.

Mûlemaskers in Molkwar
een wandellimerick
Aan een tuinhek in Molkwar, even voor de bocht,
worden handgemaakte mondkapjes verkocht
Nu hoorden wij wel eens uitgedragen
dat het virus us fryslân had overgeslagen
maar de Hollandse koopmansgeest heeft ze kennelijk wel bezocht

Lees meer wandellimericks in het archief.

Kom maar bij Gerritje

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

In deze fotorubriek verzamelen wij, zoals inmiddels bekend, voorbeelden van onze geliefde en immer veelbesproken vaderlandse culturele identiteit. We vinden ze langs oprijlanen en tuinpaden, op gazons en in borders, op stoepjes en terrassen. Dit tafereel troffen wij in Hindeloopen, op een vlonder aan het water.

Bekijk de hele verzameling tot nu toe in het archief.

Een ram met een schort voor

Van Stavoren naar Workum, gelopen op zaterdag 22 augustus 2020

Voor het mooi hadden we natuurlijk de boot van Enkhuizen naar Stavoren moeten nemen, om van daaruit verder te wandelen, op ons pad. In een ononderbroken lijn van West- naar Ostfriesland. Maar dat had ons voor grote logistieke problemen geplaatst van uren extra reistijd, en daar doe je het allemaal niet voor. We hadden de tocht al eens gevaren, ter afronding van het Zuiderzeepad, en één keer is ook wel mooi zat, dachten wij. Bovendien hadden we geen zin in al te veel gedoe met mondkapjes. Helemaal ontkwamen we daar dan weer niet aan want om niet bij elkaar in de auto te hoeven zitten hadden we bedacht in Workum te verzamelen en vandaar met de trein naar Stavoren te reizen. U ziet, het is niet dat we het niet serieus nemen. Anders dan bij de NS is in het Arriva treintje trouwens nog steeds maar één stoel per vierzitter beschikbaar en zo zitten we diagonaal op maximale afstand een beetje onwennig om elkaars mondkapjes te gnuiven. Zo kenden we elkaar nog niet.



Eenmaal in Stavoren bezoeken we als eerste de geteisterde horeca, voor een kop koffie. Van de recentelijk weer aangescherpte coronamaatregelen is hier niet veel te merken, we hoeven ons niet te melden, krijgen geen formuliertje aangereikt en binnen is het oudetijds druk. Te druk voor ons, wij nemen plaats op het min of meer verlaten terras. Een verantwoordelijke beslissing die beantwoord wordt met een ferme plensbui zodat we uiteindelijk met parapluutjes op aan de cappuccino zitten. Het biedt ongetwijfeld een sneue aanblik, ons deert het niet. En een kwartier later staan we ons voor de zekerheid toch maar even in te smeren tegen de prikkende zon.
We brengen een saluut aan de Vrouwe van Stavoren, vaak wat denigrerend als vrouwtje aangeduid, en starten de wandeling langs de haven. Nog even omkijkend zien we een driemaster het zeegat uit varen, langs het rode vuurtorentje. Op de motor weliswaar, maar zeker onder de schilderachtige wolkenluchten die het wisselvallige weer met zich brengt, is het een plaatje met oudHollandsche allure.  



Links van ons de IJsselmeerdijk, als een groene streep tegen het zwerk in een verder al even groen en zo goed als leeg en volkomen vlak landschap. Boerennatuur. Een handvol koeien kijkt ons na. Grote zwermen vogels vliegen op en strijken weer neer. De lucht is geen twee minuten hetzelfde. Er staat de hele dag een straffe wind, die we gelukkig in de rug hebben zodat we er alleen profijt van ondervinden, en we elkaar gewoon kunnen blijven verstaan. Dat is fijn want we hebben elkaar altijd veel te vertellen onderweg.



Als we straks na Molkwerum de dijk op klimmen kijken we tot Stavoren uit over het IJsselmeer en zien we op verschillende plaatsen grote groepen windsurfers en kitesurfers en andere varianten op het genre kriskras heen en weer schieten over het water, met zó veel kleurige zeilen en vliegers aan touwtjes in de lucht dat je je afvraagt hoe het kan dat dat niet allemaal ontzettend in de knoop raakt. Er zijn helden bij die metershoog de lucht in springen. Het biedt een vrolijke en levendige aanblik en levert een wonderlijk contrast op met bijvoorbeeld het lieve, geknakte torentje van Hindeloopen, dat wat hulpeloos en ouderwetsig aan de horizon staat te staan. Het valt op dat de meeste surfers Duits zijn, door de gunstige wind blijkbaar in groten getale naar het IJsselmeer gelokt. Wat ook opvalt is dat het er, behalve de veelkleurigheid van de zeilen en de vliegers, nogal eenvormig uitziet allemaal. Iedereen heeft precies dezelfde spullen en tassen, kleding en tattoos. Iedereen is precies even cool.
Maar goed, we waren in Molkwerum. Dat blijkt een zeer charmant en pittoresk plaatsje dat, blijkens de her en der geplaatste toeristische informatieborden, kan bogen op een welvarend verleden vanwege de nauwe handelsbetrekkingen die het onderhield met het ooit rijke en belangrijke Amsterdam. Dat die Hollandse koopmansgeest nog altijd niet terug in de Friese fles is, blijkt uit zo’n typisch huis tuin en keuken te-koop-stalletje aan de weg, waar normaalgesproken zelfgemaakte jam of courgettes uit eigen tuin worden aangeboden. Hier en nu zijn dat handgemaakte, 100% katoenen en op 60 graden wasbare mondkapjes met opening voor het plaatsen van een extra filter. Drie euro per stuk.



Middenin het dorp staat, op een eigenlijk iets te klein plekje, omgeven door een kerkhof, de Lebuïnuskerk. Genoemd naar een heilig verklaarde Angelsaksische missionaris uit de achtste eeuw, zo luidt onze wikiwijsheid. Die Godt vertrowt had wol gebowt, staat er op een blauw bord stichtelijk te lezen boven een zwart schild met een witte zwaan, het wapen van Molkwerum. Net als veel andere oude kerkjes staat ook de Lebuïnuskerk garant voor een waterval aan jaartallen. De kerk werd gebouwd omstreeks 1850, als vervanging van een eerdere versie uit 1799. De toren zou ook van 1799 zijn, volgens de één, maar is 17e eeuws volgens de ander. De klokken stammen uit 1649, ook 17e eeuws dus, en het blauwe bord boven de ingang vermeldt het jaartal 1597.
Op een informatiebord lezen we verder dat Molkwerum, zo klein als het is, in vroeger tijden, op een paar honderd inwoners, drie verschillende richtingen van het gereformeerd geloof huisvestte. Zwaar, zwaarder, zwaarst, vermoedelijk. Zet twee Nederlanders bij elkaar en je hebt een kerk, voeg er een derde aan toe en je hebt een kerkscheuring. Wordt wel eens beweerd. Voor Friezen geldt dat blijkbaar ook.
Het toeristisch bakkerswinkeltje is vanwege de coronacrisis nog altijd tot nader order gesloten. Of dat veel verschil maakt weten we niet. Rondom het bankje waar wij onze krentenbol eten, buitelen de zwaluwen rakelings langs ons heen.



