Rural myth

Kunst onderweg

aartswoud 1846

Ooit lag Aartswoud aan de Zuiderzee. En werd het bewoond door walvisvaarders en, als we de verhalen mogen geloven, halve piraten. Eigengereid volk dat het niet altijd even nauw nam met de voorschriften en geen boodschap had aan bemoeienis van hogerop of buitenaf. Dat zelf wel uitmaakte hoe en wat. Aartswoud lag in een gevaarlijke hoek aan de Zuiderzee, de stompe kerktoren deed ook dienst als vuurtoren, en er wordt beweerd dat daar ook wel misleidende signalen mee werden afgegeven, opdat er wat te jutten viel. Of het waar is laten wij gaarne in het midden, het is een mooi verhaal. Het aanleggen van de Wieringerwaardpolder zal er in elk geval een eind aan hebben gemaakt. In 1927, werd daarmee begonnen. Nog niet eens zo gek lang geleden eigenlijk, welbeschouwd. Toch is er weinig dat er nog aan de zee en haar mythes doet denken, of het moest de stompe kerktoren zijn, of de nabijgelegen Westfriese Omringdijk.

P1050571

Toch, op een bescheiden grasveldje aan een onbeduidend watertje, komen we twee meer dan manshoge stalen wielen tegen, op een betonnen sokkel, die ook een geschiedenis met de Zuiderzee blijken te hebben. Het zijn de vliegwielen van een inmiddels verdwenen stoomgemaal, lezen we, dat het achterland hielp afwateren op de Zuiderzee. Gebouwd in 1894, als opvolger van een spuisluis die niet voldeed. Het was een uniek gemaal, praten wij internet na, met twee horizontale stoommachines, drie stoomketels en twee schepraderen van acht meter doorsnede met een gezamenlijke maximale capaciteit van 600 m3 per minuut, wat dus niet eens zo veel schijnt te zijn. In 1958 raakte het in onbruik, na een herindeling van de waterhuishouding en de bouw van een nieuw gemaal bij Lutjewinkel. Na een tiental jaren verwaarlozing en verval werd het gebouw gesloopt in 1970. Alleen deze twee vliegwielen bleven over, als aandenken.

stoomgemaal_aartswoud

Als aandenken aan de Zuiderzee, en aan het stoomgemaal. Maar ook, alweer als we de verhalen mogen geloven, als monument voor de eigengereide pirateninborst van de Aarstwoudenaar. De Aartswoudenees. Die zich altijd al onderworpen heeft gevoeld door het verderop gelegen, besturend Hoogwoud, waar men nu dus beslist had dat de twee vliegwielen mooi als monument in het eigen centrum geplaatst konden worden. Daar werd in Aartswoud een stokje voor gestoken. Eén van de stalen wielen werd verdonkeremaand, onder een hooiberg, net zo lang tot de burgemeester in Hoogwoud uiteindelijk bakzeil haalde en het monument in Aartswoud kon worden opgericht, waar het hoorde.
De kunstenaar blijft onbekend in dit verhaal, maar waarschijnlijk, dat laat zich raden, hebben de bewoners van Aartswoud ook hier zelf de schouders onder gezet.

Lees ook de vorige afleveringen van Kunst onderweg in het archief.

Het voordeel in Twisk

Een wandellimerick

twisk

Voor iedere stad, ieder stadje, dorp of gehucht waar wij door wandelen, zo hadden wij ons voorgenomen, maken wij een limerick. Een wandellimerick. Stapvoets, op het ritme en in het tempo van de wandeling. Een aanleiding vinden we in de meest uiteenlopende dingen. Dat kan van alles zijn. Een ontmoeting of een gesprekje onderweg, het café langs de route, een beeld. Een uitzicht, een aanzicht of een inzicht. Het kan ook iets zijn dat er niet is, trouwens. Iets dat ontbreekt, achterwege is gebleven. Zoals in Twisk.

Het voordeel in Twisk
een wandellimerick
Al wandelend namen wij Twisk onder de loep:
Twisk is beeldschoon, maar het heeft er geen stoep..
dus je loopt in de goot..
en ze rijden je dood..
maar je trapt er ook nóóit op de stoep in de poep.

Lees de wandellimericks van voorgaande wandelingen terug in het archief.

Let the music play

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

Let the music play Twisk

Een fotorubriek waarin we voorbeelden verzamelen van onze vaderlandse culturele identiteit, zoals we die aantreffen langs het Groot Frieslandpad. Langs oprijlanen en tuinpaden. In borders en perken. Op stoepjes, terrassen en gazons. Bovenstaand modern klassiek tafereel troffen we in een voortuin in Twisk.

Bekijk de verzameling tot nu toe in het archief, en maak kennis met onze vaderlandse culturele identiteit.

De buldog en de haan

Kunst onderweg

buldog haan

We waren ze al eerder tegengekomen, wandelend in Noord Holland: de buldog en de haan. Te vinden op ieder zichzelf respecterend transformatorhuisje in deze contreien, mits gebouwd in het begin van de vorige eeuw, de tijd dat er nog de wil en de bereidheid bestond van zoiets eenvoudigs en puur functioneels als een transformatorhuisje iets moois te maken. Let er maar eens op, er zitten juweeltjes tussen en er zijn er geen twee hetzelfde. Stuk voor stuk met zorg en aandacht ontworpen door een architect die daar zijn hart en ziel in legde. Han van Loghem (1881 -1940) namelijk, die tussen 1914 en 1919 zo’n tachtig transformatorhuisjes ontwierp in opdracht van de KEM, de Kennemer Elektriciteit Maatschappij, en later de PEN, het Provinciaal Electriciteitsbedrijf van Noord Holland. Voor al die huisjes tekende hij een individueel, aan de locatie aangepast ontwerp. Ja.. dat is nog eens iets anders dan de fantasieloze rechttoe rechtaan betonnen dozen waar we het sindsdien mee moeten stellen. Niet alleen als transformatorhuisjes trouwens. Maar goed.

LOGHEM han van   huisjes2
Han van Loghem (1881-1940), architect van zo’n tachtig Noordhollandse transformatorhuisjes.

Al die transformatorhuisjes dragen dus de buldog en de haan, want daar hadden we het eigenlijk over. Ook degene die we tegenkomen in de Dorpsstraat van Nieuwe Niedorp, want daar zijn we. Aan weerszijden van de deur zien we een kleurige, glanzende tegel met een afbeelding die wat reliëf vertoont. Links het socialistisch, of in elk geval sociaaldemocratisch aandoend beeld van een kraaiende haan tegen een rode opkomende zon, rechts de meer naar de andere kant van het politiek spectrum neigende dreigende vechthond met vervaarlijke halsband, klaar om je bij het minste geringste dat hem niet bevalt naar de strot te vliegen.

AE_07-745x1024
Alles Electrisch! Tijdschrift voor de stroomverbruikers van het Provinciaal Electriciteitsbedrijf van Noord Holland.

Op internet treffen we een artikel dat in 1933 verscheen in het blad ‘Alles Electrisch’, uitgegeven door de PEN. Daarin gaat de anonieme auteur in op de blijkbaar ook toen al prangende vraag ‘waartoe die tegels dienen en welke toch hun beteekenis is’. De vraag waartoe de tegels dienen, is volgens de schrijver heel kort te beantwoorden: ter versiering. ‘De hoogspanningsgebouwtjes zijn in strakke lijnen opgetrokken, groote vensters, die de muurvlakken breken, komen niet voor en zoo bieden de kleurige tegels een aangename, bescheiden afwisseling, die weinig kosten vergt aangezien het glazuur steeds fleurig blijft en in tegenstelling met schilderwerk practisch geen onderhoud vraagt’.
De keuze voor een wakkere haan en een agressieve buldog is echter niet geheel willekeurig of uit louter esthetische overwegingen. ‘De beteekenis van de ornamenten haan en hond is te beschouwen als een onderstreping der op de deuren der gebouwtjes aangebrachte waarschuwing: “openen is levensgevaarlijk”’. De haan waarschuwt aldus kukelend dat het binnen wel eens gevaarlijk zou kunnen zijn, de buldog is vastberaden degene die deze waarschuwing in de wind wenst te slaan kwaadschiks op andere gedachten te brengen.
Of iedereen deze pictogrammen avant la lettre ook inderdaad op deze manier wist te duiden, betwijfelt ook de schrijver van het artikel, al weet hij daar ook in die tijd al een gewiekste pr draai aan te geven: ‘Uiteraard zijn symbolen altijd voor meerdere uitlegging vatbaar, zoodat, als er lezers zijn die bij de tegels denken aan “de aankondiging van het licht” en de “trouwe levering”, daartegen geen bezwaar is. Ook zijn wij tevreden wanneer zij voor zichzelf het antwoord gevonden mochten hebben dat één onzer enthousiaste electrisch kokende afnemers gaf, bij de beschouwing onzer zwijgende waarschuwers: “De haan kan het niet bekraaien zoo mooi als ‘t is en de hond kan het niet beloopen zoo vlot als ‘t gaat.”’ De Polygoonstem van Philip Bloemendal mag u er zelf bij bedenken.

bodart      bodart001
Ander werk van Lambert Bodart (1872-1945), keramist bij de Porceleyne Fles en ontwerper van de buldog en de haan.

De tegels zijn uitgevoerd, zo lezen wij, in de zogenoemde cloisonné techniek, waarbij de figuratie, in dit geval dus de haan en de hond, in ijzerdraad wordt ‘getekend’, waarna de tekening wordt ingekleurd met emailpoeder. Door het ijzerdraad zullen de kleuren bij het bakken niet in elkaar overlopen. Het ijzerdraad zorgt ook voor het milde reliëf dat in de tegels te zien is. Mensen die het weten kunnen zijn ervan overtuigd dat, vanwege deze toegepaste techniek, de tegels gemaakt moeten zijn door ene Lambertus Eugen Florian (Lambert) Bodart (1872-1945), ontwerper bij De Porceleyne Fles in Delft, wiens stijl van emailleren zo kenmerkend was dat men het ook wel heeft over ‘Bodart aardewerk’. Maar zo beroemd kan hij niet zijn of er is geen portret van hem te vinden, op heel het wereldwijde web niet. Of toch.. Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft een portret van Lambert Bodart met pijp in bezit, een prent van de hand van Antoon Derkzen van Angeren, van wie wij ook nog nooit hadden gehoord, behalve dan dat wij ook ergens lazen dat Bodart getrouwd was met Jacoba Derkzen van Angeren. Een zwager dus, misschien, of een neef. Vertoning van deze prent wordt op internet in elk geval verhinderd door het auteursrecht. Bewaakt allicht door een buldog en een haan.

van angeren antoon derkzen  lambert bodart
Zelfportret van Antoon Derkzen van Angeren, maker van het portret van Lambert Bodart dat niet gezien mag worden.

Lees ook de vorige afleveringen van Kunst onderweg in het archief.

De gezusters ooievaar

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

De gezusters ooievaar Aartswoud

In deze fotorubriek verzamelen wij voorbeelden van onze vaderlandse culturele identiteit, immer een bron van zorg en discussie, maar ook van trots en tevredenheid. Wij treffen ze aan tijdens onze wandeling langs het Groot Frieslandpad. In tuinen, op terrassen en gazons. Op stoepjes, in borders en langs tuinpaden. En soms ook in het water, zoals hier nabij Aartswoud.

Bekijk de verzameling tot nu toe in het archief.