Hier beklimmen we de IJsselmeerdijk en hebben onze verdere wandeling uitzicht over het water dat door het onstuimig spel van wind, wolken en zon steeds van kleur verandert. Soms grijs, dan zilver of met een lichtgroene gloed die mysterieus over het golvend oppervlak glijdt. Hollands licht, Hollandse luchten. Een fascinerend schouwspel waar je niet snel genoeg van krijgt. Wij niet in elk geval. Aan de horizon zien we Hindeloopen de vinger al opsteken.
Dan klimmen plotseling twee stoere mannen over het hek en leggen daadkrachtig een schaap op de rug, met een routine die verraadt dat ze dat vaker hebben gedaan. Het schaap heeft geen schijn van kans. Het beest draagt een soort leren voorschoot, zien we. Nieuwsgierig en uit op een praatje vragen we de mannen wat er met het schaap gaat gebeuren. We worden meteen als stadsmensen weggezet met de mededeling dat dit geen schaap is, maar een ram, wat we, nu het schort is afgenomen, zelf ook duidelijk kunnen zien. Geen twijfel mogelijk. Terwijl de mannen trefzeker doorgaan met hun werk krijgen we het uitgelegd. De ram heeft de afgelopen tijd, met dat schort voor de edele delen en een geel verfblok op de borst, een aantal proefdekkingen gedaan. Zo kunnen de mannen zien hoeveel schapen er bronstig zijn, aan de gele vlek op de rug. Nu dat er genoeg zijn kan het schort eraf en mag de ram er op. Zo worden alle schapen binnen een korte periode drachtig en zullen ze straks ook allemaal in een periode van vier weken lammeren. Een vorm van geboorteregulering. Broodnodig, volgens de mannen, want dat wordt dan vier weken dag en nacht bokhard doorwerken en wanneer dat langer dan vier weken zou duren, zouden de mannen van vermoeidheid narrig tegen elkaar gaan worden. Dat is niet de bedoeling, aldus de man, want het is mooi werk. Hij zegt er nog bij dat hij dat nog meent ook, maar dat hadden we al gezien. Inmiddels is het gele verfblok vervangen door een groen, het zit met een soort tuigje tussen de voorpoten. Zo kan worden bijgehouden welke schapen hun beurt hebben gehad. Ik maak nog de onbenullige opmerking dat het voor de ram wel zielig is dat hij er al die tijd met een schort voor op moest, maar de mannen glunderen mij toe dat ik zelf immers ook zo ben begonnen? En dat was toch ook niet zielig? Tja. De mannen klimmen zwaaiend een hek verder, op naar de volgende ram.



Hindeloopen is een mooi stadje, druk bezocht door toeristen. In de krant lazen we onlangs dat ook de autochtone Hindelooper, de Hylper, er langzamerhand een beetje van begint te balen dat zijn stad als openluchtmuseum wordt gezien en behandeld, en dat er geen betaalbare woonruimte meer te vinden is omdat het meeste veel lucratiever aan toeristen wordt verhuurd. Moderne problemen tegen een nostalgisch decor. Als om dat te illustreren nemen twee motorrijders ronkend en brullend en met gevaar voor andermans leven een smal en steil houten voetgangersbruggetje.
Verder over de dijk maken we de wandeling af tot Workum. De route is deze tweede helft gelijk aan die van het Nederlands Kustpad, dat we eerder liepen, en we herkennen zo het één en ander. Het voormalig waterschapsgebouw Schuilenburg, dat ons dit keer genadeloos van de dijk afstuurt omdat ze geen wandelaars meer over hun stukje aarde willen hebben lopen, het badpaviljoen Hindeloopen, dat nog altijd onterecht leeg staat te verkommeren, en het witte toarntje bij Workum, een voormalige vuurtoren, thans bewoond door een kunstzinnige figuur met hart voor de Fryske tradysjes. Nieuw in het uitzicht is een stolpboerderij in aanbouw, waarvan de bijzonderheid moet zijn dat hij op zijn kop wordt gebouwd. De nok op de grond, het woongedeelte hoog in de lucht, waar normaal dus de nok zit. Een particulier initiatief, lezen wij later, dat inmiddels het gevreesde predikaat landmark heeft verworven. Het zal wel weer elitair zijn maar wij schatten het in als een erg dun grapje dat de tand des tijds niet zal doorstaan; net als dat hotel van gestapelde Zaanse geveltjes in Zaandam inmiddels stomvervelend is geworden.
In Workum eindigen we zoals we begonnen, bij de geteisterde horeca. Op de markt, aan de voet van de grote kerk, die zijn naam veel eer aandoet, en naast het oude raadhuis, op een terras in de zon. Waar ons engelengeduld enorm op de proef wordt gesteld. Als deze zaak failliet gaat, besluiten wij, zal het niet aan corona liggen.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum bij deze etappe.

En omdat we met zijn tweeën lopen, ook het tweede fotoalbum.

De kat van ome Willem is brutaal

Tot hier heeft de Heer ons geholpen



In deze fotorubriek verzamelen wij voorbeelden van onze beroemde vaderlandse culturele identiteit, zoals wij die aantreffen langs onze wandelingen. We vinden ze op gazons en in borders, op stoepjes en bordessen, op terrassen en langs oprijlanen. Of, zoals hier in Hindeloopen, hangend aan het tuinhek.

Bekijk de verzameling tot nu toe en maak kennis met de vaderlandse culturele identiteit.

Twee eigenwijze dames in Stavoren

Wandellimerick

Voor iedere stad of plaats, ieder dorp of gehucht waar we doorheen wandelen, verzinnen we een limerick. Al wandelend, doen we dat, lopende vort, op de maat van onze voetstappen. En naar aanleiding van wat ons er ook maar opvalt of overkomt. Dat kan werkelijk van alles zijn, lees het archief er maar op na. Wandellimericks, noemen we ons zelfverzonnen genre. Leuk weetje is dat we er ooit in Stavoren mee zijn begonnen, halverwege het Nederlands Kustpad, en dat we nu opnieuw in Stavoren zijn aanbeland.



Dat het wisselvallig weer zou worden was voorspeld. En je hoeft daar niet altijd al je geloof aan te hechten, vaak zit men er naast, maar vanochtend klopte het wel aardig, in Stavoren. Bij aankomst op het terras was de lucht erboven nog blauw, maar aan de einder boven het IJsselmeer zag je de wisselvalligheid al in dikke grijze pakketten aan komen drijven. Binnen de kortste keren zaten we met de paraplu op aan de cappuccino. Waarna het even droog werd om dan weer te gaan regenen. Enfin, u weet wat wisselvallig weer is. Terwijl wij daar zo zaten spraken twee dames, collega wandelaars, ons aan om inlichtingen over waar hun wandeling te beginnen. Naar beste kunnen wezen wij hen de weg, maar dat kon onmogelijk kloppen, besloten zij hardop, en vertrokken in tegengestelde richting. Om tien minuten later natgeregend terug te keren. Niet om alsnog in de andere richting te vertrekken, maar om de trein terug naar huis te nemen. Dit was geen doen, vertelden ze ons, ze waren kletsnat geregend. Zij beschouwden de dag als een verloren dag. Vreselijk eigenwijs inderdaad, want wij stonden ons hooguit een kwartiertje later voor de zekerheid toch maar met factor 30 in te smeren omdat het zonnetje er toch al aardig doorheen begon te prikken.