Het ritme van Lambertschaag

Een wandellimerick

In Stavoren ontstond het idee, tijdens het Nederlands Kustpad. Voor iedere stad, ieder dorp, elk gehucht waar we doorheen wandelen maken we sindsdien een limerick. Nu dus langs het Groot Frieslandpad. Een wandellimerick, hebben we deze zelfverzonnen loot aan de stam van de lightverse gedoopt. Een aanleiding is meestal wel te vinden, het kan van alles zijn, wij zijn wat dat betreft snel tevreden. Een uitzicht, een aanzicht of een inzicht, al naar gelang.

lambertschaag 2

In Lambertschaag bijvoorbeeld, hadden we best wat gelust. Het was er ook de tijd voor. Op onze klokjes in elk geval, volgens ons bioritme. En horeca was er ook nog, dus dat trof, zou je zeggen. Eén plus één is twee. Het bleek echter dat men er in Lambertschaag een eigen tijdrekening, een heel anders levensritme op nahoudt. We waren van harte welkom voor de lunch, aldus het handgeletterde schoolbordje, maar pas na vieren.

Het ritme van Lambertschaag
een wandellimerick
Met trek in koffie en een lege maag
arriveerden wij in Lambertschaag..
Maar voor lunch kan men in de horeca hier
niet eerder terecht dan de klok van vier..
en dat vinden wij eerlijk gezegd nogal vaag..

Blader ook eens door het archief van de wandellimericks vanaf Stavoren.

De orde van de Nederlandse leeuw

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

De orde van de Nederlandse leeuw Lambertschaag

In deze fotorubriek zijn wij op zoek naar onze vaderlandse culturele identiteit. Wat is dat eigenlijk? Hoe ziet ie eruit? Waar zit ‘t ‘m in? Wij zochten en vonden eerder al langs het Nederlands Kustpad, maar ook langs het Groot Frieslandpad zijn de voorbeelden te vinden. Wij treffen ze aan langs oprijlaan en tuinpad. In border en perk. Op terras en gazon. Bovenstaand voorbeeld is een klassieker in zijn soort en zagen wij in Lambertschaag.

Bekijk de volledige serie tot nog toe in het archief.

Ontmoetingen en avonturen in Blôte Bieneland

De etappe van Nieuwe Niedorp naar Twisk, gelopen op vrijdag 21 juni 2019

Geparkeerd onder de pittoreske kerktoren van Nieuwe Niedorp hopen we als eerste een kop koffie te kunnen scoren, om de wandeling voor vandaag officieel te openen. Dat blijkt nog niet zo makkelijk. Aan het plein zien we De Roode Eenhoorn, dat met een uitgestald terras weliswaar sterk op een uitspanning lijkt maar het bij navraag niet blijkt te zijn. Ze hebben wel koffie, vertelt de jongedame die ons te woord staat, maar ze zijn geen café. De mededeling blijft wat onduidelijk in de lucht hangen zodat wij beleefd groetend maar weer naar buiten klossen. Later op internet blijkt de Roode Eenhoorn nota bene het oudste café van Nederland te zijn geweest, dat in 1530 reeds werd genoemd als rustplaats voor man en paard, maar in 2012 werd omgebouwd tot een woonzorghuis. We zijn gewoon te laat. In de voormalige feestzaal zijn nu negen appartementen gevestigd, waar evenzoveel zorgbehoevenden wonen, het cafégedeelte is de gemeenschappelijke ruimte waar wordt gekookt, gegeten, gespeeld en ontmoet. En koffie gedronken. Maar niet door ons dus.

de roode eenhoorn
De Roode Eenhoorn in andere tijden

Wij lopen door naar De Maurits, die op dit uur echter nog gesloten blijkt, behalve uiteraard voor de eigenaar, die genoeglijk met een bakkie en zijn telefoon op zijn eigen terras neerstrijkt. Wij hebben ons geluk dan al beproefd bij de buren, een wat beduimelde snackbar waarvan je je zelfs zou kunnen afvragen of hij ooit betere tijden gehad zal hebben maar waar een vriendelijke jongeman ons twee superieure cappuccino’s brengt. Zo zie je maar. Ook de pittoreske kerktoren blijkt overigens niet helemaal te zijn wat het lijkt want de bijbehorende kerk werd meerdere malen afgebroken en voor het laatst in 1966 vervangen door het zwaar gedateerde, gewilde modern van kerkgebouwen uit die tijd, met de dan weer niet ontoepasselijke naam Fenixkerk.

P1050510

Door de Dorpsstraat wandelen we Nieuwe Niedorp uit, langs grote, fraaie en soms rijk versierde huizen die aan één kant van de straat achter een vaart liggen en vanaf de weg ieder met een eigen brug bereikbaar zijn. De vaart, de beurtvaart, werd in vroeger tijd gebruikt om de oogst naar de groenteveiling te vervoeren maar is nu zo goed als onbegaanbaar doordat de bruggen laag en breed net boven het water hangen ten behoeve van de auto’s des huizes. De zomer begint vandaag, de bomen staan volop in het groen. Een aantal imposante zwarte beuken verleent het dorpsgezicht extra statuur.
Via de n239 lopen we rechtsaf het land in richting Aartswoud, het kolossaal silhouet van het Seminario Redemptoris Mater kijkt ons na. Even zien we in de verte het Kremlin nog door de bomen schemeren. Niet het echte uiteraard maar een plaatselijk bekende, misschien zelfs beroemde tuin waarin de bewoner louter voor zijn eigen plezier een groot aantal fantasierijke bouwsels in Russische stijl heeft neergemetseld. Zogenoemde follies. Ons boekje maakt er geen melding van, maar we komen er ook niet echt langs natuurlijk. We hebben het erover omdat het boekje wel melding maakt van follies in Italiaanse stijl, bij Aartswoud. Daar zouden we dus wel langs komen. Het kan zijn dat we niet verder hebben gekeken dan onze neus lang is, maar ook deze follies gaan aan onze neus voorbij. Ze zijn niet te vinden. Maar ach, we kunnen zonder, er is genoeg te zien.

P1050556

We ondergaan uitgestrekte groene landschappen met frisblauwe luchten erboven die schilderachtig zijn opgemaakt met helderwitte, zonbeschenen wolken. We zien eenden met pullen zwemmen, een tweede leg, kun je vermoeden, in deze tijd van het jaar. Jonge fuutjes ook, met nog een gestreepte kop maar te groot al voor op mama’s rug. We passeren een loods waar schapenwol te koop wordt aangeboden, waar het rafelig schaap dat kreupel in het weitje aan de weg staat te rochelen en te steunen geen aanbeveling voor is. Tot hoog boven de horizon wordt in de verte met een aantal windmolens aan het nieuwe Nederland gebouwd. Dichterbij steken de oranje pannendaakjes van het oude Nederland boven het groen uit, een volle waslijn ernaast, bollend in de wind. Een tractor rijdt heen en weer door het hooi om het te keren en werpt daarbij grote stofwolken op. Het is een nostalgisch beeld, met een nostalgische geur.
Even buiten Aartswoud ontmoeten we een dame met een fiets, een zonneklep en een blijde lach. De fiets staat geparkeerd bij een kippenbruggetje over de Veersloot en het lijkt of de dame ons op staat te wachten. Wat niet zo is uiteraard, maar zo komt het al snel tot een praatje. Als het even kan zit ze op de fiets, vertelt de dame. Tentje achterop en gaan. En maar zien waar ze uitkomt. Naar België en Frankrijk ook wel, maar ook veel in eigen land. Moet ze ergens met de trein heen, gaat de fiets mee. Voor de verloren uurtjes. Rieta heet ze, met i e, en fotografe is ze. Te Monnickendam. Portretten. Trouw- en rouwreportages. Geen nieuwsfoto’s, dat moeten anderen maar doen, dat is niks voor haar. Ze geeft ons haar kaartje mee.
De fiets is een verhaal apart, vertelt ze, en zo ziet ie er ook uit. Als een studentikoos vehikel. Het is een peperdure kwaliteitsfiets, verklapt ze ons, maar ter voorkoming van diefstal heeft ze hem eerst wat nonchalant in de matte witte verf gezet, waarna de kleinkinderen hielpen met versieren en ze aldus op het fleurige idee kwam om iedereen met wie ze onderweg een praatje maakte zijn of haar naam op de fiets te laten schrijven. Ze heeft er speciaal een handvol gekleurde stiften voor in het stuurtasje zitten. Ook wij mogen een plekje uitzoeken, op het volgeschreven frame. Van veel namen weet Rieta nog uitgebreid te vertellen wie en waar het was. Wij vleien ons daarom met de gedachte dat wij nu ook in haar repertoire zijn opgenomen en besluiten dat de wereld enorm opknapt van mensen als Rieta.

P1050606

We lopen verder over ‘t Blôte Bienepad, wat Westfries is voor blote benenpad. Waarom het zo heet wordt niet duidelijk, een blote voetenpad is het in elk geval niet. Het schijnt dat de streek rond Aartswoud Blôte Bieneland genoemd wordt, door de Westfries, en dat zou er dan weer mee te maken kunnen hebben dat Aartswoud in vroeger tijden aan de woeste Zuiderzee lag en dat haar bewoners in die tijd bekend stonden als laten we zeggen nogal ondernemende en proactieve strandjutters. De stompe kerktoren zou in die dagen ook dienst hebben gedaan als soms wat misleidende vuurtoren, lezen wij. Maar goed, deze historische duiding speculeren we hier ter plekke bij elkaar, zie maar wat u ervan gelooft.
Voor we bij Lambertschaag opnieuw op de Westfriese Omringdijk stuiten gaat ’t Blôte Bienepad over in het Pannepad. Over de oorsprong van die naam heeft ons routeboekje gelukkig iets te melden. Hier werden vroeger stieren gefokt die van een zo hoge kwaliteit waren dat ze wereldwijd werden verkocht. En al deze stieren heetten Pan, om één of andere reden. Het pad is naar hen genoemd.

P1050619

Of het een nazaat van zo’n beroemde Pan is weten we natuurlijk niet zeker maar het zou zomaar kunnen want feit is dat we juist hier een pink aan de verkeerde kant van het hek treffen. Hoe ze er gekomen is, is ons een raadsel, al horen we later van iemand die het weten kan dat pinken ‘achterlijk hoog’ kunnen springen. Daar staat ze, midden op het pad. Haar soortgenoten staan nieuwsgierig tegen het hek gedromd om maar niets te missen van wat komen gaat en dat er wat komen gaat is onvermijdelijk, wij besluiten namelijk dat we iets moeten doen. Zo zijn wij dan weer. Al weten we niet precies wat wijsheid is, want zo zijn we ook. We knopen het hek, dat met boerentouw is dichtgebonden, los en zetten het op een kiertje, niet te groot want we zijn als de dood dat de andere pinken straks ook de benen nemen en we met een veel groter probleem zitten opgescheept. Dan proberen we met strategische danspassen en armbewegingen de wegloper terug het weiland in te krijgen, maar die houdt zich niet aan ons rommelig plan en dreigt paniekerig steeds verder af te dwalen. Gelukkig krijgen we hulp van twee fietsers die toevalligerwijs ieder van de andere kant aan komen rijden en zo het smalle pad in beide richtingen afsluiten. Een tijdje kijken ze ons geklungel welwillend aan, dan neemt één van hen de leiding over. Hij is opgegroeid op een boerderij, vertelt hij, en weet dus hoe te handelen. En inderdaad is de kudde in een vloek en een zucht herenigd, aan de goede kant van het hek. Onze redder in nood blijkt juist op weg te zijn naar de eigenaar van deze pinken en hij neemt afscheid met de belofte een goed woordje voor ons te doen.