Twee eigenwijze dames in Stavoren
een wandellimerick
Twee eigenwijze dames gingen wandelen in Stavoren
maar het wisselvallig weer kon de dames niet bekoren:
we worden kletsnat!
fuck maar op met je pad!
wij beschouwen de dag als verloren

Lees meer wandellimericks in het archief.

Stavoren :: Workum

Fotoalbum



De pont van Enkhuizen naar Stavoren sloegen wij over deze keer, dat gaf te veel logistieke problemen. Om van de mondkapjesplicht op volle zee maar te zwijgen. Wij wandelden verder op ons pad vanaf Stavoren en eindigden de etappe in Workum.
Bekijk hier alvast het fotoalbum.
En kijk, omdat we met zijn tweeën wandelen, ook in het andere fotoalbum.

De bitch van Staveren

Kunst onderweg

Ze ziet er zo lief en onschuldig uit, zoals ze daar staat, op haar ronde bakstenen sokkel. Met haar hand boven haar ogen tuurt ze het zeegat van Stavoren uit, toen nog gelegen aan de woeste Zuiderzee, gezien de laat Middeleeuwse kledij die ze draagt. De Vrouwe van Stavoren. Staat ze daar hondstrouw maar met ongerust gemoed te wachten op de terugkeer van haar geliefde? Gelijk de bronzen vissersvrouw op de boulevard van Scheveningen? Een visserman zal het allicht niet zijn die zij terugverwacht, de puntmuts die ze draagt, met een sluier omkleed, doet vermoeden dat ze in hogere kringen verkeert. Al kan het ook een onmogelijke liefde zijn natuurlijk, nog romantischer.



Het bijbehorend tekstbord doet haar geschiedenis uit de doeken, aan hen die die nog niet kennen, en helpt je aldus uit de droom. Niks liefs, onschuldigs of romantisch aan, aan deze dame. Een eigenwijs, inhalig en egoïstisch kreng is het. Een hoogmoedige koopmansvrouw is hier in brons vereeuwigd. Wat je nu een ondernemer zou noemen. Een bankier, een grote graaier. Stinkend rijk. De rijkste van de stad, maar nog altijd niet tevreden. De VVD bestond nog niet, maar anders was de Vrouwe van Stavoren er wethouder voor geweest. Of senator, of iets anders lucratiefs.
Opvallend trouwens ook dat het hier, we schrijven rond 1800, een vrouw betreft. Die blijkbaar tóen al door het glazen plafond was gebroken en eenmaal aan de top dus precies het gedrag bleek te vertonen dat nu, ruim tweehonderd jaar later, vooral mannen wordt kwalijk genomen. Misschien dat de wereld er met vrouwen aan de macht toch niet echt heel anders uit zou zien. Misschien is het wel helemaal niet zo simpel.
Maar goed, de Vrouwe van Stavoren. En haar verhaal.
Hebzuchtig als zij was stuurde zij één van haar schippers eropuit, om het beste en het kostbaarste dat de wereld te bieden had voor haar te halen. Met minder nam ze geen genoegen. Toen de schipper, na vele omzwervingen en ampele overwegingen, terugkeerde met een boot vol graan, was zij zó beledigd dat zij opdracht gaf het hele spul in zee te kieperen. Terwijl de bevolking honger leed, nota bene. De bitch van Stavoren. Om geen Hollandser termen te gebruiken.
Een oud en wijs man – sorry dames, maar zó gaat het verhaal – probeerde haar nog op andere gedachten te brengen door haar te voorspellen dat zij, eenmaal zelf aan de bedelstaf geraakt, zou inzien dat graan toch echt kostbaarder was dan goud. Maar dáár had de Vrouwe helemáál geen boodschap aan. Als ultiem decadent antwoord gooide zij lachend haar gouden ring in zee, honend dat de kans dat zíj aan de bedelstaf zou geraken even groot was als de kans dat zij haar gouden ring óóit terug zou krijgen. Fuck you, wijze oude man, opzij!
Of statistiek al was uitgevonden weten wij niet, maar objectief gezien had ze een punt, aangezien ze volgens de verhalen eigenaar was van zo’n beetje alles wat kon varen, woonde in een huis met gouden vloeren en zilveren muren en het al met al dus zo’n beetje voor het zeggen had, in Stavoren en omstreken. Dat kin wat lijen, zou je zeggen.
Toch liep het verkeerd af, want Calvijn was natuurlijk al wel al lang en breed uitgevonden, 10 juli 1509, om precies te zijn.
Slechts een paar dagen later kocht de keukenmeid van de Vrouwe een schelvis op de markt, voor het diner – een krepserig armeluismaaltje ook nog – en ja hoor, verdomd als het niet waar is, in de maag van dat beest werd haar gouden ring teruggevonden.
De kansen van het vrouwtje keerden onmiddellijk. Al haar schepen vergingen op zee, op de plek waar het graan overboord was gekieperd ontstond een zandbank en de haven van Stavoren slibde dicht. Het vrouwtje ging failliet en raakte aan de bedelstaf, precies zoals de wijze oude man had voorspeld.
Waarom zou je van zo’n naar en ronduit slecht mens een beeld in je stad willen neerzetten? We moeten, begrijpen wij dan maar, het beeld niet zozeer als eerbetoon zien, maar eerder als een waarschuwing. Een wijze les: Hoed u voor bankiers en ondernemers, zij hebben slechts zelden het beste met u voor. Waarvan akte.
De bronzen Vrouwe werd gemaakt en in 1969 geplaatst in opdracht van het lokaal VVV, dat er een inzamelingsactie voor op touw had gezet, met het oogmerk waarschijnlijk Stavoren ermee op de kaart te zetten, hoewel wij niet zeker weten of die uitdrukking toen al bestond. Bij de plechtige onthulling op een zaterdagmiddag in het voorjaar werd de ballade van de Vrouwe van Stavoren voorgedragen en sprak de burgemeester de hoop uit dat Stavoren in de toekomst opnieuw een zekere welvaart aan het water zou ontlenen.


Pier Arjen de Groot poseert hier voor een foto in de Leeuwarder Courant, in 1969, met zijn beeld en zijn model. Het is de enige foto die, met enige moeite, van hem op internet te vinden is.

De kunstenaar die de Vrouwe haar gestalte gaf, was Pier Arjen de Groot (1905 – 1995), destijds woonachtig in Den Haag maar in het bezit van een tweede huisje in Stavoren – Europese aanbesteding was destijds nog niet aan de orde. De Groot werd aan de Rijksacademie in Amsterdam opgeleid tot schilder, etser en tekenaar en heeft het beeldhouwen pas later in eigen beheer geleerd. Hij was, zo lezen wij in een kunsttijdschrift uit 1950, een man die de als Fries aangemerkte eigenschappen standvastigheid en hardnekkigheid in niet geringe mate bezat. “Hij heeft nooit ook maar één stap gedaan om het succes tegemoet te treden, en het begrip concessie komt in zijn woordenboek niet voor”, aldus de schrijver, die verder opmerkt dat dit eenkennig streven naar het enig juiste beeld in het oeuvre van De Groot goed is terug te zien.