P1050640

Vanaf Lambertschaag maken we ons op de A7 over te steken. We lopen er op af over een fantasieloos stuk van de Westfriese Dijk met rechts van ons een druk bereden n239. Een ononderbroken stroom vrachtverkeer trekt voorbij. De schoorstenen van Hartog dierenvoeders stoten verschillende merkwaardige kleuren rook uit. We rapen enorm veel plastic en blikjes uit de berm, de meegebrachte boodschappentas is ook vandaag weer te klein. Veel is door de maaier al tot scherpe en voor dieren levensgevaarlijke snippers gemalen, je mag hopen dat het gedroogde gras dat hier ligt niet als hooi gebruikt gaat worden.
Dan gaat het naar Twisk, langs een dichtbevolkt vogelgebied. We lopen langs de natuurlijke oever van de Oostermare, lezen we, een oude veenstroom, nu in gebruik als waterberging en broedgebied voor allerlei vogels. De roerdomp, de slobeend, de tureluur, de grutto.. ze komen hier allemaal voor. Wij herkennen de kluut en het visdiefje. Aan de overzijde van het water is een oeverzwaluwwand geplaatst waarvan het meer dan tachtig paartjes geen bal uitmaakt of dat van beton is of niet.
In Twisk verlaten we de voorgeschreven route en slaan rechts- in plaats van linksaf, omdat daar de auto nou eenmaal staat geparkeerd. Zo zien we dan weer wel een gedeelte van Twisk dat anders voor ons verborgen zou zijn gebleven. Het lintdorp ziet eruit als een openluchtmuseum. Links en rechts van de klinkerweg staan lange rijen goed onderhouden en rijkversierde stolpboerderijen en rijksmonumenten in de middagzon te glimmen. Het zal geen straf zijn hier de volgende etappe in omgekeerde richting weer te beginnen.

P1050651

We sluiten de dag af zoals we hem begonnen, met een zoektocht naar koffie. Een enorme uitspanning die met grote parasols en protserige witte beelden nogal de aandacht op zich vestigt blijkt niettemin gesloten en zo eindigen we ook in Twisk bij de buren: een uit de kringloop ingerichte koffiehoek die onwillig deel uitmaakt van een dorpse winkel van sinkel annex bouwmachineverhuur die tevens dienst doet als postagentschap en waar een nurkse meneer die alles al een keer gezien heeft en zich nergens meer over verbaast de scepter zwaait. Zonder zich te haasten verdeelt hij zijn karige aandacht over ons en de talrijke klanten die zich in zijn winkel aandienen. Bij de balie staat een molen met kromgetrokken ansichtkaarten uit de begintijd van de fotografie, met straatbeelden van het Twisk van toen. Het hondje van de zaak loopt zich regelmatig vast tussen de stoelpoten rond onze voeten, aan zijn touw van dertig meter waarmee hij ook het terras bestrijkt, in de hoop dat er een stukje appeltaart zal vallen. Warme appeltaart, dat dan weer wel.

Bekijk eventueel ook de fotoalbums bij deze wandeling.

I’m just waiting on a friend

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

im-just-waiting-on-a-friend-nieuwe-niedorp.jpg

In deze fotorubriek verzamelen wij voorbeelden van onze veelbesproken vaderlandse culturele identiteit. Wat ís onze vaderlandse culturele identiteit? Waar zit ‘m dat in? Hoe ziet dat eruit? Waar vinden we die? Wij treffen hem aan tijdens onze wandelingen. In tuinen en op erven. Langs oprijlanen en op gazons. In perken en borders. Op stoepjes en terrassen. Of op een steigertje, zoals deze sculptuur in Nieuwe Niedorp.

Bekijk eventueel de hele verzameling tot nog toe in het archief.

Gekkigheid in Aartswoud

Een wandellimerick

P1050558

Voor iedere stad en ieder dorp waar we doorheen wandelen, hadden wij ooit bedacht, bedenken we onderweg, lopenderheen, een limerick. Een wandellimerick, zoals we het genre hebben genoemd. Een aanleiding laat zich altijd wel vinden. Dat kan van alles zijn. Een uitzicht, een dorpsgezicht of een inzicht. Een ontmoeting, een straatnaam of een beeld. Het kan zelfs iets zijn dat er niet is, zoals in Aartswoud. Volgens ons routeboekje zouden we daar een tuin vol follies in Italiaanse stijl tegenkomen. Follies, voor wie het eventueel niet weet, zijn kleine gebouwtjes zonder andere functie dan er te zijn. Louter voor het plezier gemaakt. Gekkigheid onder architectuur. Of zonder architectuur, want dat kan net zo goed. Enfin, het is niet dat we ons speciaal op de Italiaanse follies hadden verheugd, dat we ze gemist hebben is toch ook weer jammer.

Gekkigheid in Aartswoud
een wandellimerick
Er waren ons follies beloofd in Aartswoud,
maar we keken niet goed, of iets anders ging fout..
geen follie gezien,
dus voor ons zijn misschien
die follies voor noppes gebouwd.

Lees alle wandellimericks vanaf Stavoren nog eens terug in het archief.

Ain’t nobody here but us chicken

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

Ain't nobody here but us chicken Nieuwe Niedorp

In deze fotorubriek verzamelen wij voorbeelden van onze immer spraakmakende vaderlandse culturele identiteit, opdat wij niet vergeten. We vinden ze in tuinen en op stoepjes. Langs tuinpad en oprijlaan. Op gazon en terras. In border en perk. Het hier afgebeelde tafereel trof ons aan de rand van Nieuwe Niedorp.
De complete verzameling valt te bewonderen in het archief.

Missing

Geen Kunst

P1050537

Je komt het tegen, op je pad. Ook op het Groot Frieslandpad. Het ís geen kunst, maar zou het net zo goed wel kunnen zijn. Ligt er maar aan hoe je het bekijkt. En of je het wilt zien. Maar waarom zou je het niet willen zien, want als je het goed bekijkt wordt de hele wereld één grote beeldentuin. En gratis toegankelijk. Wij noemen het genre Geen Kunst. Bovenstaand wandreliëf troffen wij aan op onze weg van Nieuwe Niedorp naar Aartswoud.
Bekijkt u eventueel de nimmer complete, immer uitdijende catalogus.

Another fine mess

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

Another fine mess Nieuwe Niedorp

In deze fotorubriek verzamelen wij voorbeelden van onze veelbezongen vaderlandse culturele identiteit zoals wij die aantreffen tijdens onze wandeling langs het Groot Frieslandpad. In borders en perken, langs tuinpad en oprijlaan, op terras en gazon. Dit voorbeeld kwamen wij tegen in Nieuwe Niedorp.

Oversteken in Nieuwe Niedorp

Een wandellimerick

De gewoonte, de traditie zo u wilt, ontstond tijdens de wandeling langs het Nederlands Kustpad. Vanaf Stavoren om precies te zijn maakten wij lopendervort een limerick over ieder plaatsje waar wij door liepen. Een wandellimerick, zoals we het genre zijn gaan noemen. We hebben er al heel wat op onze naam staan, leest u de archieven er maar eens op na. En omdat we er zelf veel plezier aan beleven hebben we het gebruik, nu het Kustpad voltooid is, meegenomen naar het Groot Frieslandpad. Wie al een tijdje meeleest weet het inmiddels: alles kan de aanleiding zijn voor een wandellimerick. Ook daar kunt u de archieven op nalezen.

P1050506

In Nieuwe Niedorp valt het ons op dat de huizen, gelijk kastelen, achter een gracht liggen. Niet alle huizen, alleen die ten noordwesten van de Dorpsstraat, want daar ligt de gracht. Of de vaart, daar willen we vanaf zijn. Misschien ligt die daar nog uit de tijd dat het goederenvervoer over het water ging, dat zou zomaar kunnen. Het zijn grote, mooie en soms rijkversierde huizen en lijken ook in die zin op kastelen. En ieder huis heeft zijn eigen brug. Vroeger zullen dat dan allicht kippenbruggetjes geweest zijn want de brede, autovriendelijke bruggen die er nu liggen, daar kan zelfs de platste boot nog niet onderdoor, maar misschien is deze hele historische duiding wel onzin.. Hoe het ook zij, chic is het wel, een huis met een brug over het water. Je eigen slotgracht.

Oversteken in Nieuwe Niedorp
een wandellimerick
In Nieuwe Niedorp hebben de huizen een brug
voor over het water naar de straat, en weer terug.
Je kunt over die sloot
natuurlijk ook met de boot,
maar dat gaat een stuk minder vlug.

Nieuwe Niedorp :: Twisk

Fotoalbum

P1050606

Vrijdag 21 juni 2019 liepen wij onze vierde etappe van het Groot Frieslandpad, van Nieuwe Niedorp naar Twisk, met behalve weidse uitzichten en uitstekend wandelweer ook een aantal bijzondere ontmoetingen.
Bekijk eventueel vast het fotoalbum. En omdat we met z’n tweeën wandelen ook het tweede fotoalbum.

Wij misten de vis in Dirkshorn

Kunst onderweg

close

Langs het haventje verlieten wij Dirkshorn, richting Oudkarspel, en keken nog één keer om. Heel even maar. Net lang genoeg om achter ons nog een glimp op te vangen van wat zelfs op deze afstand nog duidelijk een beeld was. Iets glimmends op een sokkel, het leek zo even snel op een vis. Kunst. Kunst onderweg. We waren er rakelings langs gelopen, een paar minuten geleden nog maar, en hadden het verdorie straal gemist. Te druk met andere zaken. Nu waren we er voorbij. En teruglopen was ook weer zo iets.. een hele etappe lag nog voor ons, en we hadden al zo gedraald bij de andere kunst onderweg in Dirkshorn. We besloten nu maar door te lopen en later nog eens terug te komen voor foto’s en nader onderzoek, zo ver was Dirkshorn niet van huis tenslotte.
Aldus geschiedde.
Niet meer dan een week later parkeerde ik de auto, op doorreis, aan de haven van Dirkshorn. Waar ik niets anders trof dan een lege sokkel. De bouten waarmee het beeld zo kort geleden nog maar bevestigd was geweest staken woest en ledig omhoog. De sokkel was uit de grond getrokken. Wat was hier aan de hand? Was hier sprake van een kunstroof? Was het beeld in moderne ongenade gevallen en verwijderd? Was het gevandaliseerd en nu in restauratie? Geen idee. In elk geval waren we opnieuw op een kunstmysterie gestuit. Leuk.

IMG_2152

Op internet vonden we wel foto’s van het beeld, dat er dus in elk geval had gestaan. Het was inderdaad een vis. Een doorkijkvis om precies te zijn, al hadden we daar nog nooit van gehoord. En de reden dat de vis nu was gezwommen, om het zo maar eens te zeggen, was misschien, zag ik nu, dat de straat en het parkeerterrein bij de haven, waar het beeld stond, opnieuw werden ingericht. We lazen ergens de suggestie van een inwoner van Dirkshorn om het beeld daarbij meteen een nieuwe plek te geven: op een sokkel ín het water, omdat het tenslotte een vis was. Een idee dat blijkbaar, als zovele ideeën van burgers en inwoners, niet werd overgenomen door de bevoegde instanties want enige weken later, bij een tweede inspectie, stond het beeld weer in volle glorie op zijn sokkel op de opnieuw bestraatte kade van de haven van Dirkshorn.

doorkijkvis

We staan oog in oog met een kloeke, blinkend zilveren vis waar je inderdaad ook doorheen kunt kijken, een doorkijkvis. Grappig is dat die doorzichtigheid juist bijdraagt aan de illusie van de glimmende, natte volheid van de vis. De lucht en de bomen die we erdoorheen zien worden lichte en donkere reflecties in het schubbenpatroon dat gevormd wordt door handenvol gebogen en aan elkaar gelaste stukjes staaldraad. De rugvin en de als vleugels uitstaande vinnen aan de zijkanten zijn van geperforeerd staalplaat. Aan weerszijden dient een rechthoekig stukje staalplaat, iets minder doorzichtig geperforeerd, als gezicht. Een er opgelaste ring is het oog.
De vis wordt ons gepresenteerd, aangeboden zo lijkt het, door een al even zilveren arm van geperforeerd plaatstaal, die hem uit het water optilt. Het zou, voor de religieuzen, een goddelijke arm kunnen zijn, die de mens genadiglijk van voedsel voorziet. Het zou, voor de atheïsten, de zee zelf kunnen zijn, die ons haar rijkdom aanbiedt.
Lezend op internet lijken we er niet ver naast te zitten met deze invulling. De vis verbeeldt de herinnering aan de visrijke wateren die vóór de verschillende inpolderingen en de ruilverkaveling in het achterland van Dirkshorn te vinden waren. Het is niet goed meer voor te stellen, staande op de splinternieuw bestraatte parkeerplaats met uitzicht op het doodstille water van de Veersloot, maar de plek waar het beeld nu staat zou in vroeger tijden een prima plek geweest zijn om op haring te vissen. Zo ontstaat misschien de verleiding te denken dat de afgebeelde vis een haring zal zijn, maar dat lijkt ons niet het geval. Een haring ziet er anders uit. Dit is een fantasievis, een kunstvis. Een doorkijkvis.

harold bergfeld op regio tv

Harold Bergfeld in een filmpje van de regionale televisiezender van Heemskerk.

Het beeld, onthuld in 2002, werd gemaakt door Harold Bergfeld, beeldend kunstenaar te Heemskerk. Harold Bergfeld werd in 1938 geboren te Paramaribo, andere bronnen spreken van 1941, en studeerde aan de Rietveld Academie. Hoewel hij ook met hout, purschuim, spijkerstof en een veelheid aan andere materialen werkt, is metaal zijn favoriet. Bergfeld houdt van lassen. Met hooguit een schets of een idee in grote lijnen als uitgangspunt gaat hij aan het werk. Al knippend, zagend en uitproberend, solderend, lassend, opnieuw bekijkend en slijpend ontstaat en groeit het werk onder zijn handen. Aanvankelijk werden dat veelal abstracte beelden, door de jaren heen is dat inmiddels meer gestileerd figuratief geworden. Zoals bijvoorbeeld de vis. Ook op andere plaatsen zijn beelden van Harold Bergfeld in de openbare ruimte te vinden. In zijn woonplaats Heemskerk, bijvoorbeeld, staat ‘Planeet aarde, schuivende platen’, en in Oudeschild op Texel ‘Zeilend schild’. Zijn website is onder constructie, op instagram is wel meer werk te zien.

image_4582_1

Zeilend schild, een beeld van Harold Bergfeld in de haven van Oudeschild op Texel.

Have a seat

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

have a seat oudkarspel

In deze fotorubriek verzamelen wij voorbeelden van onze immer veelbesproken en felgekoesterde vaderlandse culturele identiteit. Wat is dat eigenlijk, onze vaderlandse culturele identiteit? Hoe ziet-ie eruit? Waar zit ‘t ‘m in? Wij treffen hem aan langs oprijlanen en tuinpaden aan het Groot Frieslandpad. Op terrassen en in borders. In perken en op gazons. Of in de overtuin van de woonboot, zoals hier even buiten Oudkarspel.

Voor hen die vielen

Kunst onderweg

Naast het oude raadhuis in Dirkshorn, in een van leibomen omhaagd perkje, staat een beeld dat niet heel moeilijk te duiden valt. Twee verfomfaaide, gehavende propellerbladen van brons steken de lucht in, van een rudimentair, grijs geverfd motorblok op een uit kinderhoofdjes gemetselde sokkel. Van achteren gezien, zeker niet het minste gezichtspunt, oogt het ook wat als een metalen fantasievogel uit de CoBrA-koker maar als het dat was geweest was de achterkant waarschijnlijk de voorkant geworden. Nee, vermoedelijk is de positie aviotomisch correct en hebben we hier met een oorlogsmonument te maken.

vliegersmonument

Voor hen die vielen, 1940 1945, staat er inderdaad ook op de sokkel te lezen. Een plaquette aan de zijkant verklaart nader dat het gaat om een overblijfsel van een Britse Wellington bommenwerper die in de nacht van 2 op 3 juli 1942, tijdens een missie om de Duitse radiocommunicatie te onderzoeken, boven de nabijgelegen Woudmeerpolder werd neergehaald door een Messerschmidt. Vijf van de zeven bemanningsleden, jonge mannen variërend in leeftijd van 20 tot 32 jaar, kwamen bij die crash om het leven. Twee van de omgekomen bemanningsleden konden pas in 1983, na een bergingsoperatie waarbij het wrak met hun lichamen van diep uit de grond moest worden gehaald, eervol bij hun collega’s begraven worden op de oorlogsbegraafplaats in Bergen.
Van één van de propellers van het vliegtuigwrak werd door Marinus Schiffer, beeldhouwer te Oudkarspel, een monument gemaakt ter nagedachtenis van de slachtoffers van de tweede wereldoorlog in het algemeen en de omgekomen bemanningsleden in het bijzonder. 4 mei 1983 werd dit onthuld.
In 2006 bleek dat de originele propellerbladen, die immers meer dan zestig jaar oud waren én het nodige hadden meegemaakt, inmiddels bijna waren vergaan. Om het monument te behouden heeft Schiffer het toen gerenoveerd, waarbij het tandwielblok van een coating is voorzien en de gehavende rotorbladen vervangen werden door uit brons gegoten kopieën. Juist op tijd voor de dodenherdenking van 2007 kon het beeld worden teruggeplaatst. Volgens de kunstenaar gaat het nu zeker weer vijftig jaar mee. Opdat wij niet vergeten.

marinus schiffer

Beeldhouwer Marinus Schiffer bij de installatie van het door hem in 1983 vervaardigde en in 2007 gerenoveerde vliegersmonument in Dirkshorn.

Over de beeldhouwer Marinus Schiffer is weinig anders te vinden dan dat hij in 1939 werd geboren in Amsterdam, na zijn diensttijd 25 jaar in Brabant heeft gewoond maar terugkeerde naar Amsterdam om tot aan zijn pensionering les te geven op een kunstacademie en daarna de rust op te zoeken in de Kop van Noord Holland, met een voorliefde voor Callantsoog. Andere beelden dan het monument in Dirkshorn blijven verborgen in de analoge wereld.

Een begrip in Oudkarspel

Een wandellimerick

In Oudkarspel strijken wij neer op het uitgestrekt terras van café de Knip. Het is even zonovergoten als verlaten, hoewel de middag in aantocht is.
Waar het bij grootsteedse horeca nog wel eens gebruikelijk is dat je de eerste drie kwartier niet wordt opgemerkt, door het überhippe personeel, staat er bij café de Knip meteen een vriendelijke dame aan ons tafeltje die onze bestelling opneemt.

P1040201

En nu wij zo prinsheerlijk in het zonnetje zitten, zo lijkt het, komt er een gestage stroom bezoekers op gang. Opvallend veel mannen in werkkleding die in groepjes van twee of drie langs ons naar binnen drentelen.
Die zijn in de buurt aan het werk, zo hier en daar, en komen tussen de middag een uitsmijtertje eten, vertelt de meneer die ons de koffie brengt en wel even tijd heeft voor een praatje. Dat gaat elke dag zo. Sowieso mag hij niet klagen, de zaken lopen goed sinds hij de boel heeft uitgebreid en opgeknapt. Toeristen, families, eters, feestjes en partijen. En één keer per week is het biefstukdag en dan is de tent dus gegarandeerd elke keer uitverkocht. Nee, hij mag niet klagen, herhaalt hij nog maar eens en gaat dan weer naar binnen, om de uitsmijters op te dienen waarschijnlijk.
Aan de gevel hangt een bord met de boodschap: Café de Knip, voor ieder een begrip. En dat is dus geen opschepperij, begrijpen wij.

Een begrip in Oudkarspel
een wandellimerick
In Oudkarspel is café de Knip
voor ieder die er woont een begrip.
De uitsmijter is enorm,
het loopt er dan ook storm,
en ook voor ons staat de Knip voortaan op één, met stip.

Himself

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

de heer die ons tot hier geholpen heeft oudkarspel (6)

In deze fotorubriek verzamelen wij voorbeelden van onze vaderlandse culturele identiteit zoals we die aantreffen aan oprijlanen en tuinpaden langs onze route, momenteel het Groot Frieslandpad. Tot hier heeft de Heer ons geholpen, zo noemen wij de rubriek. Bij dit beeld in een tuin in Oudkarspel twijfelden wij aanvankelijk even. Was dit immers niet de Heer Himself? Zou dit niet oneerbiedig worden? En stond dit wel in een tuin? Stonden we hier misschien bij een klooster? Was het geen officieel beeld? Was het niet meer iets voor onze rubriek Kunst onderweg? Uiteindelijk besloten we dat de Heer ons hier heen zendt met de zegen, om onze goede werken onder Zijn naam te blijven doen.

De man in de struiken

Kunst onderweg

Heel groot is het niet, Eenigenburg. Het past op een handvol terpen, waarvan er ook nog één geheel voor de bescheiden kerk is gereserveerd. Honderdzeventig inwoners heeft het, circa, we hebben het even voor u nagezocht. En dan wordt het buurtschap Surmerhuizen, dat er vroeger eigenlijk niet bij hoorde, ook meegeteld.

P1030575

Maar zo klein als het is, heeft het wel een eigen museum. En waarom niet, want ook kleine plaatsjes hebben een eigen geschiedenis, die deel uitmaakt van het grote geheel.
Zo gaat het museum Eenigenburg bijvoorbeeld terug naar de tijd van graaf Floris V, die hier in de 13e eeuw vlak om de hoek zijn dwangburcht bouwde. Klassieke vaderlandsche geschiedenis.
En wordt het verhaal verteld van de familie Eenigenburg, die in 1849 de bootreis naar Amerika ondernam, onder erbarmelijke omstandigheden en met zware offers onderweg. Op zoek naar ruimte voor hun steile religieuze opvattingen in het land van de onbegrensde mogelijkheden. Waar ze, blijkens een expositie in het museum, nog een bescheiden rol hebben gespeeld in de burgeroorlog rond de afschaffing van de slavernij. Wereldgeschiedenis. En een duidelijke link met een aantal actuele hete hangijzers.

IMG_2529De man in de struiken. Het is niet wat het lijkt.

Onderdeel van het museum is ook een klein daglonershuisje, uit 1877, nostalgisch ingericht als in vroeger tijden. Achter dit huisje nu, treffen wij een niet heel groot beeld tussen de hortensia’s, en daar willen we hier naar toe. Het is een vrij eenvoudig grijs stenen beeld van een wat oudere, enigszins boerse man met een jas aan, een sjaal om en een alpinopet op het hoofd. Doordat het beeld tot buikhoogte in de struiken verdwijnt, en door de houding die het aanneemt – met één arm richting de door struiken aan het oog onttrokken gulp – lijkt het er sterk op dat de uitgebeelde man hier zijn hoge nood staat te lenigen. Het klinkt oneerbiedig, maar zo is het wel. Zelfs zijn gezicht lijkt een zekere tevreden opluchting uit te drukken.
Nog oneerbiediger wordt het wanneer wij hier en nu, zij het met schroom, bekennen dit beeld in eerste instantie bij onze ironische fotorubriek Tot hier heeft de Heer ons geholpen te hebben ingedeeld. Misschien vooral vanwege genoemde associatie, zullen we maar zeggen. Bij het zoeken naar informatie over een ander beeld blijkt onze man uit Eenigenburg echter voor te komen op een lijst met kunst in de openbare ruimte van de gemeente Schagen, waar Eenigenburg toe behoort. Maker onbekend, geen verdere informatie.

albert v dalsum close
Albert van Dalsum (1889 – 1971), vermaard acteur die zich in Eenigenburg vestigde.