Oud werk van Pier Arjen de Groot. Links een ets met de titel Oude vrouw, rechts een beeld uit steen, genaamd Kop van een visser. Als afgebeeld in een kunsttijdschrift uit 1950.

Wij waren reeds eerder in Stavoren en schreven toen ook al over de Vrouwe. Dit artikel is een aangevulde en licht gewijzigde versie daarvan.

Lees ook andere afleveringen van Kunst onderweg in het archief,
of op De vrije wandeling, weblog van een wandelaar.

De maagd van Enkhuizen

Wandellimerick | Kunst onderweg

We zijn Enkhuizen nauwelijks binnengelopen of daar staat al een kunstwerk. Op de eerste de beste rotonde die we tegenkomen. Dat belooft wat.



Om te beginnen even iets over kunst op de rotonde. Rotondekunst. Of het een typisch Nederlands verschijnsel is weet ik eigenlijk niet, maar ik vind het wel een beetje een typisch Hollands verschijnsel. Neem me niet kwalijk. Wat is dat nou voor een plek om kunst neer te zetten? Op een rotonde. Daar heb je wel wat anders te doen dan naar kunst kijken. Op het verkeer letten bijvoorbeeld. Invoegen, richting aangeven, schelden op degene die geen richting aangeeft, fietsers voorrang geven, schelden op fietsers die geen voorrang hebben maar het toch nemen, uitkijken voor voetgangers, wielrenners, vrachtauto’s, moeders met kinderen. Het maakt geen reet uit wat er staat, aan kunst, er is geen hond die het ziet. Het staat er voor Jan Joker, om geen krachtiger term te gebruiken. En mocht je het als voetganger willen bekijken, dan kan dat alleen van verre. Of je moet eerst de weg oversteken, wat niet kan op de gemiddelde rotonde. Wat ook niet hoeft op de gemiddelde rotonde want daar is niks, behalve anwb borden en bloembakken.
Kunst op de rotonde.
Jongens, we moeten nou eenmaal kunst in de openbare ruimte, zet het in godsnaam maar op de rotonde dan, dat is toch verloren ruimte en daar heeft niemand er last van.
Kunst op de rotonde. Hollands cultuurbeleid. Kunst omdat het moet.
Enfin.

Op de rotonde dus, bij Enkhuizen, treffen wij, temidden van een flinke verzameling kleurig bloeiend perkgoed, het beeld van een vrouw. Uitgestanst uit een rode plaat is het feitelijk een tweedimensionaal beeld, een silhouet bovendien. Het is een jonge vrouw. Ze draagt een jurk met een nauwsluitend bovenlijf met horizontale gele strepen, zeer getailleerd, die vervolgens naar onder wijd uitloopt en schuin is afgesneden. Het doet denken aan zo’n Spaanse jurk, uit de flamencoscene. Ook haar lange krullende lokken hinten in die richting trouwens. Ze zijn rood, omdat het plaatmateriaal rood is, maar ze zijn duidelijk zwart bedoeld. De gele strepen accentueren de vormen van de vrouw – ze heeft een wespentaille zou je flauw kunnen zeggen – en doen vermoeden dat het een jurk is die de schouders bloot laat. Het zou ook een geel lint kunnen zijn, dat zich om haar heen heeft gewikkeld, omdat de gele strepen doorlopen op het schild dat ze vasthoudt en het lint dat daar dan weer aan vastzit.



Het wapen van Enkhuizen, drie haringen die naar rechts zwemmen, en de gekleurde banen van de Enkhuizer vlag

Het is niet meteen duidelijk maar later begrijpen we dat het het wapenschild van Enkhuizen moet zijn, met drie haringen. Dat brengt ons dan ook meteen op de vlag van Enkhuizen, die uit rode en gele banen bestaat. Dertien even hoge banen van rood en geel, om precies te zijn. Op het beeld zijn het er vijftien, maar goed, het idee is duidelijk: vlag, wapenschild.. dit is vaderlandse geschiedenis. Op een flatgevel naast de rotonde staat dan ook nog een dichtregel die ons ter plekke al op het goede spoor zet door te spreken van Mijn Enkhuyzer Maegd.



De dichtregel op de flatgevel is van Jenke Kaldenberg

Wij besluiten meteen op onderzoek te gaan en onderweg naar het station nog uit te vinden wie deze Enkhuyzer Maegd dan wel mag zijn. Wij hebben nooit van haar gehoord en hopen op een spannend verhaal, gelijk het zeewijf van Edam, of Kenau Simonsdochter van Haarlem, die volgens de mythe eigenhandig de Spaanse belegeraar op afstand hield, met brandend stro en pek. Misschien dat ook de maagd een dergelijk sterk staaltje op haar naam heeft, de geschiedenis van Enkhuizen is er rijk genoeg voor tenslotte.
Kort en goed, we spreken er diverse mensen op aan, een meneer die in zijn voortuin op een trappetje zijn houtwerk staat te schilderen, de serveerster die op het terras aan de haven onze bestelling opneemt, een mevrouw die op haar stoepje van het zonnetje zit te genieten.. allen zelfverklaard inwoner van Enkhuizen, niemand die het weet. Dat ze bestaat, de maegd, dat is bekend, op de Koepoort staat ze ook, wordt ons verteld, maar wat haar verhaal betreft komt niemand verder dan wat schaapachtig beamen dat onze suggestie over een heldhaftige rol in de strijd tegen den Spanjaerd best wel eens zou kunnen kloppen.

De Maagd op de Koepoort, vóór een recente restauratie

Maar nee.. die klopt dus niet hè, mensen van Enkhuizen. Verre van, zou je kunnen zeggen. Toch maar weer op internet vinden wij namelijk uit dat de Maagd van Enkhuizen, ook wel Stedemaagd genoemd, niet enig in haar soort is. Tal van steden hebben een stedemaagd. Amsterdam bijvoorbeeld, Groningen, Alkmaar en Dordrecht. Denk ook aan de Nederlandse Maagd. Al deze maagden zijn bedoeld als de fraaie, lieflijke verpersoonlijking van hun stad of land, een gebruik dat terugvoert op de oude Grieken, die hun stedemaagden zelfs een goddelijke status gaven, en waarvan je zou kunnen zeggen dat het voortleeft in onze huidige advertenties, waarin het lekkere wijf nog steeds vaak de fraaie en lieflijke verpersoonlijking van zo ongeveer alles is.
Dat is het hele verhaal van de Maegd van Enkhuyzen. Ze mag het wapenschild vasthouden en verder is het tais toi et soit belle. Niks heldhaftigs of zelfs maar geëmancipeerds aan. Jammer hoor.
Maar wel goed voor onze wandellimerick, dat dan weer wel.

De maagd van Enkhuizen
een wandellimerick
Wij troffen een beeld van de maagd van Enkhuizen
en besloten haar geschiedenis uit te pluizen
We hebben overal gevraagd..
niemand wist iets van een maagd
Men dacht misschien iets met de Spanjaard, of de Pruisen..