Ook ons eigen speurwerk levert weinig op. Aanvankelijk denken we misschien te maken te hebben met de beeltenis van Albert van Dalsum, vermaard toneelspeler uit het prille begin van de twintigste eeuw, die zich rond 1963 uit het stadse culturele leven terugtrok, zich permanent in Eenigenburg vestigde om daar de rest van zijn leven in alle rust te schilderen, er op 82-jarige leeftijd overleed en bij het kerkje begraven werd.
Zelfs werd hij geëerd met een borstbeeld.
Zelfs blijkt hij korte tijd in het daglonershuisje te hebben gewoond.
Het verband is er dus wel en we zien zelfs enige gelijkenis, al is het beeld dan ook weer zo eenvoudig dat daar weinig voor nodig is. En ons beeld is geen borstbeeld, als je de struiken opzij houdt. Het bedoelde borstbeeld, ontdekken we dan, staat in de ontvangsthal van het belendende dierenpark Van Blanckendaell en de man in de struiken in de tuin bij het daglonershuisje moet iemand anders zijn.

2x klaasKlaas van Schoneveld, het historisch geweten van Eenigenburg.

Op YouTube vinden we dan een filmpje ter promotie van het museum en op een A4tje dat daarin heel even door het beeld scheert herkennen we onze mysterieuze man. We zetten het beeld stil, zoomen in op het A4tje, ontcijferen met enige moeite de pixels en leren zo dat het gaat om Klaas van Schoneveld. Op internet ook bekend als Willem Klaas van Schoneveld en plaatselijk bekend als het historisch geweten van Eenigenburg. Als amateurhistoricus en dito archeoloog heeft Van Schoneveld, zo lezen wij, zich immer verdiept in de geschiedenis van dit dorp en haar ommelanden. Van zijn hand verscheen het boekje Een kijkje in de geschiedenis van Eenigenburg, en in het museum zijn tal van voorwerpen uit zijn archeologische verzameling te zien. Ook maakte hij studie van de lotgevallen van de geëmigreerde familie Van Eenigenburg en kwam op die manier in contact met de vele nazaten daarvan in Amerika. Er ontstond een band die zo goed was dat hij zelfs werd uitgenodigd voor een familiereünie in Chicago. Een reis met tragische afloop want tijdens dat feest werd hij getroffen door een hartstilstand en overleed. In het harnas, zou je kunnen zeggen, dat dan weer wel. Van Schoneveld was bovendien de laatste bewoner van het daglonershuisje. Ter zijner nagedachtenis wordt het opgeknapt tot een onderdeel van het museum. In 2002 wordt bij de oplevering zijn standbeeld onthuld.

boris hallie
Boris Hallie, beeldend kunstenaar te Amsterdam.

Om achter de maker ervan te komen, ten slotte, nemen wij contact op met het museum en als daarop geen reactie komt, besluiten we het dan maar eens te bezoeken. We worden hartelijk ontvangen door een enthousiaste meneer die ons van alles wil vertellen, maar dat er een beeld in de tuin staat, moet hij bekennen, is nieuw voor hem. Wij tronen hem mee naar buiten en tonen hem onze vondst, met uiteraard misplaatste maar onmiskenbare trots. Wij vertellen hem wat wij inmiddels van het beeld te weten zijn gekomen, maar er gaat de meneer geen lichtje op. Later belt hij ons met het bericht dat hij navraag heeft gedaan bij ‘hen die het weten kunnen’, maar dat er niets concreters boven water is gekomen dan dat het gaat om een plaatselijk kunstenaar, die het dorp inmiddels heeft verruild voor de grote stad en waarvan de naam iets met alie of ally zou kunnen zijn. Karige informatie op basis waarvan wij weer terug op internet tenslotte toch nog stuiten op een Boris Hallie, kunstenaar te Amsterdam. En inderdaad afkomstig uit Eenigenburg. Die vooralsnog geen andere digitale sporen achterliet dan zijn in 2016 voor het laatst bijgewerkte pagina’s op facebook en linkedin. Zodat wij dan maar vinden dat we het hier verder wel bij kunnen laten. Want misschien weten we zo wel genoeg.

You’re never gonna get it (Not this time)

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

you never gonna get it oudkarspel (2)

In deze fotorubriek verzamelen wij voorbeelden van ons immer veelbesproken en felverdedigde vaderlandse culturele identiteit, zoals we die aantreffen langs tuinpad en oprijlaan. Op terras en gazon. Zoals hier in Oudkarspel.

De omstanders

GeenKunst

GK Verlaat De omstanders

Je komt het tegen, op je pad. Langs je weg. Ook langs het Groot Frieslandpad. Het ís geen kunst, maar met een beetje fantasie zou het dat voor hetzelfde geld wél kunnen zijn. Het is maar net hoe je er naar kijkt. En of je het wilt zien. GeenKunst, noemen wij deze discipline. Deze installatie troffen wij langs het Kanaal Alkmaar Kolhorn, bij Waarland.
Bekijk rustig de nimmer complete catalogus van de immer groter wordende collectie.

Dankbaar Amersfoort

Kunst onderweg

Aan de gevel van het oude raadhuis in Dirkshorn, naast de voordeur, linksom of rechtsom bereikbaar met twee deftige trappetjes aan een bordes, ontwaren we een gevelsteen. Het is niet de plaquette waarop in zakelijk grijs vermeld staat dat de eerste steen in 1870 gelegd werd door Cornelis Francis, burgemeester van Haringcarspel, waar Dirkshorn deel van uitmaakte in die dagen. De gevelsteen die we bedoelen zit daarboven in de muur gemetseld. Een bescheiden reliëf met de oranje-bruine kleur van terracotta.

p1040117.jpg

Afgebeeld is de Koppelpoort van Amersfoort. Vreemd, zo ver van huis, zou je zeggen. Linksboven en rechtsonder zien we de wapens van Amersfoort, een vrij eenvoudig kruis, en van Harenkarspel, zoals Haringcarspel tegenwoordig heet, tweemaal een jachthoorn en tweemaal drie haringen. Een stedenband, kun je denken. De tekst brengt ons op het juiste spoor. Evacuatie mei 1940, dankbaar Amersfoort, staat er te lezen. Met de regelen der typografie wordt niet erg krampachtig omgesprongen. De ene A is de andere niet en hoofd- en kleine letters worden vrij willekeurig door elkaar gebruikt. De twee o’s van Amersfoort zijn op speelse wijze samengevoegd tot een wat mager uitgevallen op zijn kant liggende acht, het wiskundig symbool voor oneindigheid. Het zou kunnen dat hiermee de omvang van de Amersfoortse dankbaarheid onderstreept wordt, maar het lijkt er ook een beetje op dat de maker van het reliëf al doende tot de ontdekking kwam dat Amersfoort er niet meer op ging passen zoals hij dat bedacht had. Dat hij om ruimte te besparen de twee o’s maar aan elkaar heeft geplakt. Een noodoplossing. Dan zo maar. Geen zin om helemaal opnieuw te beginnen.

P1020431

Een uit Amersfoort geëvacueerde familie die tijdelijk in Nieuwe Niedorp werd ondergebracht.

Toen in mei 1940 ook voor ons land de oorlog begon, moest Amersfoort en omgeving worden geëvacueerd in verband met een eventuele inundatie. Om oprukkend Duitsland te stoppen zou de waterlinie worden ingezet, waarbij een groot gebied onder water zou komen te staan. Ruim 43.000 inwoners werden die dagen in allerijl met treinen en bussen naar elders in het land vervoerd, waar ze bij particulieren werden ondergebracht en opgevangen. Zo’n 4.000 van hen kwamen terecht in Warmenhuizen en Dirkshorn, waarmee de bevolking van deze dorpen tijdelijk met zo’n 80% groeide. Zeer tijdelijk, want van onder water zetten is het niet gekomen. Voor die tijd al werd er gecapituleerd en de evacuées konden na een paar dagen weer terug naar huis. In de hoop dat dat er nog stond, want gevochten en geschoten en gebombardeerd was er wel.
Uit dankbaarheid voor de ondervonden gastvrijheid en naastenliefde bood de bevolking van Amersfoort in 1941 een terracotta gevelsteen aan. Aan Warmenhuizen, waar er ook één is ingemetseld in het raadhuis, en aan Dirkshorn dus. Op internet is in de Amersfoortsche Courant van 15 augustus 1941 een verslag van deze gebeurtenis te lezen:
‘Een uit twaalf personen bestaande deputatie kwam naar deze plaatsjes om een gevelsteen aan te bieden [..] als blijvend blijk van dankbaarheid.’
En:
Des middags ging het gezelschap op primitieve maar toch handige manier naar Dirkshorn waar in den voorgevel van het raadhuis een gelijke steen was aangebracht die door mevrouw Vos werd onthuld en waar ook de noodige hartelijke woorden werden gesproken.’
De gemeente Schagen, waar Dirkshorn tegenwoordig deel van uitmaakt, hanteert een lijst van openbare kunstwerken binnen haar grenzen. Deze gevelsteen staat daar ook op vermeld, met als maker: onbekend. Dat laatste is een beetje suf want het reliëf is keurig en goed leesbaar gesigneerd door ene W. Stuurman. Welke in de Amersfoortsche Courant ook genoemd wordt als ‘den Amersfoortschen ceramist W. Stuurman.’

willem stuurman 1940

Den Amersfoortschen ceramist W. Stuurman aan het werk in 1940.

Willem Stuurman (1908 – 1995) kwam in 1927 van de kunstnijverheidsschool in Amsterdam en heeft tot 1994 gewerkt als keramist. Aanvankelijk als ontwerper bij een reeks verschillende plateel- en kunstaardewerkfabrieken, later als zelfstandig kunstenaar in een eigen atelier. In de dertiger jaren ontwierp hij als artistiek leider bij Zenith in Gouda onder meer het bekende mat zwarte Art Deco keramiek dat de crisisjaren ten spijt een commercieel succes zou worden. Ook nu wordt er op Marktplaats nog behoorlijk in gehandeld. Met een korte onderbreking woonde Stuurman vanaf 1940 tot zijn dood in Amersfoort. Dankbaar Amersfoort.

stuurman art deco

Een voorbeeld van het matzwarte Art Deco keramiek zoals dat door Willem Stuurman werd ontworpen.

The Lion King

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

the lion king oudkarspel uitsnede

In deze fotorubriek verzamelen wij voorbeelden van onze immer veelbezongen vaderlandse culturele identiteit, zoals we die aantreffen langs onze route. Langs oprijlanen en tuinpaden. Op gazons en terrassen. In perken en borders. Of, zoals hier in Oudkarspel, op het dak.

Eén dag te vroeg in Dirkshorn

Een wandellimerick

In Dirkshorn, ons startpunt voor vandaag, parkeren wij de auto en maken ons op voor vertrek. We trekken onze wandelschoenen aan, aarzelen of we het meegenomen vest nog wel aan zullen doen, gorden de rugzak om, ontgrendelen de camera, checken nog een keer of er appjes zijn en nemen het routeboekje erbij.
We zijn niet de enigen die zo in de weer zijn, op het parkeerterreintje bij de kerk. Twee auto’s verderop heeft een dame het er ook maar druk mee. Het is een dame uit de categorie ‘keurig artistiek’. Halflang grijsblond kapsel, rode bril en dito lippenstift. Veel vrije tijd die in aquarellen wordt omgezet. Aquarellen van bloemen.
Uit haar bagageruimte komen inderdaad een aantal forse lijsten. Ze passen niet onder haar arm en het bubbeltjesplastic, waarmee de lijsten nogal losjes zijn ingepakt, werkt ook niet echt mee. Het wil niet erg blijven zitten. Hier en daar dreigt daardoor de ingelijste afbeelding aan het zicht te worden prijsgegeven. Uit de gebaren waarmee de dame het plastic tot de orde roept maken wij op dat dat niet de bedoeling is.
Het is jammer, roept de dame ons toe, dat wij onze wandeltocht juist vandaag en niet morgen pas hebben gepland. Wij begrijpen het niet onmiddellijk, juist vandaag is het uitstekend wandelweer. Want morgen, vervolgt de dame, opent pas haar expositie, in de kerk. Ze trekt nog maar eens aan het bubbeltjesplastic. Dus vandaag zijn wij een dag te vroeg, besluit ze, en sjouwt haar kunst naar de kerk, de kerk van Dirkshorn.

dirkshorn limerick 2

Eén dag te vroeg in Dirkshorn
een wandellimerick
Wij aanschouwden in Dirkshorn het moeizaam gezwoeg
van een artistiek dame, die haar werk de kerk in droeg.
Zij hield haar kunst verborgen,
zei: “de expositie is pas morgen!”
Wij waren in Dirkshorn dus jammer genoeg net één dag te vroeg..