Omdat dit per ongeluk ook een aflevering is geworden van de rubriek ‘Kunst onderweg’, in het kort nog iets over de kunstenaar. Dat moet ook wel in het kort aangezien er zo goed als niets over is te vinden. Hugo van Lelyveld (1942) is de naam van de maker, en dat is het al zo’n beetje. Of hij daarnaast ook echt beeldend kunstenaar is, is niet duidelijk. Wel dat hij oprichter van en jarenlang drijvende kracht achter de kunstuitleen in Enkhuizen was, samen met zijn vrouw. In een krantenartikel over het afsluiten van die periode lees ik dat hij nu weer aan het schilderen is geslagen, iets dat hij vroeger wel deed maar waartoe hem lang de tijd ontbrak.



Hugo van Lelyveld, initiatiefnemer van en jarenlang drijvende kracht achter de kunstuitleen Enkhuizen

Het beeld op de rotonde werd onthuld op een maandagmiddag in 2013 en was het eerste van een serie van tien kunstwerken met de Maagd als thema, in de nieuwbouwwijken van Enkhuizen, een projekt om die met de oude stad te verbinden. In het oude gedeelte van Enkhuizen zijn ook tien beelden van de Maagd te vinden, vandaar. De tien nieuwe kunstwerken zijn ontworpen door bewoners van Enkhuizen, na een daartoe uitgeschreven wedstrijd. Of Hugo van Lelyveld bij de winnende inzenders zat of dat hij een opdracht kreeg voor zijn beeld vermeldt de geschiedenis niet. Dat het beeld op de rotonde staat was een bewuste keuze, lees ik. Hier komt iedereen langs, aldus de kunstenaar.

Ontmoetingen op veilige afstand

Van Wervershoof naar Enkhuizen, gelopen op maandag 20 juli 2020

Op het parkeerterrein naast de kerk in Wervershoof maken wij ons op voor de wandeldag, die hier vandaag begint. De eerste gezamenlijke wandeldag sinds de coronamaatregelen zijn versoepeld. We mogen weer, zoals veel mensen bij van alles zeggen deze dagen. Alsof we kleuters zijn die voor straf een tijdje in de hoek hebben moeten staan terwijl we helemaal niks hadden gedaan. Het is niet eerlijk! We kunnen weer, daar houden wij het maar op. In het vertrouwen dat men over het algemeen het beste met elkaar voor heeft.

P1080790

Terwijl we de wandelschoenen aantrekken en de rugzakken omgorden steekt een gekromde mevrouw de parkeerplaats over, in de uitbundige zon. Tergend langzaam, leunend op haar rollator. In de schaduw van de toren gaat ze zitten, om even uit te blazen wellicht, en beziet vanuit de verte ons gedoe. Of we aan de wandel gaan, roept ze ons toe. Wij beamen het voor de hand liggende en komen wat dichterbij om haar verder vragen te kunnen verstaan, en beantwoorden. Het wordt zo’n geschreeuw anders en al hebben we te maken met de kwetsbare doelgroep, een half parkeerterrein afstand is nou ook weer overdreven. We vertellen de mevrouw van onze plannen voor vandaag en wat het uiteindelijk reisdoel is. Het kost ons enige moeite haar ervan te overtuigen dat we een gemarkeerde route lopen en dus niet de kortste weg naar Enkhuizen, zoals zij die ons uitduidt, zullen nemen. De mevrouw vertelt op haar beurt dat ze vroeger ook veel gewandeld heeft, met haar man, op vakanties, in het buitenland ook, in de bergen. Dat het er nu niet meer in zit, knikt ze terloops naar de rollator, maar dat ze dat altijd heerlijk heeft gevonden. Nu is ze op weg naar het kerkhof, om haar overleden man te bezoeken. Op haar gemakkie, want haast heeft ze niet. Na een genoeglijk praatje nemen we afscheid. De dag is goed begonnen, in elk geval.
Langs het raadhuis en een molen die ‘De Hoop’ heet lopen we Wervershoof al snel weer uit. Over een lang en kaarsrecht, zéér zonnig fietspad naast de weg gaat het naar Zwaagdijk Oost. Het zal niet de mooiste etappe worden vandaag, er zitten veel van dit soort stukken in. En Zwaagdijk Oost lijkt vooral te bestaan uit de liefdeloze treurnis van de witte golfplaten bedrijventerreinbarakken waarmee zo langzamerhand ieder landschap en ieder dorpsgezicht verpest wordt om de plaatselijke economie een boost te geven en de betreffende provincieplaats op de kaart te zetten, zodat we blij zijn dat we het achter ons kunnen laten.
Daarbij worden we dan wel weer uitgeleide gedaan door een soort hellehond die ons honderden meters gemeen blaffend en grommend en grauwend achterna loopt, vooruit rent en weer terugkomt, de tanden ontbloot, klaar om ons de strot door te bijten. Hoewel er verderop mensen aan het werk zijn, is er niemand die hem terug roept of er zelfs maar notitie van neemt. Blijkbaar is dit de bedoeling. Je vraagt je af wat mensen te verbergen hebben als ze zo’n hond op je loslaten. Onze redding is de sloot die tussen ons en het monster in ligt. Kennelijk ziet de hond die als grens van het heilig territorium dat hij met zijn leven moet bewaken. Pas als hij door een aftakkende sloot niet verder kan geeft hij de achtervolging op en kunnen wij opgelucht verder. Al is wel onze geërgerde conclusie dat het kreng nu ook nog denkt dat hij ons heeft weggejaagd. Dat hij iets goeds heeft gedaan.

P1080838

De sloot waar we langs lopen, en die ons gered heeft, is de Kadijksloot. Die zo heet naar de belendende Kadijk, waar we dus op lopen. Een voormalige binnendijk die hier in vroeger tijden het landbouwgebied van Hoogkarspel tot Enkhuizen tegen vreemde wateren moest beschermen. Ooit was dit een zogenoemde vaarpolder, met langgerekte akkers die uitsluitend per boot bereikbaar waren. Ruilverkaveling en grootschaligheid maakten een einde aan die romantische maar onpraktische ouderwetsigheid. De sloten die er nu nog liggen zijn alleen voor recreatief gebruik.
Het is goed dat de paden nog onlangs zijn gemaaid, aan het achtergebleven gras te zien stond het gisteren nog minstens kniehoog en dat zou lastig lopen zijn geweest. We passeren wat roestige staketsels van wat ooit kassen waren, of die misschien nog steeds als kas worden gebruikt door er plastic overheen te trekken want bij nadere beschouwing blijkt er toch ook wel iets georganiseerd in te groeien. Zo dun is de lijn tussen boeren-authentiek en verwaarloosde bende.
Verderop lopen we door natuurgebied De Weelen. Weelen, ook wel wielen genoemd, zijn ronde meren die ontstaan bij dijkdoorbraken. Gevormd en uitgediept door het woest binnenkolkend water, zo diep dat de dijk er later voor het gemak maar gewoon omheen werd gelegd.
We zien nog wat late jonge fuutjes, in hun gestreepte kostuum. Eén zit riant op de rug bij vader of moeder, zoals futen dat doen, de andere drie scharrelen zelf rond in het water. Onze belangstelling verontrust ze niet zienderogen. We nemen een bruggetje dat duidelijk betere tijden heeft gekend, passeren wat moderne kassen en loodsen en lopen dan het Streekbos in, een aangelegd natuur- en recreatiegebied, met moerassige stukken voor vogels en planten, en een zwemmeer met strandje en bezoekerscentrum voor mensen. Het is een mooie dag vandaag maar erg druk is het niet, in en om het water. Er liggen hier en daar wat jonge moeders lusteloos op het eind van de dag te wachten, kinderen spelen in het water, een opa voetbalt met zijn kleinzoon. In de horeca-uitspanning zijn felgekleurde looproutes en wachtstrepen aangegeven, met pijlen en grote letters, maar niemand wil een ijsje. De jongeman van dienst staat geeuwend achter zijn spatscherm.

P1080858

En dan lopen we Enkhuizen binnen, niet direct langs de aantrekkelijkste route, maar dat zou heel goed te maken kunnen hebben met het feit dat we de markering ergens zijn kwijtgeraakt. Op een rotonde, ergens aan de rand van de stad, treffen we een groot, wat kleurig beeld, het silhouet van een vrouw. Rotondekunst. Op de gevel van een aanpalend flatgebouw lezen we een dichtregel die kennelijk op het beeld slaat en waaruit wij begrijpen dat we hier te maken hebben met de Maagd van Enkhuizen. Het zegt ons niks, eerlijk gezegd, maar wij zijn dan ook niet van hier. Enkhuizen is een oude haven- en handelsstad met een lange en rijke historie, wij zouden ons kunnen voorstellen dat de Maagd een plaatselijke heldin is die de stad op enig moment van een brand, een pandemie of de vijand heeft gered. Kenau van Haarlem, schiet ons bijvoorbeeld te binnen. We zijn benieuwd wat het verhaal van de Maagd van Enkhuizen is en besluiten het de Enkhuizenaar zelf eens te vragen, in plaats van altijd maar achteraf op internet struinen. We spreken verschillende mensen aan op straat, hopend op context, duiding en details, maar de Maagd blijkt niet erg te leven onder de bevolking. Dat er op de Koepoort een beeld van haar staat, dat weet men nog wel te vertellen, maar hoezo en waarom, dat is ook voor de inwoner van Enkhuizen een groot raadsel.
In het centrum ondervragen we een mijnheer over de Maagd. De mijnheer meldt bescheiden niet uit Enkhuizen te komen en niets van een maagd te weten maar Enkhuizen wel een erg mooi stadje te vinden, wat wij op ons beurt weer volmondig beamen. Vanaf de overkant van de straat mengt zich dan iemand wat luidruchtig in het gesprek door ons toe te roepen dat Enkhuizen een mooie stad is, maar dat hij er nog niet dood gevonden zou willen worden. Wij zijn enigszins beduusd door de beschonken onthulling van de wat scharrige figuur die wij nu aan de overkant ontwaren, een al even scharrig hondje aan de lijn, maar gunnen hem ook zijn plek op aarde dus roepen terug dat wij persoonlijk helemaal nergens dood gevonden willen worden waardoor er per ongeluk een ingewikkeld gesprek ontstaat, over de gelukkig wel zeer veilige afstand van zeker tien meter, waarbij de bescheiden mijnheer zich duidelijk steeds ongemakkelijker gaat voelen en waarbij wij door het passerend publiek, over wiens hoofden het gesprek gevoerd wordt, meewarig worden aangekeken. De scharrige figuur vertelt dat hij in Rotterdam woont maar nu tijdelijk hier logeert, in het huis van zijn maat, die in het ziekenhuis ligt, om voor diens hondje te zorgen, het scharrige hondje aan de lijn. Omdat iemand dat tenslotte moet doen. Net als veel mensen die teleurgesteld zijn door het leven heeft hij meer met dieren dan met mensen. Dieren zijn tenminste eerlijk. En als woensdag zijn maat weer uit het ziekenhuis komt, is hij meteen weer naar Rotterdam vertrokken. Het is in meerdere opzichten een hartverscheurend verhaal, als je erbij stilstaat. Dat wel. Toch breien we er een eind aan en vervolgen onze weg. Pas dan durft ook de bescheiden mijnheer weer door te lopen.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum van deze etappe

The Addams Family

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

tot hier enkhuizen the addams family

In deze fotorubriek verzamelen wij voorbeelden van onze vaderlandse culturele identiteit, zoals wij die aantreffen langs ons pad. Langs oprijlanen, tuinpaden, op stoepen, stoepjes en bordessen. In portieken en portaaltjes. Zoals deze voorstelling die we vonden naast een voordeur in Enkhuizen.

Bekijk de verzameling tot nu toe in het archief

De hellehond van Zwaagdijk Oost

Wandellimerick

P1080809

Voor iedere plaats waar we doorlopen, op onze wandeltocht langs het Grootfrieslandpad, componeren wij een limerick. Een wandellimerick. Wandelenderwijs gaat dat, op het ritme van onze voetstappen en de golven van ons goede humeur. Een aanleiding vinden we in allerlei zaken, daar zijn we niet moeilijk in. Een uitzicht, een ontmoeting, een praatje. Een toren, een standbeeld, een plein. Het kan werkelijk van alles zijn. En soms dringt het zich ook gewoon aan ons op. Zoals in Zwaagdijk Oost, waar we een ontmoeting hadden met een hond. Nou heb je honden en honden, en honden hebben dan ook weer eigenaren waar je van kunt zeggen dat je eigenaren en eigenaren hebt en soms kun je het dus treffen maar soms heb je ook minder geluk. Veel meer wil ik daar nu en hier niet over kwijt want ik heb de neiging door te draven en dat is niet goed voor mijn gemoed. Met de hond in Zwaagdijk Oost hadden we minder geluk, laten we het daarop houden. Het beest mocht ons niet en dat was al snel wederzijds. Honderden meters rende het kreng met ons mee, hysterisch blaffend en grommend, steeds een stukje vooruit en dan weer terug. Klaar om ons te verscheuren zodra wij ons over de sloot zouden wagen. Want dat was het enige geluk dat we hadden, tussen ons en de hond was een sloot. De hond beschouwde die blijkbaar als de grens van zijn felbevochten territorium en ons als gevaarlijke aanvallers. Pas toen het beest bij een aftakking van de sloot niet verder kon gaf hij de achtervolging op. Wat ons daar verder nog aan ergerde was dat hij nu waarschijnlijk ook nog dacht dat hij ons weggejaagd had. Dat hij iets goeds had gedaan.

De hellehond van Zwaagdijk Oost
een wandellimerick
De hond aan de poorten van Zwaagdijk Oost
blafte ons schuimbekkend na, op zijn allerboost
de tanden gingen bloot
aan gene zijde van de sloot
dus dat het beest niet zwemmen kon was ons een hele troost

Lees meer wandellimericks in het archief

Ik zie het niet meer zitten

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

tot hier zwaagdijk oost ik zie het niet meer zitten

Een fotorubriek waarin wij op zoek zijn naar de vaderlandse culturele identiteit, waarover immer zoveel wordt gesproken en gedebatteerd. Wat ís eigenlijk onze vaderlandse culturele identiteit? Waar hangt ie uit? Waar zit ‘t ‘m in? Wij zoeken en vinden voorbeelden langs de route van onze wandelingen, nu het Grootfrieslandpad. We treffen ze aan in tuinen en op stoepjes. Langs oprijlanen en in gazons. In borders en op bordessen. Of op het terras, zoals hier in Zwaagdijk Oost.