Think about what might have been

GeenKunst

Je komt het tegen, ook langs het Groot Frieslandpad. Het ís geen kunst, het is niet bedoeld als kunst, maar als je er met andere ogen en een beetje fantasie naar kijkt, zou het eigenlijk best wél kunst kunnen zijn. Geen Kunst, noemen we het genre. Bijgevoegd beeld troffen wij aan even buiten Eenigenburg.

think about what might have been eenigenburg

Bekijk rustig de nimmer complete catalogus van de immer groter wordende collectie.

De torenspits van Eenigenburg

Een wandellimerick

P1030580

In Eenigenburg staat een schattig kerkje, op één van de terpen waar het dorp in het verre verleden oorspronkelijk op gebouwd werd. Van het routeboekje hoeven we er niet naar toe, het kerkje ligt aan een doodlopende weg bovendien, maar we doen het toch. Altijd leuk, een kerkje. Een lange oprijlaan leidt ons erheen.
Van eerdere wandelingen herinneren wij ons deze oprijlaan omzoomd van oude en indrukwekkend hoge bomen, maar daarvan is door de boven ons geplaatsten blijkbaar besloten dat ze wel weg konden. Er zal vast een mooi verhaal bij horen over een geheimzinnige boomziekte, gevaar voor vallende takken en omwaaiende bomen, stormschade en veiligheidssituaties. Wij weten het niet en we mogen er dus niks over zeggen, maar zonde vinden we het wel. We staan er bovendien enigszins argwanend tegenover. Er verdwijnen de laatste tijd wel erg veel lange rijen bomen, zo hier en daar. Boze tongen beweren dat al dat hout goed geld oplevert als biomassa, voor het opwekken van groene energie, die daarmee wat ons betreft niet zo groen meer zou zijn. Maar goed. De bomen zijn weg, en daar doet niemand meer wat aan. De boompjes die ervoor in de plaats zijn gezet zijn nog zo armetierig dat het geen naam mag hebben.

P1030593

Het kerkje staat er nog wel, gelukkig. In de tuin staat zelfs een splinternieuwe picknicktafel, de zon schijnt.. we nemen het er van. En dat is ook precies de bedoeling, lezen we op een bordje, want het kerkje is uitgeroepen tot één van de geluksplekken van de gemeente Schagen, waartoe ook Eenigenburg behoort. Een geluksplek, zo lezen wij, is een plek die kan bijdragen aan je geluk. Kijk aan. Een plek waar je een fijn gevoel krijgt, of geïnspireerd raakt van mooie ideeën. Een plek die een bijzonder verhaal te vertellen heeft. Dan zit je altijd goed, bij een oud kerkje, denken wij. Al blijft het ook in dit kader jammer van de bomen.
Het kerkje is gebouwd in 1792, staat op een ander bordje. De terp waar het op staat is van de 14e eeuw en is mogelijk gedeeltelijk afgegraven, het is het lot van meer terpen. Het kerkje is de vervanger van een grotere kerk, die wegens ouderdom werd gesloopt. Het is opgemetseld uit baksteen, de eerste werd gelegd door de 2 ½ jaar oude Dirk Pronk die ruim 65 jaar later, in 1858, ook de eerste steen zou leggen voor een iets verderop gelegen riante woning. Een onderwijzerswoning misschien, of het optrekje van de dominee. De toren is afgetimmerd met houten planken, strak in de groene lak. Rode vensters om ruimte te geven aan het klokgelui. De zeskantige spits is bedekt met leisteen en afgetopt met een kruis waarop, als allerhoogste punt, een gouden weerhaan.

P1030589

Zo zittend in de zon en ons geluk verbeidend bestuderen wij één en ander op ons gemak. Na verloop van tijd valt ons oog dan op twee rijtjes haken die langs de toren en de spits naar boven gaan. Het is het soort haken dat je wel eens op daken ziet om een pak sneeuw op z’n plaats te houden, ter voorkoming van daklawines, maar dat zal hier de bedoeling niet zijn. We filosoferen er wat over en komen uiteindelijk tot de slotsom dat de haken als ladder dienen. Een ladder om mee naar boven te klimmen. Naar boven, naar het allerhoogste.

De torenspits van Eenigenburg
een wandellimerick
In Eenigenburg staat hoog op de terp de kerk,
het kruis op de torenspits raakt aan het zwerk.
Langs spits en toren
steken haken naar voren..
daarmee klimt men naar Boven, voor het Betere Werk.

Het vriendelijk uitbottend landschap

Derde etappe, van Dirkshorn naar Nieuwe Niedorp, gelopen op vrijdag 29 maart 2019

In Dirkshorn raak ik, nog vóór we goed en wel vertrokken zijn, mijn wandelgenoot kwijt. Voor een foto van het kleitablet naast de deur was ik het trappetje van het oude raadhuis opgeklommen en na gedane zaken weer op de begane grond bleek zij mij spoorloos. De over een boekje gebogen gestalte waarvan ik bij tegenlicht met een half oog veronderstelde dat zij het was, die zich daar op de route oriënteerde, bleek de helft van een duo Jehova’s Getuigen te zijn. Jehova’s Getuigen zijn altijd met z’n tweeën, om één of andere reden. Het kan niet anders of er is per regio altijd een even aantal Jehova’s Getuigen. In elk geval, zij stonden zich op iets heel anders te oriënteren, namelijk de bekering van Dirkshorn, maar waren, na mijn wat verwarde uitleg, niet te beroerd met mij in het rond te kijken. En inderdaad, daar stond mijn wandelgenoot één en ander met stijgende verbazing te bezien.

P1040116

Langs het haventje verlaten wij Dirkshorn, steken onderlangs de N245 over en bereiken via een sluis van robuust hekwerk de grasdijk langs het meer. Het meer van Dirkshorn. Langs de ringvaart van de polder die vroeger het Woudmeer was lopen we verder. Een meneer met een Adidasbroek zit op een hekje, de zonnebril in de grijze krullen gestoken, het gezicht idolaat naar de zon gekeerd. Beter kan het haast niet, roept hij ons toe over het water. Wij beamen het grif, het is schitterend weer. De lente is amper een week oud of we lopen nu al zonder jas.

P1040160

Links, aan de overkant van de vaart, staat een gemaal. Industriële uitstraling. Robuust, maar ook met een oog voor schoonheid opgemetseld uit rode baksteen.
Rechts zien we een groot, knaloranje weiland liggen, een smet op het vriendelijk uitbottend landschap. Doodgespoten met glyfosaat, beter berucht als Roundup. Wij mopperen dat het een schande is en dat we beter zouden moeten weten. Dat er in Amerika al hoge schadevergoedingen aan kankerpatiënten worden toegekend, maar dat we dat hier natuurlijk allemaal overdreven Amerikaanse malligheid vinden. Dat we hier wel even democratisch zullen besluiten dat dat hele glycofaatverhaal een hoax van linkse gekkies is, net als de klimaatverandering, en dat je er hier dus heus geen kanker van krijgt. Fakenews, om onze hardwerkende boeren dwars te zitten. Ja, de recente politieke ontwikkelingen in ons mooie vaderland zitten ons nog behoorlijk hoog, deze heerlijke dag vlak na de verkiezingen. Maar wat doe je eraan?
De lucht weerspiegelt blauw in het water, de zon verandert het riet in goud, in de berm bloeien dotterbloem, klein hoefblad en narcis. Dat dan weer wel.

P1040226

De lange, monumentale dorpsstraat van Oudkarspel leidt ons tot bij de Allemanskerk. Die zo heet omdat hij, na in 1969 tijdens dakreparaties bijna volledig door brand te zijn verwoest, vanaf 1970 werd herbouwd met geld dat grotendeels door de bevolking van Oudkarspel bijeen werd gebracht. Met vereende krachten, zogezegd. Daarvóór had de kerk trouwens ook al het nodige meegemaakt. De oudste resten zijn nog van de 11e eeuw, toen de kerk nog Aldenkercha heette. De oorspronkelijke toren stamt uit de 12e eeuw. In de 14e eeuw werd daar dan weer een nieuwe kerk aan gebouwd, die in de 15e eeuw werd uitgebreid met een koor. Tweemaal werd de toren getroffen door de bliksem, tweemaal werd hij herbouwd. In 1868 werd de aanvankelijk sobere kerk uitbundig gepimpt tot een neogotisch exemplaar, waarbij de toren een spits kreeg. Bij de laatste herbouw is die spits weer weggelaten, op zeer uitdrukkelijk verzoek van de Rijksmonumentendienst, die de kerk terug wilde zien in de originele staat, zoals hij bekend was van oude afbeeldingen, zonder spits. Hoewel de toren die in 1621 door de bliksem werd verwoest toch ook een spits gehad schijnt te hebben. Ook een originele staat, zou je zeggen. Maar goed, daar waren misschien geen plaatjes van.
Dan gaat het richting Nieuwe Niedorp, over hier en daar door schapen begraasde grasdijken langs het kanaal Alkmaar Kolhorn, de Omval. We lopen langs akkers met frisse, jonge aanplant – we gokken op boerenkool, maar weten het niet zeker. Een sleedoorn in zeer uitbundige bloei. Kieviten buitelen door de lucht, zwanen zitten op hun nest, kraaien begeven zich op rooftocht. Hier en daar zien we een lege eierschaal liggen waarvan je rond deze tijd toch waarschijnlijk nog moet vermoeden dat de kraai met succes heeft toegeslagen.

P1040237

In een verder verlaten uitloper van het Waartje ligt een ongeregeld rijtje boten, in diverse staten van onderhoud en min of meer bewoond. Het doet aan als een verzamelplaats voor vrijbuiterige types die hier zo’n beetje hun gang kunnen gaan zonder dat de buren komen zeuren. We raken in gesprek met een man die aan die omschrijving voldoet. Hij vertelt over zijn herdershond, die gedurig enthousiast om ons heen dart en die hij telkens goedmoedig tot de orde roept. Hij was met de hond op politietraining gegaan, vertelt hij, maar dat had hij niet lang volgehouden. Hij had het zielig gevonden voor de hond, omdat die er altijd maar agressief moest zijn. Dat leek hem zo veel stress opleveren. Hij had zijn hond liever zoals hij nu was, vrolijk en speels. Werd hij waarschijnlijk nog ouder ook.

P1040337

We lopen verder door vlak groen land, grijze akkers die omgeploegd liggen te wachten op wat onvermijdelijk komen gaat: maïs of kool. Hier en daar een betonnen brug over het kanaal, in de verte lange rijen hoge bomen langs de weg. Vanuit hun weiland kijken twee alpaca’s ons dommig na. Oude poldermolens en moderne windmolens doorbreken eensgezind de einder. Ook die enorme, witte molens beginnen al zo’n vertrouwd beeld te vormen dat je ze eigenlijk ook wel gewoon weer mooi zou kunnen gaan vinden. Waarom niet? Die oude poldermolens werden in hun tijd ook verguisd als horizonvervuiling, wanstaltige bouwsels die, zodra het stoomgemaal zijn intrede deed, maar beter snel konden worden afgebroken. Nu zijn ze zo’n beetje het oerHollandsch symbool geworden van nostalgiegekkies die altijd maar bang zijn dat er eens iets zou veranderen.
Met de volgende brug steken we het kanaal over en dalen af naar Nieuwe Niedorp, waar de auto onder de kerktoren staat geparkeerd. Terwijl we de schoenen verwisselen en ons opmaken voor de thuisreis klinkt er saxofoonmuziek uit een raam. Het was een mooie dag.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum bij deze wandeling. En ook het tweede fotoalbum.