Bekijk het staalboek tot zover in het archief.

Een goed begin in Wervershoof

Wandellimerick

P1080789

Voor iedere plaats waar wij doorheen wandelen, moet ik het nog uitleggen, maken wij een limerick. We begonnen ermee in Stavoren, tijdens het Nederlands Kustpad, en zijn er ook op het Grootfrieslandpad niet meer mee opgehouden. Een wandellimerick, noemen wij ons zelfverzonnen genre. Dat gaat al lopende vort, op het ritme van de wandeling. Aanleiding kan van alles zijn, lees de archieven er maar op na. We zien een standbeeld, ontmoeten iemand, lopen langs een kasteel, een aardig landschap, een vol café.
In Wervershoof starten we de wandeling weer op na een gedwongen pauze vanwege corona. Als we op het parkeerterrein bij de kerk uit de auto stappen en onze rugzakken omgorden, worden we van verre al toegeroepen door een mevrouw die in de schaduw van de kerktoren op haar rollator is gaan zitten. Een kwetsbare oudere. Oppassen geblazen. We maken een praatje met de mevrouw, die daar duidelijk zin in heeft. We vertellen wat ons reisdoel is, waar we vandaan komen en wat de plannen voor de dag zo’n beetje zijn. Zelf heeft de mevrouw vroeger ook veel gewandeld, vertelt ze. Nu zat dat er niet meer in. Nu was ze op weg naar haar man, die hier achter op het kerkhof lag. Maar haast had ze niet, vandaar dat ze hier even in de schaduw zat. Op gepaste afstand, maar niet afstandelijk, namen we afscheid van elkaar.
Verderop zijn we al snel het spoor naar ons startpunt bijster en besluiten we een passerende mijnheer om raad te vragen, op gepaste afstand uiteraard. Ook de mijnheer valt in de groep der kwetsbare ouderen. Hij praat wat moeizaam door het één of ander, maar neemt niettemin alle tijd om ons zeer uitvoerig en gedetailleerd uit te duiden dat we aan het eind van de straat naar links moeten, en dan weer naar rechts. Blij dat hij ons kon helpen. Wij uit de brand. Onze dag is goed begonnen, in Wervershoof.

Een goed begin in Wervershoof
een wandellimerick
Het zal misschien toeval zijn, maar toch.. ik geloof
dat alle mensen aardig zijn, in Wervershoof:
we maken een praatje onder de kerk,
een goed begin is het halve werk,
en één en ander verloopt als vanzelf geheel coronaproof.

Lees meer wandellimericks in het archief.

I’m just waiting on a friend

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

tot hier zwaagdijk oost i'm just waiting on a friend

In deze fotorubriek zijn wij immer op zoek naar voorbeelden van onze vaderlandse culturele identiteit, waar vaak zoveel over te doen is. Wat ís eigenlijk onze vaderlandse culturele identiteit? Waar zit het ‘m in? Waar bestaat ie uit? Wij treffen hem aan aan oprijlanen en tuinpaden tijdens onze wandelingen langs ‘s Heeren wegen. Op stoepjes en stoepen. In borders en op gazons. Dit exemplaar vonden wij bijvoorbeeld in Zwaagdijk Oost.

Bekijk de verzameling tot nog toe in het archief.

Wervershoof :: Enkhuizen

Fotoalbum

P1080885

Het is een tijdje lastig geweest een nieuwe etappe te plannen, vanwege de toestand van het land, gevoeglijk bekend bij eenieder, maar op een maandag met uitstekend wandelweer liepen wij nu dan toch van Wervershoof naar Enkhuizen. De laatste etappe in Westfriesland, vóór de grote oversteek naar Stavoren. Een wandeling door voormalig landbouwgebied en nieuwe natuur. Langs vaarten en weelen. Een dag met vrolijke ontmoetingen op anderhalve meter en meer, en een vergeefse zoektocht rond de Maagd van Enkhuizen.

Bekijk eventueel vast het fotoalbum van deze etappe.

Op stoom in Medemblik

Wandellimerick

Voor iedere stad, ieder dorp of gehucht waar we doorheen wandelen maken we een limerick. Een wandellimerick, zoals we ons zelfverzonnen genre noemen. Al wandelend, gaat dat. Op het ritme van de wandeling. Een aanleiding vinden we altijd wel, dat kan werkelijk van alles zijn, lees het archief er maar op na, je kunt het zo gek niet bedenken of het is aan de orde geweest.

P1080247

In Medemblik hoefden we ook niet te vrezen voor de inspiratie, met een historische binnenstad, voormalig vissershaven, kasteel Radboud en Floris de Vijfde. Maar uiteindelijk kwamen we uit bij het Stoommachinemuseum. Het was een vrij koude en winderige dag in februari en zo’n uitstapje naar binnen kwam goed van pas. Lekker warm, met al die stoom. En bepaald indrukwekkend, al die machines groot en klein die onvermoeibaar staan te trekken, te duwen, te draaien en te pompen. Moderne techniek uit het verleden.
Wat opvalt is dat het bij al die noeste mechanische arbeid zo stil is. Je zou geraas en geronk verwachten, gegier, gedreun en gebrul, maar nee.. het beweegt allemaal zo goed als geruisloos op en neer, heen en weer en in het rond. Machines van honderd jaar oud of ouder. Kom er nog eens om, in het tijdperk van bladblazer, motormaaier en hogedrukreiniger.
In tweede instantie zien we een aantal mannen in blauwe stofjassen rondschuiven. Als het niet oneerbiedig was zouden we ze mannetjes noemen, vanwege de stofjas, maar ook de licht gebogen, dienstbare ‘let maar niet op mij’ houding waarmee ze zich zo onopvallend mogelijk door de ruimte bewegen, eerbiedig haast, met de oliespuit van draaipunt naar draaipunt en weer terug, om alles als vanzelf gesmeerd te laten verlopen.
In het ketelhuis tenslotte raken we aan de praat met twee mannen die wat spraakzamer zijn uitgevallen. We werpen een blik in één van de ketels, waarin het vuur juist door hen is gevoed en brullend oplaait, krijgen uitgebreid uitleg over de werking van de stoomketels en de geschiedenis van het gemaal en we worden het er roerend over eens dat het schitterend mooi is allemaal.

Op stoom in Medemblik

een wandellimerick

In het stoommachinemuseum te Medemblik
voeren stoere mannen in hun ketels de fik,
er wordt vrij onverveerd
geolied en gesmeerd
en na honderd jaar draait alles nog steeds zonder kik.

Lees eventueel nog meer wandellimericks in het archief.

Nature’s call

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

tot hier twisk wervershoof (13) playing Hide and seek

Een fotorubriek waarin wij op zoek zijn naar voorbeelden van onze vaderlandse culturele identiteit. Er is altijd veel om te doen en over te zeggen, maar wat is dat eigenlijk, onze vaderlandse culturele identiteit. Waar zit ‘t ‘m in? Hoe ziet ie eruit? Wij treffen hem aan langs oprijlanen en tuinpaden tijdens onze wandeling. In tuinen en op stoepjes. In borders en portiekjes. Op terrassen en gazons. Zoals hier, in een tuin in Wervershoof.

Bekijk eventueel de verzameling tot nog toe, in het archief.

Heeft u misschien een eurootje?

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

tot hier twisk wervershoof (10) Heeft u misschien een eurootje

In deze fotorubriek zijn wij doorlopend op zoek naar voorbeelden van onze vaderlandse culturele identiteit, waarover immer zo veel te doen is. Wat ís eigenlijk onze vaderlandse culturele identiteit? Waar zit het hem in? Hoe ziet ie eruit? Wij treffen hem aan langs oprijlaan en tuinpad, op bordes en terras, in border en op gazon. Dit illustere tableau bijvoorbeeld, zagen wij in Opperdoes.

Bekijk eventueel de verzameling tot nu toe, in het archief.

De Ronde van Opperdoes

Wandellimerick

We begonnen ermee in Stavoren, wandelend langs het Nederlands Kustpad, en we zijn er niet meer mee opgehouden, ook niet nu we aan het Grootfrieslandpad zijn begonnen. We vinden het zelf veel te leuk. Voor ieder plaatsje, dorp of buurtschap waar we doorheen wandelen, maken we lopendevort een limerick. Een wandellimerick, zoals we onze eigen loot aan de stam van het light verse hebben genoemd. Zonder hulpmiddelen als een rijmwoordenboek of internet, uit het hoofd, op het ritme van de wandeling. Een aanleiding vinden we meestal wel, dat kan van alles zijn en daar doen we niet moeilijk over. Een uitzicht, een ontmoeting of een gesprekje, een beeld, een wegopbreking.. net hoe het uitkomt. In hoge nood het weer.

P1080165

Over Opperdoes hoefden we niet lang na te denken, dat zou natuurlijk gaan over de befaamde Opperdoezer Ronde, de exclusieve, culinaire aardappel van Opperdoezer zavelgrond. De aardappel die alleen zo mag heten wanneer hij gerooid is binnen een straal van één kilometer rond de kerktoren van Opperdoes. Kijk, dat zijn nog eens ouderwetse maatvoeringen. Opperdoes geldt als een nogal orthodox christelijk bolwerk en telt maar liefst drie kerken. Welke van de drie je dan als middelpunt neemt zal aan je gezindte liggen.
De Opperdoezer is trouwens ook een ouderwetse aardappel.
‘Het ras van de Ronde is al meer dan 150 jaar lang niet gemuteerd. Dat wil zeggen dat deze nostalgische aardappel een echt oer-Hollands product is en nog steeds zo lekker smaakt als toen,’ ronkt de website van de dure pieper, die sinds 1996 zelfs een EU status als beschermd streekprodukt geniet. Ieder voorjaar wedijveren de telers om de eer van het eerste kistje op de veiling te krijgen. De eer en het geld, want het schijnt dat sterrenrestaurants in de rij staan om dat eerste kistje te bemachtigen en dat er flinke bedragen voor worden betaald.
Het zijn dan ook niet zomaar aardappels, maar aardappels met een echt verhaal, en dat proef je,’ komt op de website het marketingbureau weinig origineel uit de hoek.
Enfin, wij hadden verwacht de beroemde aardappel vanzelf wel tegen te komen, in Opperdoes. Op posters en spandoeken, muurschilderingen en ander pr geweld. Maar nee. Hij is verkrijgbaar van eind mei tot en met eind oktober. En buiten het seizoen houdt hij zich blijkbaar stil, volgens het oud-calvinistisch motto: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Behalve op de website dus.

De Ronde van Opperdoes

een wandellimerick

Toen wij in februari aan haar poorten stonden,
verheugden wij ons op de Opperdoezer Ronde.
We zochten wat we konden
doch hebben niet gevonden,
wat logisch is in februari, maar toch zonde.

Lees eventueel meer wandellimericks in het archief.

Jan met de korte achternaam

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

tot hier twisk wervershoof (11) jan met de korte achternaam

Deze fotorubriek, waarin we op zoek zijn naar de veelbesproken vaderlandse culturele identiteit, is een tikkeltje ironisch uiteraard. Een licht opgetrokken wenkbrauw. We zeggen het er maar even bij. Ironie, en het verstaan ervan, behoren immers niet tot het standaardpakket, van de vaderlandse culturele identiteit. We gaan bij het fotograferen van onze vondsten dan ook altijd een beetje voorzichtig te werk. Wat we fotograferen staat tenslotte langs oprijlanen en tuinpaden. Op stoepjes en terrassen. In de nabijheid van woonhuizen. Voor erkers, en onder doorzonramen. Waarachter mensen wonen. Waardoor mensen naar buiten kijken, wie er nu weer door hun straatje loopt, en wat die daar nou weer staat te doen. Ga dan desgevraagd maar eens uitleggen wat je staat te fotograferen. Met je ironische fotorubriek. Het is zeker voorgekomen dat wij van een foto afzagen vanwege de priemende blikken vanachter de vitrage, mooie vondst of niet. Nogmaals, met ironie kun je niet voorzichtig genoeg zijn, al is het nog zo’n  tikkeltje. Groot was dan ook onze schrik toen er bij het fotograferen van deze mollige knaap in Opperdoes plotseling een raam open vloog, boven ons hoofd, waaruit een meneer ons argwanend vroeg wat er voor bijzonders te zien was. Beduusd stamelden wij dat we meneers beeld in meneers tuin zo grappig vonden. Wat dus niet eens echt gelogen was, technisch gesproken. De meneer nam genoegen met deze verklaring, zodat je waarschijnlijk kunt stellen dat het afschaffen van de ironie ons hier waarschijnlijk ook uit de brand heeft geholpen.

Bekijk eventueel de verzameling tot nog toe in ons archief.

Is this the start of a lockdown?

GeenKunst

GK Opperdoes Lockdown

Je komt soms zaken tegen onderweg, langs je pad, die niet bedoeld zijn als kunst, maar het eigenlijk net zo goed wel zouden kunnen zijn. Kunst, bedoelen wij. Dat zegt iets over kunst misschien, maar ook over je manier van kijken. Je moet het namelijk wel willen zien. En als dat lukt, wordt de wereld één grote beeldentuin. Mooi toch?
Dit beeld troffen wij aan in Opperdoes. Aan de rand van Opperdoes. Het was nog vóór Corona, maar dat zou niet zo lang meer duren. We noemden het Is this the start of a lockdown, met de kennis van nu uiteraard, maar het had net zo goed Social distancing kunnen heten, zien wij vandaag pas.

Blader eens door de altijd uitdijende catalogus van de nimmer complete verzameling.

Het werd hem rood voor de ogen

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

tot hier twisk wervershoof (8) het werd hem rood voor de ogen

In deze fotorubriek verzamelen wij voorbeelden van onze veelbesproken vaderlandse culturele identiteit. We treffen ze aan langs tuinpad en oprijlaan. Op gazon, in border, op bordes. Op terras, stoepje of trapje. Ook langs het Groot Frieslandpad. Dit fraaie exemplaar bijvoorbeeld vonden wij in Opperdoes.

Bekijk eventueel de verzameling tot nog toe, in het archief.