Van Dirkshorn naar Nieuwe Niedorp

Fotoalbum

P1040294

Op alweer een zomerse dag in het voorjaar liepen wij, zonder jas, met de bol in de zon, over grasdijken, langs ringvaart en kanaal, met dotterbloem en klein hoefblad in bloei, van Dirkshorn naar Nieuwe Niedorp. Bekijk, in afwachting van verdere berichten, alvast het fotoalbum bij deze wandeling. En omdat we met z’n tweeën wandelen, is er ook een tweede fotoalbum.

De Wandelende Gemeentereiniging

Plasticjutters

Het leek zo’n aardig en sympathiek idee, al wandelend plastic opruimen. Natuurlijk staan we nog steeds vierkant achter onze actie, maar waar ligt de grens van wat je wel en niet meeneemt of aan je rugzak vastbindt? Plastic jutten werd al snel uitgebreid met blik verzamelen en karton rapen: ‘de wandelende gemeentereiniging’.
Soms twijfelen we: ‘gaan we dit nou wel of niet meenemen?’ Laten liggen, voelt ook niet goed. Nee, het onbevangen wandelen lijdt er wel een beetje onder.
Eigenlijk is het te triest voor woorden, waar de natuur moedwillig mee wordt opgezadeld. Het etappetoppunt van onze rommelvondsten was de koelkast, die waarschijnlijk uit een boot gekieperd werd en die we aan de oever van het Kanaal Alkmaar – Kolhorn vonden. Die konden we niet meenemen.

De dwangburcht van Krabbendam

Een wandellimerick

We zouden het niet meteen zeggen, maar wanneer we bij Krabbendam de Westfriese Omringdijk verlaten, lopen we toe op een stukje Vaderlandsche Geschiedenis. Niet helemaal onvervalscht weliswaar, maar toch. Langs een waterput, die er later ook bij blijkt te horen al staat ie volgens de geleerden op de verkeerde plaats, en via een laag grasdijkje naderen we een merkwaardig bouwwerk dat met een toeristisch bord wordt aangekondigd als ‘t Huys te Nuwendore. Hoewel anderen menen en beweren dat het ’t Huys te Nuwendoorn of zelfs ten Nuwendoren moet zijn, afhankelijk van de etymologische duiding van de naam.

P1030564

Wat we zien is het metalen skelet van een vierkante kasteeltoren, de suggestie feitelijk van die toren, die eventueel via eveneens metalen trappen tot bovenaan beklommen kan worden, vanaf waar je wel eens een weids uitzicht zou kunnen hebben over het verderop gelegen Eenigenburg, Krabbendam, de aan weerszijden naar de einder meanderende omringdijk en de hoge duinen van Schoorl. Wij komen het niet te weten omdat de toegangspoort buiten het toeristenseizoen gesloten blijft. Onder het dak zijn in de vier windrichtingen, over de breedte van de toren, tekstregels te lezen. Of eigenlijk vrij moeilijk te lezen, door de combinatie spiegelbeeld, oudHollandsch, afstand en een raar lettertype. Wij geven het op in elk geval.
De toren is blikvanger, landmark zo u wilt, voor een moderne, wat gekunstelde reconstructie van een ruïne op de originele, teruggevonden fundamenten van een dwangburcht die hier eind 13e eeuw gebouwd werd door graaf Floris V, die later, in 1296 namelijk, nog vóór deze dwangburcht goed en wel af was, door de edelen werd vermoord, zoals we vroeger op school hebben geleerd. De Gijsbrecht van Vondel, wie is er niet groot mee geworden..

floris v 2

Floris V was graaf van Holland en Zeeland. Hij was dat al vanaf zijn tweede, het jaar waarin zijn vader, Willem II, door de eeuwig opstandige Westfriezen werd vermoord. Vanaf zijn twaalfde werd hij dan als meerderjarig beschouwd en trok hij eropuit om de Westfriezen te onderwerpen en aldus wraak te nemen voor de moord op zijn vader. Toen hij daar rond 1282 in geslaagd was, besloot hij een vijftal dwangburchten rond Westfriesland te bouwen, om zijn macht te consolideren. ’t Huys te Nuwendore was er daar één van, net als het nog wel in oude staat bestaande kasteel Radboud in Medemblik.

nhl_nieuwendoorn_reconstructi
Een getekende reconstructie van hoe de dwangburcht te Krabbendam er uit zou kunnen hebben gezien.

Bij de stand der boeren en burgers was Floris V best populair. Hij gaf hen meer vrijheden en verbeterde hun positie ten opzichte van de adel door nieuwe bestuurlijke structuren in te voeren. Ook de Westfriezen bracht Floris zo meer dan alleen Hollandsche overheersing. Hij bevorderde de handel, liet dijken bouwen, moerasgebieden ontwateren ten behoeve van de landbouw en speelde een rol in de organisatie van de waterschappen. De edelen hier en daar, zo laat zich raden, zagen dat met lede ogen aan. Zij noemden Floris vilein spottend ‘der keerlen God’. Dus, toen na een opportunistische politieke draai de gelegenheid zich voordeed, waren er wel een paar edelen te vinden die korte metten wilden maken, met de Graaf uit Den Haag. Jaja, zo ging dat in boreale tijden.
Opgejut door de bisschop van Utrecht kwamen de Westfriezen na deze afrekening in het politieke circuit opnieuw in opstand tegen de nieuwe Hollandsche heren, waarbij ook de dwangburcht Nuwendore werd bestormd en verwoest.
Toen in 1299 de vrede werd getekend, werd de burcht herbouwd, door de nieuwe graven, en zijn er volgens de annalen tot 1366 verschillende kasteelheren geweest. Daarna verdwijnt het slot zonder verdere verklaring uit de grafelijke administratie en na 1392 wordt het zelfs helemaal nergens meer genoemd. Het lijkt van de aardbodem verdwenen. Aangenomen wordt dat dit inderdaad ook letterlijk is gebeurd. Nuwendore verloor waarschijnlijk zijn belang, werd door tegenvallende landbouwopbrengsten misschien niet meer onderhouden en werd door overstromingen verwoest en weggevaagd.

nuwendoorn herinnering
Uit een fantasiereconstructie van rond 1700, waar Nuwendore ‘t Slodt Eenigenburg wordt genoemd, blijkt de dwangburcht van Floris, hoewel verdwenen, niet geheel vergeten.

In 1948 dan, het derde vredesjaar, ploegde boer Biersteker zijn land, in de oksel van de Westfriese dijk, en stuitte op grote hoeveelheden kloostermoppen. Geraadpleegde amateurarcheologen legden vervolgens de resten bloot van de fundering van de dwangburcht, waarvan men eerder had aangenomen dat die meer richting Schoorldam zou hebben gestaan. Wat een beetje vreemd is omdat de burcht nog op de juiste locatie als ‘oud kasteel’ staat ingetekend op een kadastrale kaart uit 1830, en er blijkens een artikel in de Zijper Courant van 1863 op dezelfde plek ook kloostermoppen werden gevonden die toen al aan Nuwendore werden toegeschreven. Maar goed. Omdat boer Biersteker ook moest eten werd de boel weer toegedekt en ingezaaid om pas in 1960 volledig te worden opgegraven en geconsolideerd, waarbij ook scherven, voorwerpen, een voorburcht, resten van een houten toegangsbrug en de stortkoker van een privaat werden gevonden. Begin deze eeuw tenslotte, omdat de boel er inmiddels ernstig verwaarloosd en vervuild bij lag, werd besloten de fundamenten zowel te beschermen als te ontsluiten door er de nieuwbouwruïne met torensuggestie overheen te bouwen zoals die nu, in het seizoen, te bezoeken valt. Ter leringhe ende vermaeck. Al is het de historici, misschien niet geheel ten onrechte, een doorn in het oog.

De dwangburcht van Krabbendam
Een wandelimerick
De kwestie van de dwangburcht van Krabbendam
verhitte haar Notabelen tot vinnig vuur en vlam:
“Er is slechts één man die vóór is!
..maar dat is Graaf Floris..”
En zo kwam het dat de dwangburcht er kwam.

Van den vos Reijnaerde

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

van-den-vos-reijnaerde-krabbendam.jpg

In deze fotorubriek verzamelen wij voorbeelden van onze ook deze dagen weer veelbesproken en fel bediscussieerde vaderlandse culturele identiteit. Wij treffen haar aan langs oprijlaan en tuinpad. Op gazon en terras. In border en perk. Zoals hier in Krabbendam. Een tafereel dat vandaag bovendien buitengewoon toepasselijk lijkt.

Merlets in een betoverd bos

Kunst onderweg

merel merlet kraai

Hij valt niet te missen, de bijzonder grote gitzwarte vogel, hoog op zijn glimmende paal. Het maakt niet uit of je de afslag Schoorl nou wel of niet neemt, rijdend over de N9, of dat je lopend of fietsend de tunnel onder de weg door gaat, richting Schoorl of er juist vandaan.. de vogel heeft je in de gaten, vanaf zijn verheven plekje. Desnoods draait hij een stukje op de wind met je mee, want dat kan hij, zo groot als ie is. Het lijkt er bovendien sterk op dat hij je niet alleen in de gaten heeft, maar het zaakje ook meteen niet helemaal vertrouwt. In een soort defensieve aanvalshouding staat hij daar. Dreigend, de kop dicht bij de grond, de staart omhoog en de stompe snavel opengesperd. Klaar voor het gevecht, mocht dat nodig zijn. Kom me niet te na, lijkt hij je toe te roepen, je hoort er automatisch het wat ordinair krassend geluid bij.

P1030482

Dat laatste blijkt echter al gauw verbeelding te zijn omdat we hier niet te maken hebben met een kauw of een kraai, wat we eerst dachten, maar met een merel. Dat lezen we thuis op internet, maar we zien het ook zelf al, als we dichterbij komen, want dan blijken er meer vogels te zijn. Langs het fietspad naar het tunneltje is er aan iedere lantaarnpaal één bevestigd. Zeven in totaal. Veel kleiner zijn deze zeven dan hun grote soortgenoot, en eerlijk gezegd ook iets duidelijker merels. Elk in een andere karakteristieke houding, zittend op een takje met blaadjes eraan dat zo aan de lantaarnpaal lijkt te groeien. Als silhouetten uit een staalplaat gestanst of gesneden en strak in de zwarte lak.

metal-bird-black-bird-97434
De Metalbird merel, verkrijgbaar in de museumshop.

Het doet meer dan een beetje denken aan de inmiddels zeer populaire cortenstaal Metalbirds, die je in de betere museumshop in soorten en maten kunt kopen, om thuis in de tuin in een boomstam te slaan. Die zijn een idee van de Nieuw Zeelandse ontwerper en kunstenaar Phil Walters, die in 2011, geïnspireerd door Banksy, de eerste exemplaren her en der in zijn woonplaats installeerde, bij wijze van straatkunst. Waarna het al snel breed werd opgemerkt en het zich in de jaren daarna over de wereld verspreidde. Het ontwerp van de Schoorlse merels is van 2013, lezen wij. Het zou dus kunnen dat de makers zich hierdoor hebben laten inspireren. We filosoferen maar wat voor ons uit. Dat ze hier, denkend in de lijn van DaDa en Pop Art, een gebruiksvoorwerp of in dit geval een alledaags massa-designproduct tot kunst verheffen. Door er ook nog een enorm uitvergrote versie van te maken verwijzen ze wellicht naar Claes Oldenburg, een Zweeds-Amerikaans kunstenaar die op die manier te werk gaat en op zijn beurt eigenlijk ook best in het verlengde van DaDa en Pop Art gezien kan worden, wat ons betreft.

blok lugthart
Bas Lugthart (l) en Maree Blok vormen samen het kunstenaarsduo BlokLughthart.

Maree Blok (1959) en Bas Lugthart (1955) zijn de kunstenaars waarover we het hebben, hier aan de N9 bij Schoorl. Als duo werken ze onder de naam BlokLugthart en hebben ze al heel wat bijzondere kunstwerken in de openbare ruimte op hun cv staan. Vaak spelen enorm uitvergrote mensfiguren de hoofdrol in die beelden, tot eenvoudige en krachtige vormen of lijnen teruggebracht. In een aantal werken wordt water ingezet als beeldmateriaal, of ijs, als het water in de winter bevriest. Blok en Lugthart gaan voor de ‘wow-factor’, zeggen ze zelf, en inderdaad is dat een woord dat graag bij je opkomt wanneer je hun werk bekijkt.

Kunst-openbare-ruimte-Joure-BlokLugthart-2
Het grote gezicht. Een sculptuur van BlokLugthart in Joure. Het beeld heeft ook de functie van gemaal. Het opgepompte water wordt weer uitgespoten in stralen die het gezicht af maken en de suggestie geven van in de wind bewegende haren.

Het initiatief voor het kunstwerk aan de N9 werd genomen door de bewoners van Schoorl. Het verkeersknooppunt werd heringericht, met een nieuwe rotonde en een fiets- en voetgangerstunnel, en de bewoners benaderden de gemeente met het idee hier dan ook een kunstwerk te plaatsen, zoals vroeger gebruikelijk was met de percentageregeling. De gemeente vond dat zomaar een goed idee en gaf een aantal kunstenaars de opdracht een ontwerp te maken, waarbij het uitgangspunt iets typisch Schoorls moest zijn. Dit leidde uiteindelijk tot een prijsvraag waarbij inwoners van Schoorl uit drie ontwerpen konden kiezen. Dat werden dus de merels van BlokLugthart. Wat bij ons de vraag opriep: wat is er zo Schoorls aan merels? Welnu, dat zit zo: die staan in het wapen van Schoorl.

Coat_of_arms_of_Bergen_(North_Holland).svg
Het huidige wapen van de fusiegemeente Bergen nh met de acht merlets van Schoorl.

En nu Schoorl gefuseerd is met Bergen, staan ze ook in het wapen van Bergen. Alle acht. Dat wil zeggen, acht merlets. En hoewel dat foutief gespeld Frans is voor vrouwtjesmerel (merlette), is de merlet hier toch iets anders. Een heraldisch wapendier, namelijk. Een niet bestaand, symbolisch dier, in dit geval een sterk gestileerde eend-achtige vogel zonder snavel en zonder poten. Vraag ons niet waarom, het is zo. Alleen ridders die op kruistocht waren geweest mochten de merlet in hun wapen dragen, zo luidt het verhaal. Goed. Het zou misschien wel de defensieve houding van de grote merel verklaren, hij beschermt zijn nest, Schoorl, zoals het een heraldisch wapendier betaamt.
Het Betoverde Bos, heet het kunstwerk. In eerste instantie hebben wij ons afgevraagd waarom. Digitaal stuitten wij op tal van betoverde bossen in allerlei sprookjes, in één ervan werden meisjes omgetoverd tot vogels, maar dat leek ons uiteindelijk maar weinig met de gang van zaken in Schoorl te maken hebben. Net zo min als het jaren vijftig stripfiguur Olle Kapoen, wie kent hem niet, die ook in een betoverd bos heeft rondgedwaald.

olle kapoen kaft

Nee, inmiddels weten wij beter: een bos waar takjes aan lantaarnpalen groeien, waar bomen licht geven, waar merels van wapenschilden springen en groeien tot reuzenproporties.. dat moet beslist een betoverd bos zijn.

Boer, wat zeg je van mijn kippen?

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

Boer wat zeg je van mijn kippen schoorldam

Al wandelend langs ‘s Heeren wegen, in dit geval het Groot Frieslandpad, verzamelen wij voorbeelden van de vaderlandse culturele identiteit, die geregeld onderwerp van verhitte gesprekken kan zijn. Wij treffen ze aan langs tuinpaden en oprijlanen. In perken en borders, op gazonnen en terrassen. Dit gezellig boerderijtafereel vonden wij een eindje buiten Schoorldam.

Een schilder te Schoorl

Een wandellimerick

We hebben het er uitgebreid over gehad, op dit weblog, de afgelopen kolommen. Over Jan van Scorel, bedoelen we natuurlijk. We bespraken zijn leven, zijn carrière, zijn werk. Zijn positie binnen de kunstgeschiedenis. We hadden het over zijn standbeeld voor het oude raadhuisje en over het beeld naar zijn schilderij Jeruzalemvaarders. Feitelijk valt er niet heel veel meer aan toe te voegen. Rest ons tot slot een resumé.

jan van scorel

Een schilder te Schoorl
Een wandellimerick
Er was eens een schilder in Schoorl,
zijn naam was Jan van Scorel,
die greep zijn kansen
in de Renaissance
en maakte zo grote furorel.

Sweet birds of paradise

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

Sweet birds of paradise schoorldam

In deze fotorubriek verzamelen wij voorbeelden van de vaderlandse culturele identiteit zoals we die aantreffen langs oprijlanen en gazons, in perken en borders, op stoepjes en terrassen. Ook langs het Groot Frieslandpad. Deze creatieve uitingen vonden wij aan de oprijlaan van een camping in Schoorldam.

Jeruzalemvaarders

Kunst onderweg

Voor de Nederlands Hervormde kerk in Schoorl, op een paar meter afstand van zijn standbeeld voor het raadhuisje, wordt Jan van Scorel een tweede keer geëerd met een beeld. Jeruzalemvaarders heet het, dat staat tenminste met kapitalen in de betonnen sokkel gebeiteld. Een niet heel groot bronzen beeld van twaalf ernstig kijkende mannen op een rijtje dicht achter elkaar, in wijde kleding met lange mouwen en allemaal iets van een stok of een zwaard of een lans over de schouder. Halve mannen zijn het eigenlijk want ze zijn afgebeeld tot heuphoogte, benen hebben ze niet. En doordat het beeld aan de onderkant als één geheel en zonder detaillering rond is afgewerkt, lijkt het alsof de mannen met z’n allen in een beetje een krap bootje zitten, op twee steuntjes zwevend boven de sokkel. Dat zou dan kloppen met de naam van het beeld: Jeruzalemvaarders immers.

IMG_1680

Een naam die ook meteen beelden oproept van kruistochten en bloedvergieten, vandaar dat we de over de schouder gedragen stokken maar meteen als wapentuig interpreteren. Dat blijkt echter een voorbarige en onjuiste invulling. Jeruzalemvaarders waren geen kruisridders, het waren pelgrims, die de tocht naar Jeruzalem ondernamen om daar het Graf van Jezus en andere heilige plaatsen te bezoeken. Zo’n pelgrimage was een populaire onderneming in de 15e en vooral de 16e eeuw, tot de Reformatie er een einde aan maakte, aan al die verheerlijking.
Na hun reis eenmaal weer thuis verenigden deze pelgrims zich vaak in gildes, of broederschappen, en richtten als zodanig kapellen of altaren op, kwamen jaarlijks bijeen voor een gildemaaltijd en organiseerden processies waarbij ze, als teken dat zij de Heilige Stad hadden bezocht, een palmtak meedroegen, ook wel de Jeruzalemveer genoemd.

jeruzalemvaarders 3

Aha. Dat is dus wat we hier zien uitgebeeld. De mannen zitten niet in een bootje en ze dragen geen zwaarden of lansen mee.. ze lopen in processie, met een palmtak over de schouder als bewijs van goed religieus gedrag.
Het beeld is een ruimtelijke opvatting van een schilderij uit 1528 van, daar is ie dan: Jan van Scorel. Op dit schilderij zien we hetzelfde rijtje dicht op elkaar gepakte ernstige halve mannen met palmtakken over de schouder. Degene die links vooraan loopt, voor de kijker rechts, draagt er zelfs twee met zich mee. Hij heeft de reis twee keer gemaakt.

jeruzalemvaarders (2)

De volledige naam van het schilderij luidt: Groepsportret van Jeruzalemvaarders van de Ridderlijke Broederschap van de Heilige Lande te Haarlem. Het wordt beschouwd als het eerste groepsportret in de Nederlandse schilderkunst, een soort opstapje naar de schuttersstukken waar later de Gouden Eeuw zo beroemd mee is geworden en waarvan het oudste bekende voorbeeld al een jaar later, in 1529 werd geschilderd, door Dirck Jacobsz.
Maar goed, nu dwalen we wel erg af.

jan van scorel duplo

We waren bij Jan van Scorel. Die zelf ook een Jeruzalemvaarder was, hij had de reis naar het Heilige Land rond 1520 ondernomen. Toen hij in 1527 noodgedwongen in Haarlem kwam te wonen werd hij daar dan ook lid van de Haarlemse broederschap en voor hun kapel schilderde hij onderhavig Groepsportret. Zelf staat hij er ook op, heeft men opgemaakt uit de teksten die onder de mannen staan geschilderd. De derde man van rechts, dat is ‘m. En we kunnen er dus gevoeglijk van uitgaan dat ook in het bronzen beeld waar we nu naar staan te kijken de derde van rechts Jan van Scorel himself is.

ellen de groot

Het beeld is gemaakt door de Bergense kunstenaar/beeldhouwer Ellen de Groot (1942), in opdracht van de gemeente Schoorl, die toen nog bestond, en het werd geplaatst in 1986, gelijk met het standbeeld voor het raadhuisje. Als eerbetoon dus aan Jan van Scorel. Dit beeld maakte Ellen de Groot in brons, volgens de zogenoemde verloren was methode. Daarbij wordt eerst een beeld gemaakt in was, daaromheen wordt gips gegoten, het gips wordt als het droog is verhit, waardoor de was smelt, wegvloeit en er een mal voor eenmalig gebruik ontstaat. Brons erin, afkoelen, gips eraf, klaar. Verder werkt Ellen de Groot in allerlei materialen: klei, hout, steen of metaal. Vaak dansende of anderszins in beweging zijnde figuren. Zelf noemt zij haar werk gestileerd figuratief.

jeruzalem huilt 3

In 2006 werden de Jeruzalemvaarders het slachtoffer van vandalen. Waarschijnlijk voor de waarde van het brons werd het beeld van de sokkel gezaagd en meegenomen. Niet veel later werd het bij stom toeval teruggevonden bij een handelaar in oud ijzer, in het nabijgelegen Alkmaar. Iemand zag de brokstukken liggen, herkende het vermiste beeld uit Schoorl en waarschuwde politie en kunstenares. Het moet vreselijk zijn je werk op die manier terug te vinden. Zwaar beschadigd, incompleet, onthoofd, onteerd, ruw in stukken geslagen en liefdeloos in een bak geflikkerd. De handelaar waste de handen in onschuld, had er geen beeld in herkend en het brons was afgeleverd door keurige mensen. Of die ooit nog gevonden zijn, vermeldt de geschiedenis niet. Evenmin of de zaak voor de handelaar nog een staartje heeft gekregen. Voor het beeld heeft het er in elk geval een tijdje slecht uitgezien. Reparatie was niet mogelijk en er bestond dus geen mal van. Uiteindelijk werd er toch ergens geld gevonden en heeft de kunstenaar het opnieuw gemaakt. Nu staat er dus, sinds 2008, een originele replica.

My little angel

Tot hier heeft de Heer ons geholpen

schoorl my little angel (1)

Een nieuwe aanwinst voor de fotorubriek Tot hier heeft de Heer ons geholpen, waarin wij voorbeelden verzamelen van de vaderlandse culturele identiteit, waar zo vaak zoveel om te doen is. Dit stemmig tafereel troffen wij half februari aan in Schoorl.